Vader strijdt voor SGP, zoon voor VVD in Harderwijk

Gemeenteraadsverkiezingen
VVD’er Maarten van Panhuis (l.) en SGP-lijsttrekker Jan van Panhuis houden elkaars verkiezingsposter vast. Vader en zoon voeren beide campagne voor een raadszetel in Harderwijk. beeld André Dorst

Met verve verdedigen ze hun visie. Vader vanuit het gereformeerde gedachtegoed, zijn zoon als liberaal in hart en nieren. Beiden hopen op een zetel in de gemeenteraad van Harderwijk. Jan van Panhuis (66) als lijsttrekker van de SGP, zoon Maarten (39) als VVD-kandidaat.

Vroeger vlogen de meningen al over tafel. De vijf jongens en vier meiden Van Panhuis leerden al jong debatteren. „Belachelijk dat de lerarensalarissen omhoog gaan, riep iemand dan. Of: die wegversmalling helpt echt niet tegen hardrijden. Nee, reageerde een ander daarop, de auto’s rijden heus wel zachter”, vertelt Maarten. „Als ouders benadrukten wij begrip en respect voor elkaars standpunten”, gaat zijn vader Jan verder. „Ik zei altijd: Leg de Bijbel in het midden en zoek daarin argumenten die jouw mening staven.”

Maarten moest het vaak in zijn eentje opnemen tegen de rest.

Maarten: „Ik had al jong een liberale inslag. Anders dan mijn broers en zussen vroeg ik me af: wie ben ik om te bepalen wat anderen wel en niet mogen?”

Jan: „Hij werd als rebels gezien.”

Maarten: „Dat vond ik niet erg. Naarmate ik meer tegenwerking kreeg, had ik het gevoel dat ik op de goede weg was. Ook in het geloof ging ik liberaler denken: ik stapte vanuit de Gereformeerde Gemeenten over naar de Hervormde Kerk. Mijn uitgangspunten blijven de Tien Geboden. Maar de afweging wat wel en niet kan, moet ik zelf maken. Dat is een dagelijkse strijd. Ik hoef me niet druk te maken over hoe anderen dat doen. Het gaat erom hoe ík mijn geloof beleef en uitdraag. Ondernemers moeten dus zélf bepalen of ze op zondag open zijn en consumenten mogen zélf weten of ze gaan winkelen.”

Jan: „De SGP ziet de overheid als Gods dienares, die door te regeren Zijn eer moet bevorderen. De Bijbel zegt dat we de zondag moeten heiligen. Je bepaalt dus niet zelf wat je doet. De Heere heeft ons in Zijn wijsheid de zondag gegeven om tot rust te komen. Dat is van onschatbare waarde.”

Hoe ziet uw zoon dat als christen?

Maarten: „Ik word afgerekend op míjn daden, niet op die van mijn buurman of collega. Elke zondagochtend ga ik naar de kerk, ik lees dagelijks de Bijbel en bid. Voor mij is het belangrijk om christelijke waarden uit te dragen: liefde tot God en voor elkaar. Het is niet mijn opdracht om voor anderen te bepalen of ze wel of niet op zondag mogen winkelen. Ik ben fel tegen verplichte zondagsopenstelling, maar ook fel tegen verplichte sluiting. De VVD wil rekening houden met de kerkgang: winkels mogen tussen 12 en 5 uur open.”

Jan: „Vrees God en houd Zijn geboden, want dat betaamt alle mensen, zegt de Bijbel. De overheid moet bevorderen dat mensen zes dagen werken en één dag bezig zijn met dingen van de eeuwigheid. Je hoeft inderdaad als individu geen verantwoording over andermans daden af te leggen, maar wél voor de beslissingen die je als raadslid neemt.”

Maarten: „In de raad ben ik er voor alle inwoners. Als ik voor zondagssluiting zou gaan, hoe vertegenwoordig ik dan joden die de sabbatdag houden of moslims die weer een andere dag willen? De sabbatdag werd ingesteld om een moment van rust te hebben, bezig te zijn met God. In een veranderende wereld en 24 uurseconomie mag je daar volgens mij een andere invulling aan geven.”

Jan: „Maar we hebben met een onveranderlijk God te maken. Je kunt de keuze niet aan mensen laten. Politiek moet de toets van de Bijbel doorstaan. Er is er Eén die regeert. Dat zagen we vorige week in Harderwijk, toen een motie over de koopzondag op het laatste moment werd ingetrokken. Het gebed dat dit onderwerp na de verkiezingen weer op tafel zou mogen komen, is verhoord.”

U hebt de liefde voor politiek weten over te brengen op Maarten; de liefde voor christelijke politiek niet.

Jan: „We zijn blij dat ook een aantal zoons actief is voor de SGP. Maarten is onze allerliefste rebel. Het bedroeft ons als ouders natuurlijk dat hij een liberale koers vaart die volgens onze overtuiging van de Bijbelse gronden afwijkt. Gelukkig kunnen we prima samenwerken als het gaat om niet-principiële standpunten.”

Maarten: „Inderdaad. Wat ik in de SGP waardeer is de consequente lijn: ook de horeca en het Dolfinarium moeten op zondag dicht. En als we met het gezin uit eten gaan, zoekt mijn vader een restaurant uit dat op zondag gesloten is.” Met een knipoog: „Prima zolang pa betaalt.”

Welke invloed heeft jullie partijkeuze op jullie vader-zoonrelatie?

Maarten: „In campagnetijd is onze band versterkt. Ik zeg weleens gekscherend tegen mensen op straat: Zorg dat je straks op de goede Van Panhuis stemt. Ik ben trots op mijn vader en hoop van harte dat de SGP een zetel haalt.”

Jan: „We voeren geen campagne tegen elkaar. Andere partijen afkraken is een teken van zwakte. Het liefst wilde ik natuurlijk dat Maarten bij de SGP zat. Dan was hij zonder meer lijsttrekker geweest, gezien zijn kwaliteiten.”

Nu discussieren jullie nog aan de keukentafel, straks staan jullie in de raad tegenover elkaar.

Maarten: „Zolang je het niet op de persoon, maar op de inhoud betrekt, kan dat prima. Met mijn broers voer ik soms stevige debatten; daarna drinken we wat.”

Jan: „Eens. Stel dat een van ons in de coalitie belandt en daar zijn werk niet goed doet, dan moeten we elkaar daar onvoorwaardelijk op aanspreken.”

Op verjaardagen praten jullie straks alleen maar over politiek?

Jan: „Ik houd wel in de gaten dat we daar niet te ver in gaan. Als sommigen het zat zijn, gaan we het over wat anders hebben.”

Maarten: „Daar geloof ik niets van. Op onze verjaardagen wordt de wereldvrede bepaald, de armoede opgelost en de stad leefbaar gemaakt. Politiek is onze passie en over je passie praat je graag.”