Uitzetting naar Irak verscheurt asielzoekersgezin

Ervaringsverhalen
Mariam Al Shewelly en haar dochters Fedjr (l.) en Hajr werden eerder deze maand uitgezet naar Irak. Foto Hans Veenhuis Hans Veenhuis

EMMELOORD – Samen met haar man en kinderen werd ze uitgezet naar Irak. Haar echtgenoot werd daar toegelaten, maar Mariam Al Shewelly werd met hun beide dochters meteen weer op het vliegtuig naar Nederland gezet. Nu verblijft de uitgeprocedeerde asielzoekster opnieuw in het vertrekcentrum in Ter Apel.

Het uitzetten van asielzoekers naar Irak is onverantwoord. Dat is de boodschap die in Nederland verblijvende Irakezen de komende tijd gaan uitdragen. Morgen roepen ze de Iraakse ambassadeur in Den Haag op geen medewerking te verlenen aan gedwongen uitzettingen. Na het reces van de Tweede Kamer wordt een betoging rond het Binnenhof gepland.

Mariam Al Shewelly (34) is morgen van de partij, verzekert ze in het huis van Nederlandse vrienden in Emmeloord. Nog maar kortgeleden zat ze zelf in het vliegtuig naar Bagdad, om een dag later onverrichter zake naar Nederland terug te keren. Haar man Basjar (32) verblijft intussen bij een familielid in de Iraakse hoofdstad. „Hij is bang en durft het huis niet uit.”

Al Shewelly wordt in 1976 geboren in een Palestijns gezin in de Libanese hoofdstad Beiroet. In 1982 vluchten haar ouders vanwege de burgeroorlog naar Irak. In dat land groeit ze op. Ze trouwt met de Irakees Basjar, die in Bagdad een winkel met dameskleding en make-up runt. In 2006 wordt hun oudste dochter, Hajr, geboren.

Het gezin ontvlucht Irak in 2008. „Gewapende milities zeiden dat alle niet-Irakezen het land moesten verlaten en bedreigden hen. Vanwege mijn Palestijnse achtergrond voelden we ons niet langer veilig en vluchtten we naar Nederland. Daar werd eind 2008 onze tweede dochter, Fedjr, geboren.”

Begin 2009 wijst de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) het asielverzoek van het gezin af. Het bezwaar dat de advocaat tegen die beslissing indient, wordt afgewezen. In februari 2010 hebben Mariam en haar man alle beroepsmogelijkheden benut. Ze zijn uitgeprocedeerd en moeten terug naar Irak.

Vanaf dat moment heeft het echtpaar in het vertrekcentrum in Ter Apel elke twee weken een gesprek met een medewerker van de Dienst Terugkeer en Vertrek. Na een halfjaar worden ze naar de Iraakse ambassade in Den Haag gebracht om hun reispapieren te regelen. Vanwege haar Palestijnse achtergrond krijgt Mariam de benodigde documenten niet. „Terug in Ter Apel kregen we opnieuw te horen: Jullie moeten weg uit Nederland.”

Kort daarna wordt Basjar in het uitzetcentrum Rotterdam Airport geplaatst. Eenmaal per maand krijgt Mariam een dagkaart voor het openbaar vervoer om hem te bezoeken. „Ik ben één keer bij hem geweest. Daarna werd ik niet meer toegelaten omdat ik geen geldig verblijfsdocument had. Mijn kinderen mochten wel naar binnen voor een bezoek van maximaal twee uur, samen met de ouders van mijn man. Zij hebben een verblijfsvergunning.”

Na een algemene uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) dat uitzetting naar Irak niet is toegestaan, keert Basjar eind oktober terug naar zijn gezin in Ter Apel. Als minister Leers (Immigratie en Asiel) ruim een maand later uit een brief van het Europees hof concludeert dat uitgeprocedeerde asielzoekers toch weer kunnen worden uitgezet naar dat land, wordt de vertrekprocedure voor het gezin Al Shewelly herstart.

In de vroege ochtend van 4 februari worden de asielzoekers van hun bed gelicht. „De vreemdelingenpolitie hielp mee de kinderen aan te kleden. Daarna moesten we weg. Snel, snel. We konden één tas met spullen meenemen. Met een busje gingen we naar het uitzetcentrum in Rotterdam.”

Drie dagen later wordt Mariam met man en kinderen naar Schiphol gebracht en op een vliegtuig naar het Jordaanse Amman gezet. „We werden vastgebonden op onze stoelen, totdat we vlogen. Ons gezin werd door acht politiemensen bewaakt. In Amman moesten we in het vliegtuig overnachten. Twee politiemensen bleven bij ons achter. De volgende dag vlogen we door naar Bagdad.”

Op de Iraakse luchthaven wordt het gezin gescheiden. Basjar wordt zonder problemen toegelaten tot het land, terwijl Mariam en de kinderen door de autoriteiten worden geweigerd. „We namen huilend afscheid. Binnen een uur zaten we weer in het vliegtuig. Nu verblijven we opnieuw in Ter Apel, waar we steeds te horen krijgen dat we niet mogen blijven.”

Haar man spreekt ze af en toe telefonisch. „Hij mist ons en is onrustig en bang. Uit angst voor gewapende milities die op zoek zijn naar ongewenste personen durft hij de straat niet op.”

Hoe het verder moet met haar en de kinderen, weet Mariam niet. „Mijn oudste dochter slaapt en eet slecht door wat er is gebeurd. ’s Nachts wordt ze bang wakker. Het is heel moeilijk. Wat kan ik doen?”

Mariam ondersteunt de protesten tegen uitzetting naar Irak. „Het is er echt niet veilig. Er kan bijvoorbeeld zomaar een autobom ontploffen. Iedereen die de straat op gaat voor een boodschap is bang dat hij niet levend meer thuiskomt.”


DELFZIJL – De overheid in Irak kan de veiligheid van haar burgers niet garanderen. Daarom is het onverantwoord om asielzoekers naar dat land terug te sturen.

Dat stellen in Nederland verblijvende Irakezen die vanaf vrijdag de straat op gaan om te demonstreren tegen uitzettingen naar hun land. Morgenmiddag heeft de eerste betoging plaats bij de Iraakse ambassade in Den Haag. Er worden tachtig tot honderd demonstranten verwacht, zo zei medeorganisator Adel Al-Neema donderdagochtend.

Nederland stuurt sinds eind november weer asielzoekers terug naar Irak. Sindsdien zijn dertien mensen gedwongen uitgezet, aldus een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

De situatie van Mariam Al Shewelly, die met twee kinderen niet in Irak werd toegelaten, noemde hij „tamelijk uniek.” Hij kon niet zeggen wat er verder met het gezin, gaat gebeuren.