Uitgeprocedeerde asielzoeker vindt plek in christelijk gezin

Uitgeprocedeerde asielzoekers
Henry en Anneke Bulten uit Middelburg bieden al drie jaar onderdak aan Nina, een uitgeprocedeerde asielzoeker uit Zuid-Ossetië. beeld Dirk Jan Gjeltema Dirk Jan Gjeltema

MIDDELBURG. Ze bieden al drie jaar onderdak aan een uitgeprocedeerde asielzoeker uit Zuid-Ossetië. Henry (67) en Anneke Bulten (66) uit Middelburg zien dat als hun christenplicht. „We hebben ruimte genoeg. En we zijn er rijk door gezegend.”

Uitgeprocedeerde asielzoekers opnemen in huis. Volgens organisaties als Kerk in Actie en Inlia, dat uitgeprocedeerde asielzoekers bijstaat, doen steeds meer Neder­landers dat. Het gezin Bulten heeft er inmiddels vele jaren ervaring mee.

Anneke Bulten deed jarenlang vrijwilligerswerk in het azc in Middelburg. Toen dat drie jaar geleden de deuren moest sluiten, belandden nogal wat uitgeprocedeerde asielzoekers op straat. Ook Nina uit Zuid-Ossetië, nabij Georgië, dreigde dakloos te worden.

Het echtpaar Bulten, lid van de gereformeerde gemeente in Vlissingen, bood de dertiger spontaan onderdak aan. Anneke Bulten: „Het ging om een kwetsbare vrouw met psychische problemen. Ik had veel contact met haar door mijn vrijwilligerswerk in het azc. Sinds ze bij ons woont, is ze zienderogen opgeknapt.”

Ontbijten en lunchen doet Nina op haar eigen kamer. Voor het avondeten schuift ze bij Henry en Anneke aan tafel, en regelmatig zit ze bij hen in de woonkamer. Douche en toilet delen ze met elkaar. „Dat gaat prima, als je maar duidelijke afspraken maakt.” De Zuid-Ossetische heeft een christe­lijke achtergrond en gaat op zondag met het echtpaar Bulten mee naar de kerk.

Het is niet voor het eerst dat het echtpaar opvang biedt. Ooit hadden ze een hindoeïstische pleegzoon uit Sri Lanka, die later christen is geworden en met wie ze nog steeds contact onderhouden. Twintig jaar geleden, toen drie van hun vier zonen nog thuis woonden, vingen ze twee Iraanse ex-moslims op die christen waren geworden. „Ze zaten in ons huis toen wij op vakantie waren. Het was moeilijk voor hen om daarna terug te gaan naar het azc, waar ze tussen de moslims zaten.”

Het echtpaar Bulten vroeg zich samen biddend af of ze hen in huis moesten nemen. Anneke: „Een week lang kregen we iedere keer aanwijzingen zoals: Als je twee rokken hebt, moet je er één weggeven. En: Als je plek overhebt, moet je iemand herbergen. Maar ik dacht: Moeten wíj dat doen? Dat kunnen we niet.”

De laatste dag van die week brachten beiden het persoonlijk in gebed. „Mijn man kreeg daarna duidelijkheid vanuit Jesaja 58: „Is het niet dat gij de hongerige uw brood mededeelt en de arme verdrevenen in huis brengt?” Ik bad toen: „Als U het wilt, breng ze dan vandaag maar.””

Na het eten ging de telefoon. „De Iraniërs wilden iets met ons bespreken. Dat was voor mij het antwoord. We hebben samen de Heere gedankt en hen in huis genomen. Ze zijn twee jaar gebleven. We hebben een mooie tijd gehad, alles met elkaar gedeeld, gelachen en gehuild, en samen de Bijbel geopend. God gaf ons veel liefde. Uiteindelijk kregen de Iraniërs een verblijfsvergunning.”

Later verbleven, korte of langere tijd, uitgeprocedeerde asiel­zoekers uit Afrika, Sri Lanka en Afghanistan bij het gezin in huis. Eén persoon besloot uiteindelijk terug te keren naar Afrika, anderen kregen alsnog toestemming om in Nederland te blijven.

Anneke Bulten kan nauwelijks moeilijke kanten noemen van het opvangen van uitgeprocedeerde asielzoekers. „De psychische nood van deze medemensen grijpt me soms echt aan. Er zijn natuurlijk wel cultuurverschillen, maar je komt er altijd uit door daar open over te praten. En de Heere heeft ons er rijk door gezegend.”

Of Nina, die zes jaar in Nederland is, ooit een verblijfsvergunning zal krijgen, is onzeker. Anneke wijst erop dat de situatie in Zuid-Ossetië voor haar onveilig is en dat Georgië haar niet accepteert omdat ze daar niet staat ingeschreven. Nina heeft nog steeds contact met VluchtelingenWerk. Dat kijkt nu naar de mogelijkheid om een verblijfsvergunning aan te vragen omdat ze feitelijk niet kan worden uitgezet, het zogeheten buitenschuldcriterium.

Voor het Zeeuwse echtpaar is het duidelijk dat Nina bij hen in huis mag blijven zolang het nodig is. „Wij sturen haar niet weg. Nooit.”


Noodopvang; wel of geen plicht Rijk?

DEN HAAG. Een groeiend aantal particulieren biedt uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen noodopvang, maar welke plicht heeft het Rijk hierin?

Veel gemeenten hopen dat het Comité van Ministers van de Raad van Europa een maandenlange vete tussen hen en het Rijk daarover dezer dagen eindelijk beslecht. Het comité zou vandaag met een resolutie én een aan Neder­land gerichte aanbeveling reageren op een recent rapport van het Europese Comité voor de Sociale Rechten (ECSR). Daarin stelt het ECSR dat Nederland iedereen die kwetsbaar is, moet voorzien van basale levensvoorzieningen (bed, bad en brood).

Grote vraag –ook binnen de coalitie– is nu: hoe concreet laat het Comité van Ministers zich over de kwestie uit? De PvdA hoopt op een dwingend verzoek om de nood­opvang aan illegalen goed op orde te brengen. De VVD op een meer abstracte uitspraak, die het kabinet de nodige manoeuvreerruimte biedt. Wordt vervolgd.


Reacties

Van der Staaij, SGP-fractievoorzitter: „Onze opvatting is dat de overheid zoveel mogelijk moet voorkomen dat uitgeprocedeerden op straat zwerven. De hoofdlijn moet zijn: het regelen van opvang voor mensen die niet terugkunnen en het uitzetten van degenen die hier volgens onze regels, getoetst door de rechter, niet mogen blijven.

In noodsituaties kunnen burgers of maatschappelijke organisaties onderdak bieden. Dat kan een mooi gebaar van herbergzaamheid zijn.

Naar zijn aard zou dat hooguit overbruggend moeten zijn voor een duurzame oplossing, het risico is het dat een drukmiddel wordt om verblijf af te dwingen.”


Ds. F. Mulder, voorzitter van het deputaatschap Kerk en Overheid van de Gereformeerde Gemeenten: „Het is zonder meer positief te duiden als we geen Kaïnshouding hebben: ”Ben ik mijns broeders hoeder?” Als we ons het lot van onze naaste aantrekken die vanwege bijzondere omstandigheden vaak letterlijk alles heeft moeten achterlaten om zijn leven te redden. Hoe zou ik willen dat men in een ander land met mij zou omgaan als ik in soortgelijke omstandigheden was?

We moeten hierbij echter wel in het oog blijven houden of een asielzoeker wel of niet wettig in ons land mag zijn. Het kan ook zijn dat een asielzoeker is uitgeprocedeerd en binnen een bepaalde termijn ons land moet verlaten. Veelal zijn we dan een aantal jaren verder. Een met veel waarborgen omgeven rechtsgang is dan voorbij.

Het is, denk ik, terecht dat zowel door Inlia als Vluchtelingenwerk Nederland ervoor gewaarschuwd wordt dat het grote risico’s met zich meebrengt als men als particulier een asielzoeker in eigen huis neemt. Bezint eer gij begint.

Professionele hulpverlening is van groot belang. Met de beste bedoelingen kunnen we hulp willen verlenen, maar als na een (korte) tijd de opvang niet slaagt, is zowel de asielzoeker als het gezin er niet bij gebaat.

Als kerk is het wel onze verantwoordelijkheid nauw om een (kerkelijk meelevende) asielzoeker heen te staan en daar waar mogelijk de helpende hand te bieden. Het gebed is in dit verband een belangrijk, van God gegeven wapen.”


Stichting Gave, woordvoerder Marco Vos: „Stichting Gave helpt en stimuleert christenen om naar asielzoekers om te zien. De basis hiervoor is de Bijbelse roeping ”de vreemdeling lief te hebben”. Het kan moeilijk worden als mensen uitgeprocedeerd raken. Je hebt de vluchteling leren kennen, een band opgebouwd, het is ontzettend moeilijk om dan te horen dat iemand ‘op straat’ wordt gezet. De eerste neiging is: ”Ik moet dit oplossen, ik moet helpen”. Toch adviseren we terughoudend te zijn.

De eerste reden is dat het ongekend zwaar is om iemand in huis te nemen. Zeker in een gezinssituatie met kinderen is het vaak onverantwoord als het langere tijd gaat duren.

De tweede reden is dat er snel een situatie ontstaat dat de vluchteling niet meer de verantwoordelijkheid neemt voor zijn leven en in een slachtofferrol terechtkomt. Ook als er opvang wordt gevonden, is het van groot belang dat de vluchteling zelf initiatief blijft nemen voor zijn toekomst!

Vanuit de ervaring van Gave weten we maar al te goed dat er helaas ook zeer ernstige gevallen zijn, mensen die geen kant op kunnen. Ook zijn er situaties waarin mensen wel in Nederland mogen verblijven, maar geen opvang meer hebben. We zijn dan ook blij dat we christenen zien die hun hart en huis openen voor deze mensen. Dat de overheid de opvang stopt wil niet zeggen dat christenen deze mensen aan hun lot moeten overlaten. Maar wijsheid is geboden!”

www.gave.nl/advies/procedure-en-opvang/uitgeprocedeerd-of-dakloos