U zeggen tegen je ouders? In ’t Zeeuws klinkt dat voor geen meter

Informeel
Informalisering is niet te stuiten. beeld Sjaak Verboom

Beleefdheid aanleren in de opvoeding is nooit weg. Maar of dit met ”u” of met ”jij” moet, is geen uitgemaakte zaak.

„Liever [heb ik] mijn kinderen een tikje te beleefd dan een tikje te vrijpostig”, schrijft Betty van der Veer op de Facebookpagina van deze krant. Als voorbereiding op een themanummer van het katern Puntkomma over informalisering plaatste de digitale redactie de vraag of kinderen ”u” of ”jij” moeten zeggen tegen hun ouders.

De Facebook-post kan niet getoond worden, omdat Facebook cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta doelgroepgerichte cookies toe om de post te tonen en ververs dan de pagina.

Als maatschappelijke ontwikkeling is informalisering niet te stuiten. Ze houdt gelijke tred met de tendens dat er minder verschillen in de samenleving zijn. Mensen zijn mondiger en minder afhankelijk. En echte armoede bestaat ook nauwelijks meer.

In christelijke kring gold lang de gedachte dat de informalisering het vijfde gebod over het (ouderlijk) gezag zou aantasten. Maar van lieverlee lieten steeds meer leiders uit de gereformeerde gezindte zich bij hun voornaam noemen. Predikanten lijken de laatste groep waar de voorkeur voor ”u” voortleeft.

Connie Kooij-Grootenboer houdt ervan dat haar kinderen ”u” zeggen, schrijft ze op Facebook. „Daar heb je heel je leven gemak van.” Petra Emens voegt eraan toe: „U is altijd goed. Jij kan altijd nog.”

Irene Breeman mocht jij zeggen tegen haar ouders. „Maar ik vond het daarom lastig andere volwassenen met ”u” aan te spreken. Dat was een van de redenen dat onze kinderen wel ”u” moeten zeggen tegen ons.”

Joanne Ligthart ziet het anders. „Jij tegen de ouders en u tegen anderen. Zo heb ik het vroeger geleerd en het gaf me nooit problemen”, zo schrijft ze. „Ik wist echt het onderscheid wel en was als kind prima beleefd tegen volwassenen.” Je ouders met jij aanspreken vindt ze „recht doen aan de intimiteit van de gezinsrelatie.” Dit aspect komt regelmatig terug in de reacties. „Ik ben oma van zeven kleinkinderen en zou het vreselijk vinden als ze u zouden zeggen”, schrijft Jolanda Dost.

”U” zeggen zou een ongewenste afstand creëren tussen ouders en kinderen. Dit is een opvallend aspect in de reacties, omdat om deze reden Duitse ouders zich met ”jij” laten aanspreken, terwijl het Duits verder sterk op ”u” is gericht.

Enkele reacties wijzen op de (gebeds)aanspraak van God met ”Jij” in andere talen. Jan Allemekinders: „Wie het gezagsargument inbrengt, moet toch nog wat uitleggen.”

In sommige dialecten bestaat het hele probleem trouwens niet. „In het Zeeuws is het gewoon jie en joe”, zegt Cobie de Witte. En Marleen van Burg voegt daar aan toe: „In ’t Zeeuws klinkt u van geen meter.”

 

Lees meer in het thema Informeel