Tweede golf? Dit zijn de zorgen van drie zorgmedewerkers

Nederland
Corrine Kroese (42, links op de foto), wijkverpleegkundige in het team Beekbergen-Hoenderloo van Buurtzorg Nederland. beeld RD
3

Alle alarmbellen rinkelen. Het aantal coronabesmettingen loopt in rap tempo op. Nederland is in de tweede coronagolf beland. Zullen ziekenzalen, net als in het voorjaar, weer volstromen? Drie reacties van zorgmedewerkers.

„Ik ervaar stilte voor de storm”

Lisanne van Vliet (27), in deeltijd voedingsassistente in het IJsselland Ziekenhuis in Capelle aan den IJssel. beeld RD

Lisanne van Vliet (27), in deeltijd voedingsassistente in het IJsselland Ziekenhuis in Capelle aan den IJssel: „In het ziekenhuis neemt de spanning toe. We krijgen weer meer coronapatiënten binnen dan in de zomer. Het wordt drukker. Ik ervaar stilte voor de storm. Collega’s zijn onzeker. Wat komt er op ons af? En hoe gaan we ons daar op voorbereiden? Wanneer gaan we opschalen? Ik laat het allemaal een beetje over me heen komen.

Het afgelopen halfjaar heb ik uitsluitend voor coronapatiënten gezorgd. Ik moet telkens helemaal in pak de ziekenzaal op. Alles erop en eraan. Op het hoogtepunt van de crisis in het voorjaar hadden we drie corona-units in gebruik, met in totaal 31 patiënten. Voor het rondbrengen van het ontbijt heb ik nu, met maximaal tien patiënten, anderhalf uur nodig. Het me omkleden ging me de afgelopen maanden steeds beter af. Je leert zo effectief mogelijk in zo’n corona-unit het eten rond te brengen, om niet te lang in die benauwende kleding te hoeven lopen.

Zeker collega’s die fulltime werken zien er tegen op om weer veel in beschermende pakken te moeten werken. Liever verzorgen ze reguliere patiënten, want zorg aan coronapatiënten kost een hoop energie. Toch denk ik dat we met z’n allen onze taken weer zullen oppakken.

Of er een tweede lockdown moet komen? Ik weet daar het antwoord niet op. Ik snap best dat veel burgers de coronaregels zat zijn. Dat gevoel heb ik zelf ook een beetje.

Toch doen we er verstandig aan om naar de overheid te luisteren en 1,5 meter afstand te houden. Laten we de regels serieus blijven naleven.

Want anders stromen de ziekenhuizen opnieuw vol met coronapatiënten. En ik weet maar al te goed hoe ziek die kunnen zijn. ”

„Mogelijk vliegen we de bocht uit”

Ben de Jong (34), intensivist. beeld RD, Henk Visscher

Ben de Jong (34), intensivist: „Ik maak me zorgen. In het voorjaar vloog de ziekenhuiszorg de bocht uit. Dat kan tijdens de tweede golf weer gebeuren. Ons zorgsysteem is niet ingericht op zo’n pandemie. Veel meer capaciteit als tijdens de eerste golf zullen we de komende tijd niet hebben. We kunnen de ic-capaciteit niet fors uitbreiden. Er is een groot tekort aan ic-personeel. Dat los je niet in een paar maanden op.

Het blijft nog altijd lastig om voldoende materialen te krijgen. Zorgminister De Jonge mag zeggen dat we nu voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen hebben, maar ik vraag me af of dat echt zo is. De levering van het slaapmiddel propofol, dat ic-patiënten krijgen toegediend, is op dit moment al een probleem. Het mag zo zijn dat we nu beter dan een halfjaar geleden weten hoe we coronapatiënten moeten behandelen. Maar laten we niet te vroeg juichen. Ik moet nog zien of coronapatiënten minder lang op de ic zullen liggen dan tijdens de eerste golf.

Een nadeel is dat de tweede golf in de wintermaanden over ons heen komt. We zitten dan meer binnen bij elkaar en zo kan het virus zich sneller verspreiden.

Bovendien kan er een griepgolf komen. Dat is dan een serieus probleem. Collega’s zien er tegenop om weer een zware periode door te moeten.

Zelf was ik na mijn vakantie moe. Binnen mijn team lijken mensen minder bereid om weer zo veel over te werken als in het voorjaar.

Laat iedereen zijn steentje bijdragen om te voorkomen dat de zorg vastloopt. Houd die 1,5 meter afstand, was je handen, blijf thuis bij klachten. Ik betwijfel sterk of we de samenleving weer stil moeten leggen zoals in het voorjaar. De rek is er bij veel mensen ook uit. Een lockdown heeft grote negatieve keerzijden. We moeten wat mij betreft verpleeghuizen niet nog eens afgrendelen.”

„Grootste angst is uitval personeel”

Corrine Kroese (42, links op de foto), wijkverpleegkundige in het team Beekbergen-Hoenderloo van Buurtzorg Nederland. beeld RD

Corrine Kroese (42), wijkverpleegkundige in het team Beekbergen-Hoenderloo van Buurtzorg Nederland: „Ik maak me zeker zorgen over een tweede golf. Onze draaiboeken liggen klaar, dat scheelt. Mijn grootste angst is uitval van personeel. Wij werken in ons team met tien mensen. Bij een verkoudheidje moet je thuisblijven en moet je je laten testen. Als er twee van ons team dagenlang uit de running zijn, wordt de spoeling wel heel dun. Dan bestaat de kans dat anderen zeven dagen per week aan het werk moeten. We praten nu al over scenario’s om bij gebrek aan personeel sommige patiënten minder zorg te verlenen.

We vergaderen nu nog in een ruimte, op afstand van elkaar. Maar de kans bestaat dat we binnenkort, als het aantal coronabesmettingen blijft oplopen, alleen weer online overleg voeren.

Ons team draagt preventief mondkapjes tijdens de bezoeken bij onze 35 cliënten. Toen het van de zomer zo warm was, droegen we tijdelijk geen mondkapjes. Want anders werd het haast zwart voor onze ogen. Dat we toen geen mondkapjes droegen, had ook te maken met de lage besmettingsgraad in de regio.

Het zal enorme gevolgen hebben als een of meer van onze cliënten corona oplopen. Dan moeten we weer in een heel beschermingspak de huizen in. Spatbril op, schort voor. Dat vergt veel van je concentratie, dat is vermoeiend. En zo’n beschermingspak maakt het contact met cliënten heel onpersoonlijk. Maar we willen niet het virus verder in onze wijk verspreiden. Bij Buurtzorg hebben we op dit moment wel voldoende beschermingsmiddelen. Maar ik maak me grote zorgen over beschikbaarheid van die middelen voor het geheel van de wijkzorg en de verpleegzorg. Spullen moeten ook maar net op de juiste plaats terechtkomen.

Ik baal er van als mensen coronaregels aan hun laars lappen. Ze lopen in een supermarkt te dicht bij elkaar. Jongeren, maar ook dertigers en veertigers, houden feestjes waarbij ze meer mensen uitnodigen dan eigenlijk mag. „Ach, dat kan wel”, zeggen ze dan. Ik kan zo’n reactie best begrijpen, maar die mensen moeten zich wel realiseren dat ze na een feestje ook bij opa en oma op visite gaan. En die kunnen dan besmet raken, met alle gevolgen vandien.

Of er weer een nieuwe lockdown moet komen? Een moeilijke vraag. Vanuit gezondheidsoogpunt bekeken zou dat goed zijn. Maar zo’n lockdown heeft natuurlijk ook allerlei negatieve effecten. Kinderen niet meer naar school laten gaan, dat mag wat mij betreft niet meer gebeuren. Maar ik pleit wel weer voor een mondkapjesplicht in alle openbare ruimten.”

Coronazorgen houden beurzen in greep