Treinongeluk bij Weesp legt basis voor moderne geotechniek

Een locomotief en elf rijtuigen ontsporen op 13 september 1918 bij de brug over het Merwedekanaal. De treinramp met sneltrein 102 bij Weesp eist 41 doden en 42 gewonden. beeld Wikimedia
2

Verwrongen staal, versplinterd hout en 41 doden. Op vrijdag 13 september 1918, donderdag 100 jaar geleden, gebeurt bij Weesp de op een na grootste treinramp in Nederland. De tragische gebeurtenis legt de grond voor modern bodemonderzoek.

Locomotief HSM 520 vertrekt met elf rijtuigen om 9.46 uur uit Amersfoort. Richting Amsterdam. Sneltrein 102 bestaat uit vier rijtuigen van de Staatsspoorwegen (SS) en zeven van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM).

De trein zal de hoofdstad nooit bereiken. Om 10.25 uur gaat het mis. De gloednieuwe, loodzware loc –bijgenaamd Blikken Tinus– rijdt bij Weesp de brug over het Merwedekanaal op. Onverwacht verzakt de in 1889 aangelegde dijk over een lengte van 90 meter.

Luid gekraak

De locomotief kantelt naar rechts en blijft hangen in de ijzeren brugconstructie. Drie rijtuigen zakken van het talud af en schuiven onder luid gekraak in elkaar. De houten opbouw versplintert. Het derde rijtuig raakt bedolven onder een bagagewagen en een postrijtuig.

Overwegwachter Smeek en wegarbeider Van Vliet zijn getuige van de treinramp. „We zagen de bagagewagen achteroverhellen. De trein schoof nog even door en de loc sloeg tegen de brugingang en we zagen de personenwagens achter de bagagewagen van de dijk afglijden”, meldde De Gooi- en Eemlander een dag later.

De stationschef van Weesp slaat om kwart voor elf alarm. Een aanwezige chirurg verleent eerste hulp, geassisteerd door twee toegesnelde artsen uit Weesp, vier nonnen en een enkele militairen.

De hulpverlening verloopt –naar huidige maatstaven– tergend traag. Het duurt bijna een uur voordat een eerste hulptrein arriveert. Ongevallenwagens en rijtuigen voor gewondenvervoer komen nog later.

Hulpverleners kunnen ruim twee uur na de ramp pas de eerste gewonden naar Amsterdam afvoeren. Pakweg 2,5 uur na het ongeluk komen de eerste gewonden via het Muiderpoortstation aan bij het Onze-Lieve-Vrouwe-Gasthuis in Amsterdam.

Twee passerende schepen op het Merwedekanaal brengen gewonden naar het Binnengasthuis in Amsterdam. Om 13.30 uur vertrekt een sleepboot met 2 schepen en 36 gewonden, een halfuur later een schip met 32 slachtoffers. Om 16.00 uur komt het schip aan bij het Wilhelmina Gasthuis.

De treinramp plaatst onderzoekers voor een raadsel. Dertig jaar lang heeft de spoordijk geen problemen opgeleverd. Amper twee minuten voor de ramp is de trein van Amsterdam-Hilversum nog gepasseerd. Zonder problemen. Brug op, brug af.

Minister Cornelis Lely van Waterstaat doet vier maanden lang onderzoek naar de oorzaak. De spoordijk blijkt door langdurige regen volkomen doorweekt, terwijl ondoordringbare veenlagen het wegstromen van water verhinderen. Bovendien blijkt er kwelwater uit het Merwedekanaal onder de kleidijk te zijn doorgesijpeld, waardoor het grondwaterpeil in de spoordijk is gestegen tot boven het maaiveld. Bij het passeren van de trein bezwijkt de zompige dijk.

Van Vollenhove

Door het ongeluk ontstaat er grote behoefte aan kennis over de gedraging van de bodem. De treinramp vormt de aanleiding voor de oprichting van het Laboratorium voor Grondmechanica aan de Technische Hogeschool Delft, het startsein voor de ontwikkeling van de moderne geotechniek. Afsluitdijk, Maastunnel en Noord/Zuidlijn hebben daar dankbaar gebruik van gemaakt.

De tragische treinramp is 100 jaar later aanleiding voor een feestje. Geotechnici van KIVI, de beroepsvereniging van ingenieurs, vieren donderdagmiddag in de Grote Kerk in Weesp het 100-jarig bestaan van hun vak. Met een ritje per stoomtrein. Ook Pieter van Vollenhoven, oud-voorzitter van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV), stapt in.