Treinen met Tienertoerkaart: Zeeuwse bolus op verste treinstation gaf een kick

Aankoopbewijs van een Tienertoerkaart. beeld RD
5

Zak chips en fles cola mee, spoorboekje in de rugzak en treinen maar. Van Delfzijl tot Vlissingen, van Maastricht tot Den Helder. Miljoenen jongeren gingen met de Tienertoerkaart de hort op.

De roemruchte Tienertoerkaart staat vanaf zondag in de schijnwerpers op een expositie van het Spoorwegmuseum. Om jeugdige reizigers te werven, introduceerden de NS in 1969, een halve eeuw geleden, de Tienertoerkaart. In de zomermaanden konden jongeren voor een paar tientjes met zo’n kaart acht dagen (later vier) onbeperkt door Nederland reizen. De eerste zomer gingen er 85.000 Tienertoerkaarten over de toonbank. In 1991 werd het 3 miljoenste Tienertoerkaartje verkocht. In 1994 werd de kaart afgeschaft. Drie mensen blikken terug op hun belevenissen tijdens hun tienertoer.

Enkhuizen was een wereldreis

Margreet van Maren. beeld RD

Een dagje Dolfinarium, grotten bezoeken in Zuid-Limburg, naar de dierentuin in Arnhem. Als 13-jarig meisje reisde Margreet van Maren (45) met de Tienertoerkaart het hele land door. Samen met haar zusje.

Van Maren, moeder van acht kinderen en wonend in Waardenburg: „Ik zou er moeite mee hebben als mijn kinderen op die leeftijd het land zouden doorreizen. Vroeger was dat anders. Wij voelden ons niet onveilig en praatten met iedereen.”

Een bijzondere gewaarwording was de trip naar Enkhuizen, zegt Van Maren, toen woonachtig in Wijk en Aalburg. „Dat was voor ons een wereldreis. Normaal gesproken gingen we alleen twee weken naar Staphorst op vakantie. Toen we in Enkhuizen arriveerden, merkten we dat het spoor daar doodloopt. Heel apart.”

Eén gesprek in de trein staat de reislustige zusjes in het geheugen gegrift. Een jongeman sprak de in rokken gehulde meiden aan. Hij wilde meer weten over hun reformatorische achtergrond. „Deze week had ik het nog met mijn zus over dat gesprek van toen. Zij wist zich het haast nog woordelijk te herinneren. Die jongeman dacht dat ons gezin op zondagmiddag, tussen de kerkdiensten door, verplicht naar bed moest. Toen vonden we zo’n vraag heel bijzonder. Nu kunnen we er wel om lachen.”

Bezoek aan cabine kers op de taart

Arjan van 't Zelfde. beeld RD

Ze waren in hun sas als ze voor in de trein bij de machinist mochten zitten. Arjan van ’t Zelfde (49) uit Ugchelen en zijn vrienden reisden met de Tienertoerkaart het ganse land door.

Het ging Van ’t Zelfde, toen woonachtig in Ridderkerk, vooral om het reizen, niet om het bezoeken van attracties. „Alles over treinen had onze belangstelling. We wilden in zo veel mogelijk soorten treinen rijden en maakten foto’s van bijvoorbeeld stationsgebouwen van Groningen en Maastricht.”

Zo’n vijf zomers kochten de vrienden een Tienertoerkaart. Vier dagen toeren voor 40 gulden. „De ene dag het oosten van het land, de tweede dag het westen, en zo verder. In vier dagen konden we zo’n beetje het hele spoornet berijden.”

Of hij dat niet zat werd, de hele dag treinen? „Helemaal niet. We kwamen op allerlei plekken en spraken veel mensen. Als ik ergens op vakantie ben, wil ik nog steeds een treinrit maken.”

Net als Izak Verwoert vindt ook Van ’t Zelfde de Miljoenenlijn in Zuid-Limburg het fraaiste traject. „In mijn jeugd reed daar nog een dieseltreintje. De diesel kroop bijkans in je kleren. Zo’n dieseltrein in combinatie met het Limburgse landschap is zó mooi. Knap dat ze in die heuvels een spoorlijn hebben aangelegd. Dat traject heeft werkelijk miljoenen gekost.”

Zeeuwse bolus op het verste station gaf een kick

Izak Verwoert.  beeld Arieke Fotografie

Het was „de hele dag genieten.” Izak Verwoert (48) uit Kesteren kijkt met plezier terug op zijn treinreizen met de Tienertoerkaart. Vanuit zijn toenmalige woonplaats Opheusden kwam hij via het spoor in alle hoeken van het land.

Zijn eerste Tienertoerkaartje, vier dagen onbeperkt treinen, kostte 40 gulden (18 euro). „Ik heb een trein-gen en geniet van de verschillende treinen en de landschappen. Mijn doel was destijds om álle spoorlijnen van Nederland een keer te hebben bereden. Die missie heb ik in die jaren nagenoeg volbracht.”

Bij al zijn trips keerde de jeugdige treinreiziger telkens dezelfde dag weer huiswaarts. Soms best spannend in een tijd zonder internet. „Het spoorboekje was mijn eerste levensbehoefte. Ik wilde eens binnen een dag alle vergeten diesellijntjes in Groningen en Friesland over. Zo’n dag denk je vaak: Ga ik dit redden?”

Naast zijn rugzak met daarin wat boterhammen sjouwde Verwoert een fototoestel mee. „Eentje dat je nu in een museum ziet.” Hij hechtte aan rituelen tijdens zijn uitstapjes met de trein. „Op het verste punt bestelde ik in de stationsrestauratie altijd koffie met de lokale specialiteit. In Limburg de vlaai, in Zeeland de bolus. Zo’n moment gaf me een kick.”

Verwoert vond het „heel spannend” om de trein te nemen naar Lelystad. „Die spoorlijn lag er nog maar net. Ik had het gevoel dat de rails net uit de klei waren opgetrokken. Je komt in een gebied waarvan je weet dat mensen er hun wortels niet hebben. Heel anders is dat in Friesland. Daar ligt het landschap er ongeveer net zo bij als een eeuw geleden.”

Het mooiste traject? Dan denkt Verwoert aan de Miljoenenlijn in de heuvels van zuidelijk Limburg. Nu is dat een toeristische stoomtrein, tussen Kerkrade en Schin op Geul.

Verwoert ging niet alleen in zijn uppie de hort op, hij stapte ook met vrienden op de trein. „Bijvoorbeeld om een open dag van de luchtmacht te bezoeken. Of een dagje te varen in Giethoorn.”