Terug naar „onveilig” Irak

Uitgeprocedeerde asielzoekers
Vader Ahmad met zijn kinderen Yusuf en Yasmin in het vertrekcentrum in Ter Apel. Moeder Abier wilde niet op de foto. beeld Sjaak Verboom Sjaak Verboom

„Ik zocht alleen maar veiligheid.” Het korte zinnetje dat meer dan eens terugkomt in het verhaal van Ahmad klinkt bijna als een verontschuldiging. De Irakees hoopte in Nederland een veilige plek te vinden. Tevergeefs. Binnenkort keert hij als uitgeprocedeerde asielzoeker met vrouw en kinderen terug naar Irak.

Vrijheidbeperkende locatie. Dat is de officiële naam van het vertrekcentrum in het Groningse Ter Apel. Op het eerste gezicht verschilt het complex weinig van een doorsnee asielzoekerscentrum. De bewoners, die elke dag moeten stempelen, zijn echter allemaal uitgeprocedeerd.

Degenen die niet bereid zijn naar hun land van herkomst terug te gaan, kunnen rekenen op vreemdelingendetentie, gevolgd door een gedwongen uitzetting. Uitgeprocedeerden die wél meewerken aan vertrek, kunnen met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) hun terugkeer organiseren.

Achter de slagboom van het centrum lopen mensen met uiteenlopende nationaliteiten op deze voorjaarsdag met boodschappen te zeulen. Op het gras spelen kinderen vrolijk een spel. De stralende zon neemt de zorgen van hun ouders intussen niet weg.

Een van de bewoners is Ahmad (32). De Irakees verblijft met zijn vrouw Abier (30), zoon Yusuf (4) en dochter Yasmin (3) in een woonunit die ze moeten delen met een gezin uit Macedonië. In de kleine kamer staat een tafel met vier rode plastic stoelen eromheen. De witte wanden zijn kaal. In de hoek toont een televisie beelden zonder geluid.

Terwijl Abier, getooid met een hoofddoek, voor koffie zorgt, draait Ahmad de film van zijn leven terug. Hij wordt in 1978 geboren in een islamitisch gezin in het dorp Gayara, in de noordelijke Iraakse regio Mosul, waar hij een zorgeloze jeugd heeft. In 2004 –Ahmad runt intussen een fotozaak– trouwt hij met Abier. Ze krijgen twee kinderen en zijn gelukkig.

Enkele jaren later verstoort „de ellende van de aanslagen door al-Qaida” hun vreedzame leven. „Mensen werden met de dood bedreigd, burgerdoelen gebombardeerd. Als fotograaf maakte ik opnamen van het nieuwe leger. Daarom werd ik door terroristen beschouwd als een volgeling van de Amerikanen die niet loyaal was aan zijn eigen volk.”

Na bedreigingen wordt de grond Ahmad in 2008 te heet onder de voeten. „We hadden vier auto’s, een winkel en een huis. Maar ons bezit kon ons niet beschermen. Ik heb de deur van de winkel op slot gedaan, m’n geld gepakt en ben met vrouw en kinderen gevlucht. Op zoek naar een veilige plek waar we ons konden vestigen.”

Het gezin wijkt uit naar Turkije om vandaar verder te reizen naar Europa. Dat hij in Nederland terechtkomt, noemt Ahmad toeval. Mensensmokkelaars zetten hem er af, na een lange reis per vrachtwagen. „De kinderen werden onderweg verdoofd met medicijnen, zodat ze zich bij grensovergangen stil zouden houden.”

In het aanmeldcentrum in Ter Apel, pal naast het vertrekcentrum, dient Ahmad in 2008 een asielverzoek in. Kort daarna krijgt het gezin een plek in het azc in Gilze toegewezen. Af en toe bereiken hen berichten uit Irak. „Mijn winkel is opgeblazen en mijn vader kwam kort na ons vertrek bij een aanslag om het leven”, zegt Ahmad met een somber gezicht.

De omstandigheden in het azc vormen een schril contrast met zijn vroegere woonsituatie. „We moesten alles delen met andere mensen, ook de wc. Maar we dachten: Even volhouden, dan wordt het beter. We zijn hier in een veilig land en straks krijgen we een woning. Veiligheid, een stabiele plek, dat was alles wat ik zocht.”

Groot is de teleurstelling als hij na tien maanden hoort dat zijn asielaanvraag is afgewezen. „Ik had dat niet verwacht, dacht dat ik hier kon blijven totdat de situatie in Irak zou verbeteren. Wat heb ik zonder verblijfspapieren aan een veilige plek? Het is alsof je met de ene voet op de grond staat en met de andere in de lucht zweeft.”

De rechtbank wijst Ahmads bezwaar tegen de negatieve beschikking af. In oktober 2009 is hij uitgeprocedeerd. „We zaten intussen in het azc in Gees en kregen te horen dat we Nederland binnen een week moesten verlaten. De situatie in Mosul zou voor ons bij terugkeer niet té onveilig zijn.”

Gevoelens van teleurstelling, boosheid en onbegrip strijden bij Ahmad om de voorrang. „Ik was helemaal in de war, heb een paar tassen met kleren gepakt en ben uit angst met vrouw en kinderen weggevlucht uit het azc. Ik was zo bang dat ik niet kon nadenken over terugkeer.”

Gedurende enkele maanden verblijft het gezin illegaal bij landgenoten in diverse plaatsen. „Het is heel moeilijk met twee kinderen bij andere mensen in huis te wonen. We hadden weinig ruimte om te bewegen. Zelf voelde ik me als een crimineel die zich verborgen moest houden. Ik werd bijna gek. Uiteindelijk heb ik besloten toch terug te gaan naar Irak.”

Via vrienden komt hij eind maart in contact met Ahmed Kanaan, een geboren Irakees die werkzaam is bij de IOM en actief in contact probeert te komen met uitgeprocedeerden en illegalen. Omdat hij besluit aan terugkeer mee te werken, krijgt zijn gezin voor de laatste periode in Nederland een plek in het vertrekcentrum Ter Apel, waar het nu in afwachting is van een vliegticket.

Het ziet ernaar uit dat Ahmad, Abier en de kinderen begin volgende maand via het Jordaanse Amman daadwerkelijk zullen terugkeren naar Irak. Volgens de statistieken van het ministerie van Justitie vallen ze dan in de categorie vrijwillige terugkeerders. Die vrijwilligheid is echter relatief. „Ik heb geen keus. In Irak is het onveilig, maar ik wil hier niet als een hond op straat leven”, zegt Ahmad.

„Het leven in Nederland is voor ons net zo erg als in Irak, alleen op een andere manier”, vervolgt de uitgeprocedeerde asielzoeker. Hij merkt dat hij in de afgelopen twee jaar door de spanning en onzekerheid is veranderd. „Ik word sneller boos en ongeduldig.”

Ahmad stelt dat de situatie in Noord-Irak sinds zijn vertrek niet is verbeterd. „Mosul staat volgens de Verenigde Naties bovenaan in de toptien van onveilige gebieden in Irak, voor Bagdad en Kirkuk. Ik snap niet dat de ene na de andere Irakese familie terug moet, terwijl veel Somaliërs hier wel mogen blijven. De situatie in Irak is niet beter dan die in Somalië.”

Er zijn meer zaken die hij niet begrijpt. „Als het volgens de Nederlandse regering veilig genoeg is in Mosul om asielzoekers terug te sturen, waarom opent ze er dan geen consulaat? Dan kunnen we ons daar in ieder geval melden als het fout gaat.”

Als gevluchte Irakees loopt hij in zijn geboorteland naar eigen zeggen extra risico’s. „Mensen die zijn gevlucht zijn in de ogen van sommigen verraders. Zij worden soms gekidnapt en komen pas weer vrij als er losgeld is betaald.”

Hoe zijn leven er na terugkeer uit zal zien, is een vraag die voor Ahmad met spanning en onzekerheid is omgeven. Van de IOM krijgt zijn gezin een ondersteuningsbijdrage van 6500 euro om de eerste periode door te komen. „Het is onmogelijk mijn werk als fotograaf voort te zetten. Ik zal iets anders moeten zoeken, maar ik weet niet wat.”

Na aankomst in Irak zal hij niet direct naar zijn eigen dorp gaan. „Ik wil eerst in een andere regio uitzoeken hoe de situatie in Mosul is. Mijn moeder zal ik vragen naar ons toe te komen om te overleggen wat we moeten doen. Ik zie wel hoe het gaat. Alleen God weet het. Mijn lot is bepaald.”


Herintegratie Irak

Ze hebben al hun hoop gevestigd op een verblijf in Nederland, maar krijgen nul op het rekest. Jaarlijks raken duizenden asielzoekers uitgeprocedeerd. Met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) kunnen ze vrijwillig naar hun land terugkeren. Als ze geen gebruikmaken van die mogelijkheid, hangt hen een gedwongen uitzetting door de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) boven het hoofd.

Recent maakte het ministerie van Justitie bekend dat de DT&V voor het eerst een groep van 35 Irakezen met een overheidsvlucht had uitgezet naar Bagdad. De verwachting is dat er de komende tijd meer gedwongen uitzettingen naar Irak volgen.

Bij IOM Nederland staat Irak aan de top van de lijst met landen waarnaar uitgeprocedeerde asielzoekers terugkeren. Vorig jaar begeleidde de organisatie 719 Irakezen bij terugkeer. In het eerste kwartaal van dit jaar bedroeg dat aantal 161. Bij vrijwillige terugkeer komen ex-asielzoekers in veel gevallen in aanmerking voor een financiële bijdrage.

IOM Irak biedt sinds 2003 ondersteuning aan Irakezen die vanuit Europa naar hun land terugkeren. In aansluiting daarop startte de Nederlandse tak van de organisatie in december het project Herintegratie Irak. Dat biedt IOM de mogelijkheid op individuele basis specifieke ondersteuning te bieden aan Irakezen die Nederland verlaten. Degenen die hiervan gebruikmaken, krijgen bij hun vertrek geen ondersteuningsbijdrage mee, maar kunnen de eerste zes maanden na aankomst in Irak begeleiding krijgen bij het vinden van een baan, het opzetten van een bedrijf of het volgen van een beroepsopleiding.

www.iom-nederland.nl