Styreen in zand van Vink blijft raadsel

Een straat in de wijk Eilanden-Oost in Barneveld​, waar verontreinigd zand werd aangetroffen. beeld André Dorst

De ”zandcrisis” in Barneveld gaat een volgende fase in. De bodemonderzoeken zijn afgerond, de raad wil nu evalueren. Voor sommige bewoners is de kous nog niet af.

Op één plek, in de straat Ternate in de wijk Eilanden-Oost in Barneveld, trof Royal Haskoning DHV (RHDHV) dan toch styreen aan, ruim zes keer boven de toegestane waarde.

Het bureau deed uitvoerig bodemonderzoek naar het verdachte zand van de firma Vink dat op diverse plaatsen in de gemeente Barneveld is toegepast. De voornaamste conclusie: risico’s voor de volksgezondheid zijn niet aanwezig. „Een enorme opluchting voor de bewoners”, vindt de kritische gemeenteraadsfractie van Lokaal Belang.

Vijf hectische maanden heeft Barneveld achter de rug. Die begonnen met de melding van het tv-programma Zembla dat in woonwijken in Barneveld zand was gestort dat volgens een onderzoeksrapport van de Gelderse Omgevingsdiensten de kankerverwekkende stof styreen zou bevatten. Na een herkeuring, tegen de regels in, bleek het zand, dat bij Vink was gereinigd voor hergebruik, toch schoon.

Bij die eerste keuring moet een technische fout zijn gemaakt, veronderstelde Vink. Er kan geen styreen in het zand hebben gezeten, benadrukte het bedrijf voortdurend, want de grond was „niet afkomstig van locaties waar styreen in het productieproces voorkomt.” Opmerkelijk is dan wel dat toch op styreen is gekeurd. „Normaal gesproken is styreen geen onderdeel van het standaardanalysepakket. Voor analyse op styreen is een actieve handeling nodig”, aldus RHDHV-onderzoeker Edwin de Baat deze week tijdens een informatieavond voor de gemeenteraad.

Controle

Het bureau Arcadis, dat op verzoek van bewoners meekeek bij het RHDHV-onderzoek, stelt vast: „Omdat op één plek toch styreen is aangetroffen is duidelijk dat deze parameter daadwerkelijk plaatselijk in de gewraakte partij grond aanwezig was en dus ook in één van de bij Vink verwerkte partijen verontreinigde grond heeft gezeten.”

De kwestie-Vink heeft in elk geval aan het licht gebracht dat er in Barneveld de afgelopen jaren wel wat schortte aan de controle op de toepassing van grond. De gemeente was volgens onderzoekers van BMC Yacht Group onvoldoende op de hoogte van de regels. Vanaf 50 kubieke meter geldt een meldplicht, maar de Omgevingsdienst De Vallei (OddV) ontving in 2015 slechts 16 berichten van toepassing van grond. „Terwijl er continu werd gebouwd aan tussen de 300 en 500 woningen per jaar in meerdere projecten.” Voor controle werd ook nauwelijks personeel ingezet.

Nadat de OddV erop attendeerde dat het geringe aantal meldingen niet spoorde met de bouwactiviteit, is sinds 2017 veel verbeterd. De gemeente neemt de melding voor het toepassen van grond (bij ruimtelijke projecten) in het moederbestek op, de OddV toetst alle binnengekomen meldingen en oefent meer toezicht uit.

Lessen

De zandaffaire is nog niet afgesloten. De gemeenteraad gaat een onderzoek instellen naar het verloop van de kwestie en het functioneren van het college, de gemeentelijke organisatie en de raad zelf, „om hieruit lessen te trekken voor de toekomst.” Bewoners hebben Vink, de gemeente en de provincie Gelderland aansprakelijk gesteld voor de financiële schade die ze mogelijk lijden. Het openbaar ministerie is nog altijd bezig met strafrechtelijk onderzoek, mede op basis van de bevindingen van de Gelderse Omgevingsdiensten. En het vervuilde zand in Eilanden-Oost laat de gemeente binnenkort vervangen.

Gemeente laat vraag naar herkomst zand vallen

Waar de verdachte partij grond vandaan kwam, is niet opgehelderd. Burgemeester en wethouders zijn daar ook niet meer in geïnteresseerd. In januari stelden zij nog dat ze desnoods de bestuursrechter zouden inschakelen om van Vink duidelijkheid te krijgen, zodat het verdachte zand verder onderzocht zou kunnen worden.

Vink weigerde steeds –„om privacyredenen”– de herkomst te onthullen. De gemeente heeft Gedeputeerde Staten van Gelderland verzocht de informatie te laten vorderen. Daar zag de provincie echter geen grondslag voor. Vervolgens heeft RHDHV zandmonsters aanvullend onderzocht op diverse mogelijke stoffen. „Door deze zorgvuldige en uitgebreide analyse kan informatie over de herkomst in redelijkheid niet meer bijdragen aan het onderzoek naar de kwaliteit van het zand”, schrijven B en W in een voorstel aan de gemeenteraad.