Strakke architectuur in uitgestrekte Noordoostpolder

25 jaar Flevoland
De straten in Nagele zijn rechttoe rechtaan. De bebouwing in het dorp werd ontworpen door architecten als Cornelis van Eesteren en Gerrit Rietveld. Foto André Dorst André Dorst

NAGELE – Uitgestrekte landerijen, doorsneden door provinciale wegen en om de paar kilometer een dorpje. Dat is de Noordoostpolder, het oudste deel van het 25 jaar jonge Flevoland.

Nagele, Tollebeek, Espel, Creil, Rutten, Bant, Luttelgeest, Marknesse, Kraggenburg en Ens. Vraag de gemiddelde Nederlander naar een van deze plaatsen en hij zal je niet-begrijpend aankijken. Het voormalige eiland Schokland, tussen Ens en Nagele, roept al wat meer herkenning op. Er zijn enkele overeenkomsten. Allemaal liggen ze in een cirkel rond Emmeloord, in de gemeente Noordoostpolder. En de onderlinge afstand is vrijwel gelijk: ongeveer 6 kilometer.

Nadat in 1942 de Noordoostpolder, als eerste deel van het huidige Flevoland, droogviel, werden er al snel boerderijen gebouwd. De schuren die kort na de oorlog verrezen, waren van eenvoudige betonnen prefab­elementen. De schuren zijn nog steeds kenmerkend voor de Noordoostpolder.

In 1943 startte de bouw van de eerste plaats: Emmeloord. In 1946 volgde Marknesse en daarna de andere dorpen. Nagele (1954), Tollebeek en Espel (beide 1956) sloten de rij. De opzet was dat mensen de afstand tussen de dorpen op de fiets konden afleggen. Direct bij de bouw was dat al achterhaald, omdat steeds meer mensen de beschikking kregen over een auto. Later werd Lelystad afgestemd op de auto en Almere op het openbaar vervoer.

Bij de meeste dorpen in de Noordoostpolder werd ervan uitgegaan dat arbeiders bij de boerderijen gingen wonen. Dat is ook nog steeds te zien. Links en rechts staan bij de boerderijen nog woningen die naar de huidige maatstaven voor de meeste mensen te klein zijn.

Er zijn ook verschillen in de dorpen. Tollebeek oogt oud. Veel huizen stammen uit de beginperiode. Marknesse heeft gedeeltelijk juist weer iets nieuwere huizen. Nagele werd gericht op wonen in een dorpskern. Het plaatsje werd getekend door architecten als Cornelis van Eesteren en Gerrit Rietveld. Het kreeg daardoor een heel eigen sfeer. Kenmerkend is dat vrijwel elk pand een plat dak heeft. Dat geldt ook voor de kerken en de school.

De spil in het geheel is Emmeloord. Terwijl de andere plaatsen gemiddeld zo’n 2000 inwoners hebben, telt Emmeloord er 25.000. Hier komen mensen voor voorzieningen als winkels en het ziekenhuis. In Emmeloord staat ook het gemeentehuis. En niet ver daar vandaan de Poldertoren, een 65 meter hoge voormalige watertoren waarin nu de VVV, een ANWB-winkel en een restaurant zijn gevestigd.

De Noordoostpolder heeft twee voormalige eilanden: Urk en Schokland. Beide lagen tot de inpoldering in de toenmalige Zuiderzee. Elk hebben ze hun eigen historie. Urk ligt weliswaar in de Noordoostpolder, maar is een zelfstandige gemeente.

Het andere eiland, Schokland, werd in 1859 na stormen ontruimd en toegevoegd aan de gemeente Kampen. In 1995 kwam Schokland op de Werelderfgoedlijst en in 2008 werd het weer officieel een dorp. Er wonen vijf mensen.

Dit is het vierde artikel in een serie over 25 jaar Flevoland.

Lees de andere delen via www.refdag.nl/25jaarflevoland