Steef de Bruijn wil als hoofdredacteur verbindingen zoeken

Maandoverzicht januari 2017
Steef de Bruijn. Beeld RD, Anton Dommerholt

Steef, zo noemden zijn ouders hem al, zo presenteert hij zich nu ook. De titels van doctor en landbouwkundig ingenieur houdt hij bescheiden achter zijn vest. Hij draagt steevast een stropdas, en een laptop, en is zelfs met het naadje van de kous nauwelijks tevreden. De Bruijn is bekend met het krantenvak. Zijn liefde om ‘dingen’ te vertellen en uit te leggen bracht hem al in 1996 bij het RD. Per 1 maart volgt hij hoofdredacteur Kranendonk op als boegbeeld van het Reformatorisch Dagblad.

De Bruijn (54) formuleert zijn zinnen zorgvuldig, bang om een nuance over het hoofd te zien. Verheft zelden zijn stem – misschien kan hij dat niet eens. ’t Is geen verlegenheid, eerder gelijkmatigheid. Hij dwingt respect af door analyse en visie, door overtuigingskracht en een Zeeuwse vasthoudendheid.

Geen pendelbusje

Met zorg kiest vader De Bruijn een middelbare school uit voor zijn jongen, die zo aardig leren kan. Het liefst stuurt de oud gereformeerde loonwerker uit Sint Maartensdijk Steef naar de Guido de Brès in Rotterdam. Maar de reistijden zijn lang en de jongen meesturen met de pendelbusjes vol ruwe havenarbeiders gaat hem ook te ver. Steef moet maar naar Bergen op Zoom. Niet naar de Rijksscholengemeenschap, waar –zo wordt rondgefluisterd– drank en drugs voorkomen. Liever naar het degelijke rooms-katholieke Mollerlyceum, waar orde en tucht nog gewoon zijn. „Daar moest ik duidelijk voor mijn standpunten uitkomen. Ook vrij vragen voor bid- en dankdagen en ontheffing van de eucharistieviering bij de opening van het schooljaar.” Steef leert er open te zijn, en zijn klasgenoten nemen hem zoals hij is. Wensen hem bij gelegenheid meelevend ”een leuke biddag” toe.

De keuze voor een studie aan de Landbouw Hogeschool in Wageningen maakt Steef zelf, „hoewel mijn verworteling in agrarisch milieu zeker een rol speelde.” Tijdens zijn studie houdt hij zich vooral bezig met plantenziektekunde. Na afronding blijft hij verbonden aan de universiteit en werkt aan een proefschrift over het transport van bouwstoffen door de plant heen. „Na mijn promotie volgde een onderzoek naar de allereerste aanleg van de knolletjes die uitgroeien tot aardappels. Welke factoren spelen hierin een rol en kun je die factoren beïnvloeden en zo de groei remmen of juist stimuleren?”

„Na afloop van het contract sta je voor een keuze om een volgend onderzoeksproject aan te vragen, opnieuw voor een paar jaar. Het bood geen zicht op een blijvende baan. Bovendien ga je je afvragen of je altijd wetenschappelijk onderzoek wilt verrichten.” De Bruijn vindt het namelijk ook heel leuk om anderen over zijn werk te vertellen en moeilijke onderwerpen uit te leggen. Een vacature voor wetenschapsredacteur bij het Reformatorisch Dagblad past daar uitstekend bij. Zo komt hij in 1996 de RD-drempel over.

De Bruijn wil ”de wetenschap” begrijpelijk maken voor zijn lezers, maar vooral ook de achtergronden van wetenschappelijke keuzes belichten. Waarom buigen onderzoekers zich over bepaalde vragen, wat zijn de gevolgen van onderzoek op langere termijn en hoe verhoudt het zich tot het Bijbelse wereldbeeld?

„In mijn werk op de universiteit leerde ik juist hoe weinig wij mensen weten. Hoe complex de schepping in elkaar steekt, maar dat ze tegelijk zo geordend is dat je slechts verwonderd kunt zijn over de schoonheid ervan, over de almacht van de Schepper. Vanuit dat uitgangspunt wilde ik de wetenschap uitleggen aan de RD-lezer.”

Kantelpunt

De Bruijn is nog maar vijf weken in dienst van het RD als hem een ernstig verkeersongeval overkomt. De auto waarin hij met zijn gezin rijdt, slaat over de kop en alle zeven inzittenden belanden in het ziekenhuis. Het wordt –opnieuw– een kantelpunt in zijn leven. „Zoals ik daar de macht over het stuur verloor, zo verging het mij ook met het stuur van mijn leven. Door eigen schuld, besefte ik. Ik wil er dit van zeggen: het leidde er uiteindelijk toe dat ik alles uit handen moest geven en leerde buigen voor God, en mijzelf mocht onderwerpen aan Hem als de grote Koning over mijn leven.”

De vreugde van de geboorte van het jongste kind in het gezin gaat vergezeld van veel zorg. Het jongetje heeft het syndroom van Down. Deze zorg heeft voor De Bruijn ook een keerzijde. „Jonathan heeft mij erg geholpen om met andere ogen te kijken naar wat werkelijk van belang is in dit leven. Wij zijn geneigd om de dingen belangrijk te vinden die ons succesvol maken. Maar een leven kan heel waardevol zijn zonder dat het later tot een vwo-diploma of glanzende carrière leidt. Tijdens de laatstgehouden kerstfeestviering op de Rehobothschool, waar Jonathan op zit, zie je kinderen vol overgave zingen. Dat is zo ontroerend en inhoudsvol. Zeker als je bedenkt dat er bij die zangers aan de glazen zee ook mensen zullen zijn, die hier met zo veel beperkingen kampten, veel zorg nodig hadden en in de maatschappij niet erg gewaardeerd werden. Door Jonathan kreeg ik oog voor het kwetsbare, het geringe. Gods maatstaf staat haaks op onze hang naar prestatie en succes. De Bijbel zegt dat Hij de eenvoudigen gadeslaat, de hongerigen met goederen vervult, rijken ledig wegzendt.”

Voorsprongetje

Van meet af aan is De Bruijn binnen het RD betrokken bij digitale ontwikkelingen. Niet alleen schrijft hij erover in de krant, hij helpt ook bij het zoeken naar een Bijbels onderbouwde visie op de nieuwe media. „Ik had vanwege mijn werk in Wageningen een voorsprongetje. De komst van het wereldwijde web in 1991, de eerste browsers, het benaderen van databases in andere landen – je was al vertrouwd met al die zakelijke toepassingen. Er leefde bij mij nauwelijks reserve ten opzichte van internet. Ik was zelfs wat verbaasd over de discussie die er ontstond in de gereformeerde gezindte. Internet ervaarde ik vooral als een nuttig medium voor wetenschappers. Achteraf gezien hielp het mij later om die nieuwe technieken evenwichtiger te benaderen. Neem bijvoorbeeld die virtualrealitybrillen. Zelfs de ALDI verkoopt ze inmiddels. Of die VR-bril een vlucht zal nemen als de smartphone weet ik niet, maar dat de techniek hiervan massaal gebruikt gaat worden, geloof ik vast. Nu kan ik een heel somber verhaal houden over welke nare dingen er op dit moment mee mogelijk zijn. Zeker als je denkt aan genres zoals erotiek. Maar ik zie ook dat er mooie, maar ook heel belangrijke toepassingen ontstaan zijn in de industrie, in het onderwijs, in de zorg. Daarom moeten we zo’n ontwikkeling niet zomaar aan de kant schuiven.”

Management

In de loop der jaren wordt De Bruijn steeds meer betrokken bij projecten en denkgroepen binnen het RD. In 2004 wordt hij opgenomen in de hoofdredactie. „De wetenschapsredactie verveelde me bepaald niet, maar gaandeweg krijg je steeds meer managementtaken toebedeeld. Mijn werk bleef voornamelijk liggen op het terrein van mediagebruik.”

De bezinning daarop breidt zich binnen de gereformeerde gezindte steeds verder uit en er ontstaat samenwerking tussen het RD en Driestar educatief. De Bruijn krijgt naast zijn functie als plaatsvervangend hoofdredacteur een lectoraat aan deze hogeschool. Een van zijn hoofdtaken daarbij is het vormen van een visie op verantwoord mediagebruik. Daarbij wil hij zich richten op zowel het onderwijs als de opvoedingssituatie. Te breed en te veel, zegt Driestar educatief. Beperk je liever tot een van beide; kies voor opvoeding óf onderwijs. „Toch hield ik vast aan die koppeling. Het dwong me om steeds rekening te houden met beide kanten. Tegenover de bezorgde ouders benadruk ik dat ze ook moeten denken aan de nuttige toepassingen van media. En die soms wat vooruitstrevende onderwijsmensen hield ik voor: Besef steeds wat de gevolgen en gevaren kunnen zijn van de nieuwe ontwikkelingen.”

Ook voor De Bruijns eigen vorming was het lectoraat van groot belang. „Het gaf me niet alleen de kans om me vast te bijten in het zo belangrijke thema van de moderne media. Maar het was zo leerzaam omdat ik in heel andere keukens mocht kijken. Ik leerde op een andere manier naar mensen te kijken. Persoonlijkheidsvorming, ontwikkeling van karakters en identiteit, daar wist ik niet meer van dan uit wat boekjes. Als bètaman kreeg ik nuttige aanvullende lessen uit de alfa- en de gammawetenschappen.”

Ingeburgerd

De Bruijn wordt hoofdredacteur van een krant die volop meedeint op de golfslag van medialand. „Toen ik in 1996 bij het Reformatorisch Dagblad kwam, was de krant voor een groot deel van de lezers de belangrijkste, soms de enige nieuwsbron. Dat duurde niet lang; internet raakte ingeburgerd en maakte veel andere nieuwsbronnen bereikbaar. Daarbij werd het beeld steeds belangrijker en greep ook de ontlezing om zich heen.

En kijken we naar de laatste jaren, dan zien we dat sociale media een steeds grotere rol spelen. Als gevolg van dat alles zie je dat er nog maar weinig mensen zijn voor wie het RD de hoofdbron van het nieuws is. Daarom legt de krant steeds meer nadruk op achtergrondinformatie en bezinnende artikelen. Verder constateer je dat de gereformeerde gezindte steeds minder terughoudend is in het gebruik van audiovisuele media; film en dergelijke. Ten slotte laten ook reformatorische mensen zich sterk beïnvloeden door wat hun netwerken via sociale media zeggen. Daarmee is hun houding ten opzichte van het RD behoorlijk gewijzigd en het eindpunt is nog lang niet bereikt.”

Volgens De Bruijn is dat zorgelijk. Nepnieuws en desinformatie komen ook in Nederland voor en nu.nl en de NOS zijn geen neutrale nieuwsdiensten. „Het doet er wel degelijk toe hoe je wordt geïnformeerd over bijvoorbeeld Israël of medisch-ethische thema’s. Christenen doen zichzelf tekort door zich voortdurend te laten informeren door niet-christelijke informatiebronnen.”

Geen ivoren toren

De tijd is voorbij, zegt De Bruijn, dat hoofdredacteuren vanuit een ivoren toren dicteren hoe mensen moeten denken. „Voor zover die tijd er ooit is geweest. Misschien moet je dan terug naar de hoofdredacteuren Kuyper en Kersten. Natuurlijk moet je als hoofdredacteur ook nu pal staan voor je mening. Maar je dient ook rekening te houden met de waaier aan opvattingen binnen onze lezerskring. Die lopen sterker uiteen dan vroeger het geval was. Je moet de huidige lezer meer benaderen vanuit de gezamenlijke waarden, dan dat je tradities dik onderstreept. Op dat laatste punt zul je mensen toch niet op één lijn krijgen. Dat hoeft niet heel nadelig te zijn, als die waarden maar een gezamenlijk draagvlak vormen.”

Van een generatiekloof wil De Bruijn in dit verband niet spreken, wel van een communicatiekloof tussen ouderen en jongeren. „Die is groter dan ooit. Maar je ziet ook mooie dingen, als bijvoorbeeld grootouders gaan appen met hun kleinkinderen.

Daar staat tegenover dat veel ouders, en soms zelfs de oudere broers en zusjes, al niet meer weten waar de jongeren in een gezin mee bezig zijn op de nieuwe media. Het is zo belangrijk dat er met jongeren contact blijft over de belangrijkste thema’s van het leven. Niet vanuit een vooroordeel, alsof jongeren altijd bezig zijn te ontsporen. Laten we hen meer bevragen naar de dingen voor hén waardevol zijn. Ze ook vertellen welke zaken voor jou betekenis hebben, en hoe dat in je leven tot uiting komt. Natuurlijk moet je nog steeds klassieke idealen doorgeven en die proberen te realiseren in de opvoeding. Maar de tijd dat je als ouders de dingen hebt meegemaakt en de kinderen vanuit die ervaring vertelt, is achter de rug. Eerder gebeurt nu het omgekeerde.”

Roeping of uitdaging

„De redactie van de krant zal zich moeten aanpassen, ook aan die jongere generatie. Niet belerend schrijven, maar je mening baseren op dieper liggende argumenten in plaats van op heersende gewoonten of tradities. Daar vragen jonge mensen om, en ze hebben daar ook recht op in deze tijd. Temeer omdat zij zich ook weer ten opzichte van anderen moeten verantwoorden.”

Op de vraag of een intensieve baan als hoofdredacteur een roeping of uitdaging is, blijft het lang stil. „Roeping klinkt zo verheven. Maar uitdaging klinkt mij te plat. Zo van: we gaan er wat van maken. Ik zou niet durven zeggen dat ik mijn nieuwe functie als regelrechte roeping zie. Ik zie het wel als een grote verantwoordelijkheid en die wil ik proberen te dragen. Omdat ik graag dienstbaar wil zijn, ook aan de gereformeerde gezindte.”

Hoe zal de lezer gaan merken dat er een andere hoofdredacteur is? „De lezer zal niet merken dat er principiële bakens worden verzet. Kerkelijk behoor ik tot de Oud Gereformeerde Gemeenten en daar voel ik me thuis. Ik ben me ervan bewust aan de behoudende kant van het kerkelijke spectrum te staan. Maar besef ook hoe belangrijk het is om in deze 21e eeuw elkaar binnen de gereformeerde gezindte respectvol vast te houden. Steeds weer te proberen bruggen te slaan en verbinding te zoeken, evenwel ook balans te houden tussen ”vrede en waarheid”. De breedte die we nu als RD omvatten, waardeer ik en het is het waard die vast te houden.

Ik zal geen kopie van mijn voorganger zijn, liever wil ik voortbouwen op wat al bereikt is. De bijlagen bij de krant zullen opgefrist worden, hoewel dat natuurlijk niet een verdienste van mij zal zijn, maar eindresultaat van een proces dat al eerder in gang is gezet. Vooral zie ik een taak weggelegd voor het RD om een nieuwe generatie jongvolwassenen te bereiken en toe te rusten voor hun taak in de seculiere samenleving, langs welk kanaal van de Erdee Media Groep dan ook. Ongetwijfeld is dat een gevoelig terrein, maar als ik zie waar nu de jongere generatie haar bronnen heeft en waar jongeren zich nu door laten informeren, dan zou het een enorm verlies zijn voor de gereformeerde gezindte als we op dat punt onze verantwoordelijkheid niet verstaan.”

Profiel Steef de Bruijn

Dr. ir. S. M. (Steef) de Bruijn wordt in 1962 geboren in Sint Maartensdijk op Tholen. Hij volgt het middelbaar onderwijs in Bergen op Zoom, waarna hij Zeeland verlaat om een week op een studentenkamer in Wageningen en vervolgens vier jaar in een kosthuis in Rhenen te wonen. Hij studeert dan aan de Landbouwhogeschool. Na zijn afstuderen bemachtigt hij aan deze universiteit een oio-plaats (onderzoeker in opleiding) voor vier jaar. Na zijn promotie krijgt hij een driejarig contract als postdoc-onderzoeker.

In 1996 volgt een aanstelling als redacteur op de wetenschapsredactie van het RD en in 2004 wordt hij plaatsvervangend hoofdredacteur. Vanaf januari 2013 functioneert hij tevens als lector nieuwe media bij Driestar hogeschool.

In 1984 treedt Steef de Bruijn in het huwelijk met Anja Aarnoudse uit Oud-Vossemeer. Het echtpaar vestigt zich in Achterberg en krijgt zeven kinderen en zeven kleinkinderen.

De Bruijn was negen jaar diaken in de oud gereformeerde gemeente van Achterberg, na een tussenperiode van enkele jaren is hij nu ouderling in deze gemeente.