„Snoei in lijst ‘foute’ asielzoekers”

DEN HAAG (ANP) - De Tweede Kamer wil snoeien in de lijst met vermeende oorlogsmisdadigers die in Nederland verblijven.

Een meerderheid stelt voor dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) nog eens nagaat of een groep van naar schatting 700 tot 750 mensen wel terecht is bestempeld als 1F’er, ofwel verdachte van oorlogsmisdaden.

Minister Hirsch Ballin en staatssecretaris Albayrak van Justitie zullen de Kamer binnenkort een brief sturen over het probleem met veronderstelde oorlogsmisdadigers.

Asielzoekers die door de IND als 1F’er zijn beoordeeld, vielen niet onder de pardonregeling en krijgen geen verblijfsvergunning, maar kunnen evenmin worden teruggestuurd. Als gevolg daarvan verblijven de verdachten van oorlogsmisdaden, vaak met hun gezin, als statenloos burger in Nederland.

Een Kamermeerderheid vraagt het kabinet nog eens grondig te kijken naar deze groep. De asielzoekers, die hier al jarenlang verblijven, zijn als verdacht aangemerkt op basis van vrij algemene uitgangspunten. In veel gevallen gaat het om Afghanen die in het verleden voor de militaire dienst Khad hebben gewerkt en in de jaren negentig het regime van de taliban zijn ontvlucht.

Het kabinet en de Tweede Kamer worstelen al jaren met de vraag wat er moet gebeuren met de honderden vermeende oorlogsmisdadigers die in Nederland verblijven.

De aanduiding 1F verwijst naar een artikel in het Vluchtelingenverdrag van Genève. Op grond daarvan mag geen asielbescherming worden geboden aan vluchtelingen die worden verdacht van onder meer oorlogsmisdaden.