„Snelheid naar 100 km/u is een overwinning”

Stikstof
Leidenaar Martin Kroon, in het verleden jarenlang specialist snelheidslimieten op het ministerie van VROM, is blij met de verlaging van de maximumsnelheid. Hij laakt het beleid van diverse VVD-ministers van Verkeer. „Alarmerende feiten over verkeersdoden zijn weggepoetst.” beeld RD, Henk Visscher

Jarenlang voerde pensionado Martin Kroon (73) uit Leiden een kruistocht tegen de verhoging van de snelheidslimieten op snelwegen. De verlaging naar 100 km/u voelt voor hem als een overwinning.

Kroon werkte 32 jaar op het voormalige ministerie van VROM, als onder meer projectleider rijgedrag en snelheidsbegrenzing. Met afgrijzen volgde hij het beleid van de afgelopen jaren.

U bent blij?

„Zeker. Liever zag ik de limiet van 100 km/u ook ’s nachts ingevoerd, maar je kunt niet alles hebben. Dit is een belangrijke stap.”

Waarom mengde u zich jarenlang in het publieke debat?

„Ik heb het dossier rond snelheidslimieten getrokken sinds minister Pieter Winsemius (jaren 80, MK). Vanwege het milieu was toen het uitgangspunt om de emissies van vervuilende stoffen door wegverkeer zo laag mogelijk te houden. Daarom werden snelheidsverhogingen tegengehouden. In 1988 ging de snelheid buiten de Randstad deels omhoog naar 120 km/u. Vanaf die periode is echter wel fors ingezet op handhaving, wat weer milieuwinst betekende. Wat niemand weet: het ministerie voor Milieu (VROM, MK) onder leiding van Ed Nijpels, betaalde voor de flitspalen en trajectcontroles. Helaas deed ‘130’ de milieuwinst teniet.”

Voelt de verlaging voor u als een overwinning?

„Ja, omdat bij de VVD het taboe op snelheidsverlaging gesneuveld is. Zelfs aan de klimaattafels mocht er over verlaging van de maximumsnelheid niet worden gepraat. Volgens mij gingen VVD-ministers op een immorele manier om met dit dossier. Alarmerende feiten over verkeersdoden zijn weggepoetst. Het is aantoonbaar dat sinds de hogere snelheden op snelwegen het aantal dodelijke ongevallen daar fors is toegenomen. Toch uitten officiële rapporten nooit kritiek op de verhoogde snelheidslimieten. Ik vind dat de vorige minister van Verkeer daarvoor had moeten aftreden.”

Stikstof is nu hét argument voor de maatregel, dat was nooit het uwe.

„Stikstof is een goed argument, maar niet het urgentste. Ik vind verkeersveiligheid en beperken van CO2-emissies voor het klimaat belangrijker. Een ander argument is nog de energieafhankelijkheid. Deze maatregel kan ons 0,5 miljard liter olie per jaar besparen, wat ervoor zorgt dat we minder afhankelijk zijn van olie uit Rusland en het Midden Oosten.”

Hoe moet de regering dit verkopen aan de automobilist die graag het gaspedaal intrapt tot ruim 130 km/u?

„Ze moet beginnen om het leugentje waarmee de verhoging verkocht is, te weerspreken. Minister Schultz verdedigde de maatregel met het argument dat automobilisten lekker konden doorrijden. Maar er bestaat helemaal geen recht op hardrijden of op rijgenot. Ook tijdwinst is geen overheidsstaak. Veiligheid, leefbaarheid en welvaart, dat zijn zaken waar de staat zich volgens de Grondwet druk om moet maken. Rutte zei ooit zelf dat de overheid geen geluksmachine is. Behalve die rationaliteit kun je de maatregel verkopen door te benoemen dat het wegverkeer er veiliger op wordt. En dat het goed is voor de portemonnee.”

Hoeveel tijd kost lagere snelheid?

Op veel wegen gelden al snelheidsbeperkingen en daar zal de reistijd amper toenemen. Zo rekende Bert van Wee, hoogleraar transportbeleid aan de TU Delft, voor dat op het traject Utrecht-Rotterdam het tijdsverlies waarschijnlijk beperkt blijft tot zo’n drie minuten. In het noorden van het land gelden minder restricties. Neem het traject Zwolle-Groningen, ongeveer 100 kilometer. Hier mag je op het grootste deel van de A28 130 km/u. Dat zou betekenen dat je in de nieuwe situatie –in theorie– ongeveer een kwartier langer onderweg bent.

Nu.nl nam deze week de proef op de som en liet twee auto’s overdag zo’n 200 kilometer door Nederland afleggen. De ene reed 130 waar het kon, de andere 100. Het resultaat? Op een reistijd van ongeveer tweeënhalf uur was de eerste auto 13 minuten sneller.