Serieuze peiling of leuk experiment?

Het lijkt een nationale sport geworden: de uitslag van de verkiezingen voorspellen. Naast de traditionele peilingen duiken allerlei alternatieven op. „Beunhazerij ligt op de loer.”

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van vier jaar geleden zat Eric Sanders er verder naast dan de erkende peilingen. Toch was de taaltechnoloog van de Radboud Universiteit tevreden. Het aantal keren dat partijen op Twitter werden genoemd, bleek een betere voorspeller voor de zetelverdeling dan hij had tevoren kunnen denken. Met Stemming2017.nl gaat Sanders nu op herhaling. „We hebben extra parameters ingebouwd. Bijna 75 procent van de politieke tweets is van mannen, dat aandeel compenseren we nu. En grote pieken, zoals op de dag dat minister Ard van der Steur aftrad, vlakken we af.”

Maar het blijft lastig. „Als ik eerlijk ben, zullen de opiniepeilers waarschijnlijk dichter bij de uitslag zitten dan ik.” Daar kijkt Tom Louwerse niet van op. De politicoloog is de man achter de Peilingwijzer, een gewogen gemiddelde van zes opiniepeilingen. „Via internet is het makkelijk om mensen te ondervragen of data-analyse te doen. Beunhazerij ligt op de loer. De techniek is weliswaar laagdrempelig, maar er zijn ontzettend veel correcties nodig om het goed uit te voeren. In Amerika proberen ze heel veel op dit gebied. Bij elke verkiezing beloven initiatiefnemers het beter te doen. Het lukt niet.”

Voor de verkiezingen van 15 maart zijn allerlei varianten opgedoken. Prendid laat mensen voorspellen in plaats van de eigen voorkeur op te geven. Meltwater brengt in kaart wat er op social media speelt en baseert daarop zijn peiling. En Lijsttracker onderzoekt of de meest zichtbare politicus straks ook het meeste succes heeft. „Ze voorzien wellicht in een behoefte. Maar dan wel de behoefte aan amusement en verstrooiing”, zegt hoogleraar kiezersonderzoek Joop van Holsteyn veelbetekenend.

Eén nieuwkomer heeft het tot onderdeel van de Peilingwijzer geschopt: CentERdata, dat gebruikt maakt van het LISS Panel van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Louwerse: „Dit gaat om echt opinieonderzoek. De andere alternatieven zijn hooguit interessante experimenten.”