Schrappen Orions „pijnlijk en onjuist”

Viceadmiraal b.d. Matthieu Borsboom, Commandant Zeestrijdkrachten van 2010 tot 2014, is een van de auteurs van ”De Canon van de Koninklijke Marine”.  beeld Mediacentrum Defensie

Het schrappen van de Orion-patrouillevliegtuigen van de Koninklijke Marine en sluiten van Marinevliegkamp Valkenburg in 2004 bij Leiden was een „pijnlijke beslissing” gebaseerd op „onjuiste informatie.”

Dat stellen de auteurs van ”De Canon van de Koninklijke Marine” dat deze donderdag is verschenen. Een van de auteurs van het boek is viceadmiraal b.d. Matthieu Borsboom, Commandant Zeestrijdkrachten van 2010 tot 2014.

Desgevraagd zegt hij dat de Orions ten onrechte werden weggezet als „capaciteit uit de Koude Oorlog terwijl ze nog volop actief waren in crisisbeheersingsoperaties.” Nederland verkocht de dertien toestellen aan Duitsland en Portugal die er nog altijd mee vliegen.

Vijftig vensters

Samen met dr. Anne Doedens werkte Borsboom twee jaar aan De Canon van de Koninklijke Marine (uitgeverij Walburg Pers, 224 blz., 29,99 euro). Vijftig vensters geven zicht op de geschiedenis van de zeemacht in Nederland. Het boek gaat over zeehelden en zeeslagen, geuzen, kapers, slavernij en wapens. De modernisering wordt getoond: hoe men van zeil naar stoom overging en nu beland is in het tijdperk van de automatisering. De eerste mariniers en moderne acties onder de vlag van de NAVO staan er in. Ook wordt er ingegaan op de rol van vrouwen bij de marine, vanaf de zeventiende eeuw tot op de dag van vandaag. „Het is een satéprikker door de eeuwen heen”, zegt Borsboom. „We hebben het ons zelf ongelofelijk lastig gemaakt door maar vijftig vensters te kiezen. Er zijn duizenden onderwerpen. Het is de kunst van het weglaten.”

Rust

Opvallend is het venster over Piet de Jong. „De enige marineofficier die het tot minister-president schopte, aldus Borsboom. De Jong leidde het eerste naoorlogse kabinet dat de volledige rit uitzat, van 1967 tot 1971. „Hij had de rust van een zeeman, bewaarde het overzicht, was nuchter en pragmatisch in roerige tijden.” Een gevleugeld gezegde van de voormalige onderzeebootcommandant luidde: „Als u me zou doorsnijden vindt u eerst de zee en dan pas de politiek. Ik bén eigenlijk niet van de politiek.” Borsboom: „Hij was veel liever admiraal geworden.”

Specialisatie

In zijn tijd als minister van defensie (1963-1967) reorganiseerde De Jong de krijgsmacht zodat deze beter specialisaties binnen de NAVO kon uitvoeren, met name op het gebied van onderzeebootbestrijding. Critici verweten hem dat Nederland daardoor niet meer zelfstandig en onafhankelijk oorlog kon voeren.

Uiteraard komen Piet Hein, Michiel de Ruyter en Maerten Tromp aan bod. Tromp was de op een na jongste luitenant-admiraal die de marine ooit heeft gekend. Hij liet het leven in augustus 1653 in de Slag bij Ter Heijde. Tromp vond de aanwezigheid van predikanten op de vloot van het grootste belang. „Opdat de matrozen en soldaten, die anderszins rauw en ongebonden zijn, in Godes heilige vreese hoe langer hoe meer souden mogen worden onderwesen.”

Beleving

De verbondenheid in vroeger dagen tussen marinemensen en geloof is opvallend in het boek. Zeehelden haalden God in alles aan en werden na hun dood zonder twijfel bijgezet in kerkgebouwen. „Zeelieden hebben altijd een bovengemiddelde religieuze beleving”, stelt de rooms-katholieke Borsboom. „Op zee zijn ze in nabijheid van de grote schepping en beseffen ze dat er iets moet zijn die dat alles heeft gecreëerd.”

Zeeoorlog

Nog altijd kent de Koninklijke Marine de kerkwimpel die wordt gehesen als er aan boord een kerkdienst wordt belegd. „In de tijd van de Engels-Nederlandse zeeoorlogen viel je niet aan als de kerkwimpel wapperde.”