Schouten denkt terug aan de lekkere soep van haar oma

Studenten en andere belangstellenden gingen maandag in Ede met minister Schouten (voorgrond) in gesprek over de waarde van voedsel. beeld Niek Stam
4

Het overkomt minister Schouten (Voedselkwaliteit) soms ook: dat ze door haar drukke agenda een aantal dagen achtereen niet thuis kan eten en dan het koteletje in haar koelkast moet weggooien omdat het vlees over de datum is. „Ik voel er niet eens veel pijn bij.”

Dat zou anders moeten, erkende de bewindsvrouw maandag tijdens een voedseldebat in Ede. „We moeten ons voedsel weer meer gaan waarderen.”

Voedsel is de basis voor ons leven, zei Schouten. „We kunnen er zijn doordat de aarde ons voedsel geeft. Tegelijkertijd zijn we aan het vergeten wat de waarde van ons voedsel is.” Dat houdt volgens haar verband met het feit dat de voedselproductie steeds efficiënter wordt, waardoor ons eten relatief goedkoop is. „Als we echt beseffen wat er aan energie, menskracht en water achter ons stukje vlees zit, kijken we er anders tegenaan.”

Soep

De minister herinnert zich maar al te goed de soep van haar oma. „Die was ontzettend lekker, het resultaat van een heel proces. Ze warmde niet even een zakje op, maar stopte liefde, passie en tijd in de bereiding. Ons leven heeft zo’n jachtig tempo gekregen dat de maaltijd er maar een onderdeeltje van is geworden. Eten is geen centraal thema meer.”

Schouten verwees ook naar haar bezoek aan de honderdjarige universiteit in Wageningen, afgelopen vrijdag. „Een eeuw geleden was voedselschaarste hét onderwerp: Hoe kunnen we alle monden voeden? Nu verspillen we in Nederland voedsel en zijn we bezig met obesitas, terwijl wereldwijd het beschikbare voedsel niet eerlijk wordt verdeeld.”

Voor Schouten was de bijeenkomst, georganiseerd door de afdelingen van de ChristenUnie in de regio FoodValley (een samenwerkingsverband van acht gemeenten in de Gelderse Vallei), de afsluiting van een werkbezoek. FoodValley kan volgens de minister een sleutelrol vervullen bij de herwaardering van het voedsel. „Uw regio telt veel producenten van voedsel, maar ook veel kennisinstellingen op dit gebied. Samen kunnen ze elkaar verder helpen. De regio exporteert veel voedsel, maar zou ook meer kennis moeten uitvoeren. Zo is Nederland erg innovatief in het produceren van tomaten met weinig water of het verbouwen van gewassen op zilte grond. Met die technieken kunnen ook andere landen hun bevolking beter voeden.”

De minister kondigde aan dat het kabinet snel komt met een wetsvoorstel waardoor boerencollectieven met supermarkten afspraken kunnen maken over een hogere vergoeding voor duurzame producten. In 2015 vond de Autoriteit Consument en Markt de Kip van Morgen, een gezamenlijk project van de supermarkten en de vleeskuikensector, nog in strijd met het kartelverbod. Vorig jaar liet toenmalig minister Kamp al weten dat hij meer ruimte aan duurzaamheidsinitiatieven wilde geven.

Schouten: „We leggen als samenleving onze boeren behoorlijke eisen op als het gaat om dierenwelzijn of uitstoot van fijnstof, maar we betalen hen er vervolgens niet naar. De mededingingswetgeving is strak maar we zoeken naar mogelijkheden waardoor duurzaam producerende agrariërs toch meer geld mogen vragen.”

Tht-datum

Tot een echt debat met de zaal kwam het niet, mede vanwege tijdgebrek: Schouten arriveerde door het uitlopen van het werkbezoek wat later dan was gepland. De minister reageerde wel op enkele korte inleidingen. Met Peter Jansen, docent-onderzoeker voeding en communicatie bij de Christelijke Hogeschool Ede en raadslid in Ede, was ze het eens dat de tht-datum (tenminste houdbaar tot) op voedsel verspilling in de hand werkt. „Ik blijf dat in Brussel aankaarten”, zei Schouten.