Scheidend RD-hoofdredacteur Kranendonk: boodschapper voor eigen kring

Hoofdredactie RD
W. B. Kranendonk. beeld Sjaak Verboom

Het zit erop. Wim Kranendonk nam deze week afscheid als hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad. Wat hij heeft willen doen? „Bruggen slaan, mensen met elkaar verbinden.” En wat hij nog tegen de eigen kring wil zeggen? „Ga minder rollebollend over de straat, als het gaat om kleine dingen.”

Vijf dagen per week ging om halfvijf de wekker. Om halfzes zat hij in Apeldoorn achter zijn bureau. „Het eerste wat ik deed, was koffie halen, Bijbellezen, bidden tot God om hulp en wijsheid, kranten lezen en dan het commentaar voor die dag schrijven. Als onze managementassistente om kwart voor acht kwam vragen of het commentaar klaar was, keek ze verbaasd als dat niet zo was.”

Kranendonk mag fysiek zo sterk zijn als een jonge woudloper, hij weet bij ondervinding dat hij even kwetsbaar is als alle andere mensen. „Op de redactie hebben we gezien hoe broos het leven van collega’s kon zijn. Velen zijn ons ontvallen, soms in de kracht van het leven. Jan van Ginkel, Roelien Pieper, Aart van de Lagemaat. Aart zei op vrijdagmiddag tegen me: „Dag Wim, tot maandag.” En op zondag was hij er niet meer. Dat heeft me zeer geraakt.”

Sinds een halfjaar bewoont Wim Kranendonk met zijn vrouw Jannie een riant appartement op De Berg in Amersfoort. „Onze drie kinderen wonen in of nabij Amersfoort. We waren al langer van plan om dichter bij de kinderen te gaan wonen.”

Er gebeurde iets wat alles in een ander daglicht zetten. „Twee en een half jaar geleden overleed onze geliefde schoonzoon Niek, 26 jaar oud. Niek had veel perspectief in het leven, wilde arts worden. Opeens bleek hij ongeneeslijk ziek. Na maanden van hoop en vrees kwam toen toch het einde. We hebben gezien hoe eindig het leven is, maar hebben ook mogen ervaren hoe de Heere bijzonder zorgt en ondersteunt, zowel tijdens zijn ziekte als rondom zijn sterven. En Hij is een God Die de weduwen staande houdt.”

In zijn nieuw ingerichte woonkamer zegt Kranendonk, om zich heen wijzend: „Je realiseert je dat dit het laatste huis op deze aarde is waarvoor je zelf hebt kunnen kiezen. Dat doet wel wat me je. Wij zijn maar voorbijgangers.”

Er is geen rust aan deze zijde, zegt Marnix.

„Naarmate je ouder wordt, ga je meer beseffen dat het leven voorbijvliegt. Alles is betrekkelijk, alles is maar tijdelijk. We zeggen wel vaak „bij leven en welzijn”, maar we zouden dat meer moeten beseffen.”

Er gingen weinig dagen voorbij dat Kranendonk niet op de redactie aanwezig was. „Als de krant gemaakt werd, wilde ik er zijn. Een hoofdredacteur moet voor de collega’s zichtbaar zijn en moet, als dat nodig is, meehelpen om de krant te maken. Een stil en een gerust leven was niet altijd bereikbaar, maar ik heb het werk altijd met vreugde gedaan.”

Werkdagen duurden meestal vijftien uur.

„Ik heb het nooit als een last ervaren. Ik genoot van mijn werk, het was mijn hobby, vond alles geweldig om te doen. En ik heb het natuurlijk niet alleen gedaan. Zowel in de hoofdredactie als op de redactie had ik een geweldig team van mensen om me heen. Ik ben trots op hun inzet, op hun kameraadschap. Je kon weleens lijden aan de krant, maar de mooie herinneringen overheersen. Hoewel, eerlijk is eerlijk, de pijnpunten konden je ook weleens erg bezighouden.”

Waar zat de pijn?

„Discussies die onze eigen kring diep verdelen. Als we niet eens meer bereid zijn om naar elkaar te luisteren. Als mensen vooringenomen standpunten hebben. Als we wel over de ander praten en schrijven, maar elkaar niet eerlijk in de ogen willen kijken. Als we de ander niet in zijn waarde laten. Petrus en Paulus waren ook verschillend, maar áls ze elkaar veroordeelden, deden ze dat in elkaars aangezicht. Dat mis ik vaak bij ons. Ik ben in dit opzicht ook bevreesd voor de toekomst. Er staat ons veel te wachten, er staat veel voor de deur, terwijl we intern weinig bereid zijn elkaar vast te houden.”

Laat nog eens een boodschap achter voor de eigen kring.

Ongebruikelijk heftig: „We kunnen het ons niet langer permitteren om over betrekkelijk kleine verschillen de grootste oorlogen te voeren. In Nederland is ons veel gegeven, in de wereld is dat uniek. We kennen reformatorisch onderwijs. Er zijn christelijke politieke partijen. We hebben op allerlei gebieden veel eigen voorzieningen en zelfs een eigen dagblad, maar we zijn in staat om het zomaar te verkwanselen. Terwijl de secularisatie heviger dan ooit tevoren op onze kring beukt, gaan we soms rollebollend over de straat. Steeds minder jongeren begrijpen daar nog iets van. Zij vragen naar puurheid en echtheid. En ze hebben nog gelijk ook.”

Wat is onopgeefbaar?

„De onfeilbaarheid en de autoriteit van de Schrift. En dat de mens verlost en verzoend moet worden door het bloed van Jezus Christus. Daar valt niet aan te tornen. Verder ben ik geen man van de harde standpunten.”

Kranendonk kwam in 1976 in het onderwijs terecht, eerst als leraar godsdienst en geschiedenis op de algemene christelijke mavo in Krimpen aan den IJssel, later als docent geschiedenis en schooldecaan op het Van Lodenstein College te Amersfoort. Tussendoor werkte hij parttime als jeugdwerkadviseur bij de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten en schreef hij artikelen voor de GezinsGids.

Het onderwijs was hem op den duur te voorspelbaar. Wat hij wilde was schrijven: artikelen, boeken. In september 1992 werd hij bij het Reformatorisch Dagblad benoemd tot redacteur buitenland, korte tijd later tot hoofd van de binnenlandredactie. Drie jaar later werd hij adjunct-hoofdredacteur. Uiteindelijk volgde hij in 2003 dr. C. S. L. Janse op als hoofdredacteur.

Terugkijkend op de afgelopen 25 jaar zegt Kranendonk: „Natuurlijk zien wij er anders uit dan 25 jaar geleden. De tijd heeft niet stilgestaan. Het RD is veranderd. Dat moet ook. Want het is een andere tijd.”

Anderen zeggen: Houd wat je hebt.

„Dat doen we ook, zeker als het om de uitgangspunten gaat, om de gereformeerde belijdenis. Daar staan we pal voor. Maar die uitgangspunten moeten wel vertaald worden naar deze tijd. De grote slag zal gaan worden: Hoe houden we de jonge generatie bij deze grondslag? Dertig jaar geleden was het christelijk geloof een dominerende factor in de samenleving. Nog niet iedereen wil het geloven, maar dat is wel echt voorbij. Ons past bescheidenheid. Wij kunnen soms denken dat wij de enigen zijn die normaal doen, maar we moeten niet vergeten dat wij in het maatschappelijk leven aparte mensen zijn geworden. De meest basale grondwaarheden uit de Bijbel worden nauwelijks meer begrepen. In dit opzicht heerst er een grof analfabetisme in Nederland.”

De boodschap was: bruggen bouwen, mensen aan elkaar verbinden. Is ’t gelukt?

„Ik weet ’t niet.” Dan: „Nee, ik denk ’t niet. Als ik lees hoe ongenuanceerd sommigen denken en schrijven, ook mensen die ik hoogacht om hun geestelijke staat, nee, dan is ’t niet gelukt. De gereformeerde gezindte is een wederspannig huis.”

Dat klinkt wel wat somber.

„Mij is gevraagd op basis van Schrift en belijdenis mijn werk te doen. Dat heb ik gedaan. We gingen voor recht en trouw. Maar wat meer is: de Heere bouwt Zijn Kerk. Dat hoeven wij niet te doen.”

Kranendonk stond nog weleens wat kort voor de kar, vonden collega’s. Het was vooral: aanpakken en niet zeuren.

„Lang discussiëren over bijzaken is aan mij niet besteed en vergaderingen duren mij algauw te lang. Op de krant moeten nu eenmaal snel beslissingen worden genomen. En verder is het: laten we maar gewoon doen.”

Je hebt meer dan 1500 commentaren geschreven. Je weet dus nu hoe de wereld in elkaar steekt.

„Absoluut niet. Wat ik weet, is hoe mensen op bepaalde ontwikkelingen reageren. Maar daarmee weet ik nog niet hoe de wereld in elkaar steekt. Hoe meer je weet, des te meer je ontdekt dat je nog niet zo veel weet. Ik weet van heel veel dingen weinig af. Misschien heb ik van stap tot stap de waarheid willen naspreken. Ik heb in elk geval nooit de indruk willen wekken dat ik als een belerende schoolmeester wel even zou vertellen hoe het allemaal zit. En verder is een commentaar schrijven vaak ook een ambachtelijke en routinematig bezigheid. Er waren ook wel commentaren die echt geboren werden, waarin ik schreef wat mij diep vanbinnen beweegt, maar dat waren er geen honderd.”

Wat kan je ontroeren?

„Een fragment uit een preek. Zoals van afgelopen zondag, over de komst van het Koninkrijk der hemelen. Of als ik een oude brief van een kind van God lees, over het eenvoudige leven met de Heere, hoe goed het is om Hem te dienen en te vrezen. Of als ik een collega zie lijden, hoe broos het leven voor sommigen is.”

Met een acute brok in de keel: „Of als je staat naast je dochter, aan het graf van haar man, op de begraafplaats in Leusden. Je eigen dochter die, nog geen dertig jaar, weduwe werd. Maar ik kan ook ontroerd raken als ik het enthousiasme van mijn kleinkinderen zie, als ik ze spannende verhalen vertel over ridder Cazimir. Wat me ook ontroert, is als ik eraan denk wat mijn kinderen en kleinkinderen in deze wereld allemaal nog zullen meemaken.”

Je houdt van oude schrijvers en van de kleine kerkgeschiedenis in Nederland, maar je schrijft veel over de Amerikaanse politiek. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?

„Amerika is een fascinerend land. Ik wilde er al heen toen we net getrouwd waren. Mijn interesse in Amerika ligt meestal op het snijvlak van godsdienst en politiek. De geschiedenis heeft geleerd dat wat zich in de Verenigde Staten afspeelt, vijftien jaar later bij ons gebeurt. Amerika loopt in allerlei ontwikkelingen voorop. Dat maakt het tot een boeiend land. Amerika blijft mij verrassen, met of zonder Trump.”

Amerika is weinig diepzinnig, is in moreel verval.

„En toch: te midden van al die oppervlakkigheid kom je daar nog meer sporen van het christelijk geloof tegen dan bij ons. Als je in New York in een taxi stapt, kan het zomaar gebeuren dat de taxichauffeur vraagt of je in God gelooft of je Jezus kent. Dat is bij ons ondenkbaar. Amerika heeft ook oudvaders: Jonathan Edwards, Thomas Shepard, Thomas Hooker.”

Op je bureau stond een bordje met de tekst: ”Good morning, let the stress begin”. Dat was elke morgen het welkom, om halfzes. Dat wordt nog wennen straks, als uitgever van De Banier: geen stress meer.

„Ik houd van stress en spanning, kan alleen maar onder druk werken. Ik blijf natuurlijk wel in de organisatie rondlopen, maar zal bewust op de achtergrond blijven, zal geen commentaar meer geven op de gang van zaken. Er zullen straks dingen gebeuren waar ik niet meer bij betrokken zal zijn, maar waar ik ongetwijfeld een mening over heb. Het geeft wel weemoed, maar het is goed zo. Ik laat het graag over aan mijn opvolger, Steef de Bruijn. Hij was jarenlang mijn maatje. Voor mij is het welletjes.”

Levensloop Wim Kranendonk

Willem Bastiaan Kranendonk werd op 17 november 1955 geboren in Ridderkerk. Vanaf 1992 werkte hij bij het Reformatorisch Dagblad, eerst als redacteur buitenland, toen als hoofd van de binnenlandredactie, in 1997 als adjunct-hoofdredacteur. Op 1 augustus 2003 volgde hij dr. C. S. L. Janse op als hoofdredacteur. Voordat hij in dienst was bij het RD werkte Kranendonk als docent geschiedenis en godsdienst in het voortgezet onderwijs. Hij is sinds 1991 docent kerkgeschiedenis aan de Cursus Godsdienstonderwijs van de Gereformeerde Gemeenten en was tien jaar schoolbestuurder en twaalf jaar bestuurslid van de stichting Kom over en help.

Kranendonk is gehuwd, heeft drie kinderen en drie kleinkinderen.

---

Lees ook

De Bruijn nieuwe hoofdredacteur Reformatorisch Dagblad (RD.nl, (02-01-2017)

Hoofdredacteur W.B. Kranendonk: ‘Reformatorisch Dagblad heeft ook boodschap voor de samenleving’ (Kerkinformatie, 01-07-2007)

“RD mag confrontatie niet schuwen” : Naar buiten treden ziet nieuwe hoofdredacteur W. B. Kranendonk als onderdeel van missie krant (Reformatorisch Dagblad, 02-05-2003)

Kranendonk hoofdredacteur Ref. Dagblad (Reformatorisch Dagblad, 26-04-2003)

RD benoemt nieuwe adjunct in hoofdredactie (Reformatorisch Dagblad, 17-09-1997)