Samenwonen werd in korte tijd normaal

beeld Sjaak Verboom

Ongehuwd samenwonen is steeds gewoner geworden. Inmiddels vindt ruim driekwart van de Nederlanders het een goed idee dat stellen eerst samenwonen voordat ze de stap naar een huwelijk zetten. Als ze gaan samenwonen zónder ooit te trouwen, is dat ook best.

Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarvan de resultaten deze dinsdag openbaar zijn gemaakt. De opvattingen over trouwen en samenwonen –in het onderzoek wordt geen onderscheid tussen hetero- en homoseksuele relaties gemaakt– zijn snel veranderd en een groot deel van de bevolking betreurt dat niet: minder dan 15 procent geeft aan het huwelijk de voorkeur boven samenwonen.

Veel mensen betreuren wel dat het aantal echtscheidingen toeneemt, net als het aantal kinderen dat een deel van zijn jeugd in een eenoudergezin doorbrengt. Het aantal echtscheidingen nam toe van 15 procent begin jaren zeventig tot meer dan 40 procent nu. Daarmee groeide ook het aantal eenoudergezinnen: van 250.000 begin jaren tachtig tot ruim 570.000 begin vorig jaar.

Eerst samenwonen

In 2000 vond twee derde van de bevolking het nog een goed idee om direct te trouwen zonder eerst te hebben samengewoond. Inmiddels is dat nog maar een minderheid. Het CBS citeert onderzoekers die stellen dat een behoorlijk aantal mensen het huwelijk nog steeds belangrijk vindt. In 2013 gaf een meerderheid van de twintigers nog aan ooit te willen trouwen, en een meerderheid doet dat ook. De gedachte bij samenwonen voor het huwelijk is dat dit tot stabielere huwelijken moet leiden.

Dat laatste blijkt echter niet uit het aantal echtscheidingen. Onder echtparen die eerst hebben samengewoond komen juist relatief veel scheidingen voor, volgens deskundigen omdat deze groep minder waarde aan het huwelijk hecht.

Inmiddels is meer dan de helft van de vrouwen die voor het eerst moeder wordt niet getrouwd. Aan het begin van deze eeuw was dit nog een derde. Begin jaren zeventig was dit nog maar 3 tot 4 procent.

Secularisatie

Oorzaken van deze ontwikkelingen worden onder andere gezocht in veranderingen in waarden en normen, die samengingen met processen zoals secularisering, modernisering, emancipatie en individualisering, aldus het CBS. „Vanaf de jaren zestig en zeventig werd zelfontplooiing belangrijker en ontstond er meer ruimte voor mensen om te kiezen hoe zij hun leven wilden inrichten. De grotere nadruk op het realiseren van eigen doelen en behoeften leidde ertoe dat mensen zich minder snel gingen binden in formele relatievormen zoals het huwelijk, en dat zij daar bovendien makkelijker weer uitstapten als de relatie niet meer voldoende opleverde.” Ook andere factoren, zoals financiële onzekerheid, kunnen reden zijn dat mensen minder snel een huwelijk aangaan.

Religie

Vooral mensen die een geloof aanhangen zijn naar verhouding vaak negatief over deze ontwikkelingen, aldus het CBS. Ook onder hen is een meerderheid echter neutraal of zelfs positief over de huidige tendensen.

Rooms-katholieken zijn positiever over de ontwikkelingen dan protestanten. Van de katholieken vindt ruim een tiende de toename van het ongehuwd samenwonen en kinderen krijgen buiten het huwelijk slecht. Bij protestanten is ongeveer 30 procent die mening toegedaan en bij aanhangers van een overig geloof (zoals islam, jodendom, hindoeïsme en boeddhisme) ligt dat rond de 45 procent.

Onder gehuwden, laagopgeleiden, 70-plussers en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond is het aandeel dat het slecht vindt dat meer stellen niet meer trouwen groter dan onder samenwoners, hoogopgeleiden, jongere leeftijdsgroepen en mensen met een Nederlandse of westerse achtergrond. Toch vormt ook in de bevolkingsgroepen die minder positief zijn over samenwonen het aandeel dat de ontwikkelingen slecht vindt doorgaans een minderheid.

Aan het onderzoek deden meer dan 3300 mensen van 18 jaar en ouder mee. Zij kregen in 2017 vijf stellingen voorgelegd.