Roggenplaat met kunstgreep gered voor vogel en zeehond

Al in de jaren zeventig, toen besloten werd de Oosterscheldekering te bouwen, was bekend dat de getijdenplaten daaronder zouden lijden. Om te voorkomen dat de Roggenplaat geheel onder water verdwijnt wordt die op zeven plaatsen 30 tot 100 centimeter verhoogd.  beeld Theo Haerkens

Boskalis werkt sinds oktober in opdracht van Natuurmonumenten en Rijkswaterstaat aan het ophogen van delen van de Roggenplaat. Door de getijdewerking dreigde de zandbank onder water te verdwijnen. Dat zou funest zijn voor trekvogels en zeehonden.

De Roggenplaat in de Oosterschelde heeft te lijden onder zandhonger. Van de 1900 hectare is al 300 hectare verdwenen. Bij eb neemt het aflopende water steeds een laagje zand mee van de zandbank. Die is van groot belang voor de miljoenen trekvogels die via de Zeeuwse delta naar Afrika of juist naar het hoge noorden vliegen.

„De vogels profiteren van het laagtij om er in een uurtje of vijf hun buik vol te eten”, vertelt boswachter Paul Begijn van Natuurmonumenten. „In enkele weken tijd komen ze er weer op krachten om hun verre reis voort te zetten.” Zeehonden vinden hier rust en de gewone zeehond werpt er in het voorjaar zijn jongen. Als de zandplaat ook bij laagtij niet meer boven water uitkomt, verliest hij die functie.

Daarom werkt baggeraar Boskalis sinds begin oktober in opdracht van Natuurmonumenten en Rijkswaterstaat aan herstel van de zandbank, die onderdeel is van een Natura 2000-gebied. Op zeven plaatsen wordt er 30 tot 100 centimeter zand opgebracht, zodat de vogels en zeehonden deze foerageer- en rustplaats niet verliezen. Dat de zandbank steeds lager wordt is geen verrassing. Al in de jaren zeventig, toen besloten werd de Oosterscheldekering te bouwen, was bekend dat de getijdenplaten daaronder zouden lijden.

Bij elkaar wordt er 1,65 miljoen kubieke meter zand verplaatst. Een sleephopperzuiger haalt het van de bodem van de Roompotgeul even ten zuiden van de Roggenplaat. Via een buis wordt het vanaf het water naar de verste punten van de zandbank geperst, waar draglines en bulldozers het op zijn plaats brengen, vertelt Eric van Zanten van Rijkswaterstaat.

Arbeidsintensief

Dit is een kostbare en arbeidsintensieve klus. Niet alleen wordt er dag en nacht doorgewerkt om het werk voor Kerst geklaard te hebben. Ook moet twee keer per etmaal, bij hoogwater, alle materieel op een ponton in veiligheid worden gebracht zodat het niet door het zeewater wordt overspoeld. Met het werk, dat over 25 tot 50 jaar opnieuw nodig is, is 12,3 miljoen euro gemoed.

Ongeveer 10 procent van de zandplaat wordt verhoogd. Dat gebeurt op zeven plaatsen. Die zijn zorgvuldig uitgezocht. De opgehoogde delen moeten bij eb zeker vijf uur droogstaan om vogels de gelegenheid te geven voldoende te eten. Belangrijke en kwetsbare stukken natuur moeten onaangetast blijven, net als de rustplaatsen voor de gewone en de grijze zeehond. Stukken die sterk aan erosie onderhevig zijn, komen niet in aanmerking en verder moet er rekening worden gehouden met de mossel- en oesterkwekerijen. Die mogen niet onder het zand komen en evenmin mag het water bij de kwekerijen te troebel worden.

Hoewel hierover tot aan de Raad van State is geprocedeerd, achtte die de voorzorgsmaatregelen voldoende om het werk door te laten gaan. Het werk wordt in de winter gedaan omdat er dan geen zeevruchten worden geveild, aldus Van Zanten. Ook elders in de Oosterschelde is zandsuppletie nodig.

Voedseldiertjes

Bij wijze van experiment zijn er kokkels –kleine schelpdiertjes– opgevist en op de opgehoogde grond weer uitgestrooid, zodat deze voedseldiertjes snel weer beschikbaar zijn. Ook is er op vier plaatsen een sliblaagje weggeveegd, waarna er weer zand werd aangebracht. Het is de bedoeling dat de pieren en andere diertjes vanuit dergelijke hopen het gebied met vers zand weer snel koloniseren.