„Rhenen gaaf voorbeeld van wederopbouw”

Het Frederik van de Paltshof in Rhenen, met op de voorgrond de verbrede doorgaande weg en op de achtergrond de Cuneratoren.  beeld Niek Stam
2

Rhenen is een „gaaf voorbeeld” van een wederopbouwkern, vinden deskundigen. „Ondanks de zware verwoestingen in de Tweede Wereldoorlog is de oude middeleeuwse stad herkenbaar gebleven.”

Tweemaal lag Rhenen in de oorlogsjaren onder vuur. Vooral in 1940 was de schade groot: 162 huizen werden compleet verwoest, ruim 1000 er raakten beschadigd.

„De Duitsers vuurden vanuit Wageningen brandgranaten af. De markante Cuneratoren gebruikten ze als baken voor het richten van de kanonnen. Die bleef daardoor gespaard”, zegt dr. Henk Deys, erevoorzitter van de Historische Vereniging Oudheidkamer Rhenen en Omstreken. Hij heeft veel over zijn stad aan de Rijn gepubliceerd, onder andere over de wederopbouw.

Aan het einde van de oorlog was het zuidelijk deel van de binnenstad het doelwit van geallieerde beschietingen vanuit de Betuwe. Deys: „Daarnaast brachten Britse jachtbommenwerpers in april 1945 zware schade toe aan de Cunerakerk. Het bovenste deel van de Cuneratoren werd verwoest. De geallieerden vermoedden dat Duitse spionnen zich in de toren verschansten. Ik heb daar nooit een bevestiging van kunnen vinden.”

Rhenen ging in 1940 voortvarend aan de slag om de schade te herstellen. In december lag er een plan dat was goedgekeurd door dr. J. A. Ringers, de regeringscommissaris voor de wederopbouw. „In 1942 bleek dat een voordeel”, aldus Deys. „Toen de Duitsers wegens dreigend gebrek aan bouwmaterialen een landelijke bouwstop afkondigden, was de wederopbouw van Rhenen al vrijwel voltooid.”

Ontwerper van het plan was stedenbouwkundige ir. Cees Pouderoyen. Hij wilde de binnenstad zo veel mogelijk in de oude staat terugbrengen en daarnaast ver-
beteringen doorvoeren. Zo moest de stad aantrekkelijker worden voor toeristen en andere passanten. Daarbij paste een verbreding van de Herenstraat met een vergroot plein, de Frederik van de Paltshof.

Het stadsbeeld bleef behouden, want er werd aangesloten op de overgebleven bebouwing. Deys: „Pouderoyen had een lijst van achttien architecten. Het resultaat was een gevarieerd gevelbeeld. Wel ontwierpen de architecten over het algemeen in de traditionele stijl van de Delftse school, zoals Pouderoyen had bepaald. Op de lijst stond geen NSB’er. Ringers was fel anti-Duits.”

Ook het tweede wederopbouwplan uit 1946 was van Pouderoyen, met medewerking van de Amersfoortse architect J. B. van de Haar. Daarin kreeg de Cuneratoren alle ruimte. Na de sloop van de bouwvallige Waag ontstond er een nieuw plein met de Cunerakerk en het oude raadhuis. Om de begrenzing van de historische stad te markeren ontwierp Pouderoyen een wandelroute over de oude stadswallen en muren.

„De stad vormt een van de beste, gaafste en meest complete wederopbouwkernen van Nederland”, oordeelde het cultuurhistorisch onderzoeksbureau SteenhuisMeurs de afgelopen jaren. „De historische structuur van de stad bleef grotendeels intact, wel aangepast aan nieuwe eisen van de tijd. Daarbij werden kwaliteiten toegevoegd, zoals de bredere verkeersroute met verblijfsplein en een geleding in commerciële en verstilde gebieden.”

De gemeente Rhenen wees de binnenstad in 2012 aan als beschermd stadsgezicht. Deys constateert dat er zeventig jaar na dato wel wat is vertimmerd. „Van vrijwel geen enkel winkelpand is het onderste deel van de voorgevel de originele versie. De gemeente heeft grotere ramen en toegangsdeuren toegestaan. Dat is de vooruitgang. Winkeliers moeten zich kunnen presenteren.”

----

serie 
Wederopbouw

Verwoeste wijken werden na de Tweede Wereldoorlog in recordtempo weer opgebouwd. Andere gebieden werden heringericht. Overheden tekenden vandaag een overeenkomst om dertig gebieden te beschermen. Vandaag deel 1 in een serie met voorbeelden.