Restauratie Huis Landfort: miljoenenklus in Megchelen

Huis Landfort, een wat onbekende buitenplaats in de Achterhoek, wordt in oude luister hersteld. beeld VidiPhoto

Achter een façade van steigers zijn de contouren te zien van een opvallende en intrigerende buitenplaats: Huis Landfort.

In het huidige restauratietempo proeven bezoekers over twee jaar weer de grandeur zoals deze rond 1825 tot stand kwam. De hele buitenplaats gaat op de schop, vertelt directeur René Dessing van stichting Erfgoed Landfort. Het prestigieuze herstelproject behelst niet alleen een grondige renovatie van het hoofdgebouw, maar ook herbouw van het in 1945 verwoeste koetshuis met (nieuwe) orangerie, een 90 meter lange leifruitmuur met muurkas, de moestuin, bloem- en groentebedden en boomgaard en natuurlijk ook het omringende landschappelijke park. Al met al een unieke en kostbare klus met vier architecten, waarvan de kosten op 10-20 miljoen euro worden geraamd.

Afgelegen

De Duits-Hollandse Johann Albert Luyken kocht in 1823 de buitenplaats in Megchelen (nu gemeente Oude IJsselstreek in de Achterhoek) door tijdens een veiling vermomd als eenvoudige boer andere bieders te slim af te zijn. Na afloop rekende hij een bedrag van bijna 21.000 gulden contant af. Hij was het die het landhuis voorzag van twee vleugels en het daarmee flink uitbreidde.

Opmerkelijk is dat Landfort bij het grote publiek vrijwel onbekend is. „Dat komt doordat de buitenplaats altijd particulier is bewoond en er geen doorgaande weg is. We liggen aan de Oude IJssel en zijn aan drie zijden omgeven door Duitsland. Bovendien is publiciteit tijdens de restauratie ook niet van nut”, verklaart Dessing.

Stichting Erfgoed Landfort verwierf Huis Landfort drie jaar geleden in erfpacht van Geldersch Landschap en Kasteelen. Belangrijk doel vormt de restauratie van het buiten en na voltooiing in 2022 de instandhouding en het onderhoud er van. „Daarnaast willen we hier een nationaal centrum vestigen ten behoeve van de Nederlandse historische buitenplaatscultuur. Dit moet een ontmoetingsplek worden voor iedereen die zich inspant voor het behoud en beheer van Nederlandse kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen. Binnen dit erfgoed zoeken wij bewust naar meer onderlinge verbinding”, legt Dessing uit.

Stad ontvlucht

Het landhuis zelf zal na aanvraag voor groepen te bezichtigen zijn tijdens rondleidingen. Om dat alles mogelijk te maken is de stichting naarstig op zoek naar vrijwilligers. Op dit moment zijn er vijftien, maar Dessing heeft een veelvoud daarvan nodig. „Zo’n 120”, schat de directeur.

Want ook zij zijn nodig om straks de impressieve buitenplaats –dat met enige fantasie aan de voorzijde wel iets weg heeft van Soestdijk– voor de toekomst te behouden. „We maken er geen evenementencentrum van. Gasten zijn welkom, maar moeten komen voor de historische plek. Met als oogmerk hier de rust, harmonie en balans te proeven, zoals de eigenaren van buitenplaatsen –veelal rijke kooplui– dat vroeger ook deden. Die elite kwam hier om de stank en verontreiniging in de onhygiënische steden van die tijd te ontvluchten. Dit kunnen onze bezoekers ook gaan ervaren. Vandaar dat we geen bruiloftsfeesten of geluidsvolle evenementen toelaten.”

Geldschieters

Dat Huis Landfort een unieke plaats inneemt tussen de Nederlandse historische buitenplaatsen, blijkt wel uit het feit dat niet alleen de provincie Gelderland, maar ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed enige miljoenen aan projectsubsidie verleenden, naast een particuliere initiatiefnemer en tal van fondsen en stichtingen die bijdragen. De toekomst van Huis Landford ziet er dan ook zonnig uit. „We zoeken nog wel een geldschieter voor het te bouwen bijenhuis.”

>>erfgoedlandfort.nl