Reacties op beslissing ‘Nashville’: „Zomaar kwetsen is niet de bedoeling”

Nashvilleverklaring
Protest tegen de Nashvilleverklaring. beeld ANP, Jeroen Jumelet

Als het aan het openbaar ministerie ligt, gaan opstellers en ondertekenaars van de veelbesproken Nashvilleverklaring vrijuit, bleek donderdag. Drie reacties.

Iedereen zal over en weer moeten accepteren dat in Nederland standpunten in gevoelige kwesties ver uit elkaar kunnen liggen. Die les kun je trekken, nu het OM heeft besloten dat uitlatingen in de Nashvilleverklaring over bijvoorbeeld homoseksualiteit niet strafbaar zijn. Die conclusie trekt de Barneveldse advocaat mr. Bart Bouter, gespecialiseerd in juridische vraagstukken rond botsende grondrechten.

Over de vrijheid van godsdienst zet het OM een „helder” verhaal uiteen. „Gelovigen hebben veel ruimte om in het openbaar hun opvattingen te ventileren. Van belang is wel dat die meningen, waardoor mensen zich gekwetst kunnen voelen, een directe en heldere uiting moeten zijn van iemands geloofsovertuiging. Dat blijkt uit jurisprudentie. Zomaar harde of kwetsende dingen roepen en daarbij je geloof als dekmantel gebruiken is niet de bedoeling.”

Piketpaaltjes

Het OM ziet in de Nashvilleverklaring een stevige relatie met religieuze opvattingen, merkt Bouter. „Volgens het OM zijn in het statement de Bijbelse principes leidend. De Nashvilleverklaring kan gelezen worden als een directe uiting van de geloofsbelijdenis.”

De Nashvilleverklaring is volgens het OM niet onnodig grievend. Bouter: „Het OM zet dat mooi uiteen. Termen die in lijn zijn met het taalgebruik van de Bijbel kunnen vandaag de dag kil en ongemakkelijk overkomen. Maar ze zijn in het kader van de traditionele geloofsbelijdenis niet ongebruikelijk. Veel Nederlanders vinden bepaalde woorden niet prettig, maar het OM legt uit dat dat nog niet betekent dat de Nashvilleverklaring daarmee strafbaar is.”

De keus van het OM om opstellers en ondertekenaars niet strafrechtelijk te vervolgen, borduurt voort op eerdere uitspraken, stelt Bouter vast. Hij verwijst naar de zaak tegen politicus Leen van Dijke, destijds voorman van de RPF. Die zou in 1996 in een interview fraudeurs op één lijn stellen met homo’s. Tot aan de Hoge Raad toe werd hij vrijgesproken. „Topjurist Ad Machielse, destijds procureur-generaal bij de Hoge Raad, benadrukte bij de procedure tegen Leen van Dijke dat ook orthodoxe gelovigen een sterk recht hebben om hun geloof uit te dragen en te verkondigen. Die piketpaaltjes slaat het OM nu opnieuw. Dat is maar goed ook. Want anders zou gelovigen de mond worden gesnoerd.”

Gelovigen mogen dan „veel ruimte” hebben hun opvattingen te uiten, ze doen er verstandig aan een goede balans te vinden, beklemtoont hij. „Als kerken vinden dat de homoseksuele praxis zonde is, is het volgens mij hun Bijbelse taak tegelijkertijd vooral pastorale bewogenheid te tonen.”

Prof. mr. Fokko Oldenhuis, hoogleraar religie en recht, is „niet verrast” dat het OM afziet van vervolging. „Je kunt in juridische zin niet zeggen dat de beweging achter de Nashvilleverklaring erop uit was haat te zaaien of bewust mensen te beledigen.”

Ook hij verwijst naar het arrest in de zaak-Van Dijke. „Dat staat nog steeds als een huis.” Relevant is ook het arrest in de zaak El Moumni, geeft hij aan. Die imam noemde homoseksualiteit op tv schadelijk voor de samenleving. Het gerechtshof sprak hem in 2002 vrij vanwege de context waarin de imam zijn verhaal deed.

Van belang is dat de Nashvilleverklaring deel uitmaakt van een debat in de kerk over bijvoorbeeld homoseksualiteit, betoogt Oldenhuis. Enkele weken voorafgaand aan de publiciatie van de Nashvilleverklaring schreven predikanten uit de PKN in Trouw een brief waarin ze pleitten voor maximale ruimte voor homoseksuelen. De jurisprudentie leert dat standpunten in zo’n discussie „fel mogen zijn”, geeft hij aan. „Al kan ik me best voorstellen dat mensen de Nashvilleverklaring wel degelijk strafbaar vinden. Maar dat is toch te emotioneel geredeneerd.”

Zelf is Oldenhuis hoogst ongelukkig met de Nashvilleverklaring. „De toon in dat document bevalt me niet. Dat heb ik in 2019 ook in het Nederlands Juristenblad geschreven. Wat mij betreft schuren de opstellers aan tegen nodeloos grievend opereren. De gemiddelde Nederlanders leest in de verklaring dat je als homo voor God niet mag bestaan. Ik kan me voorstellen dat juist homo’s die met God gaan, ontzet moeten zijn geweest. Zij weten veelal niet dat de verklaring een reactie was op de open brief in Trouw. Daar verandert het zogeheten pastorale naschrift bij de Nashvilleverklaring niets aan.”

Afkoelingsperiode

Johan Snel, docent journalistiek aan de CHE en auteur van ”Recht van spreken: het geloof in de vrijheid van meningsuiting” noemt het opvallend dat het OM „pas ruim een jaar” besluit om niet tot vervolging over te gaan. „Juridisch ligt de kwestie niet ingewikkeld. Het is logisch dat de beweging achter de Nashvilleverklaring vrijuit gaat. Ze hebben zich niet schuldig gemaakt aan discriminatie of belediging. Ik sluit niet uit dat justitie een afkoelingsperiode wilde inlassen.”

Snel ziet dat justitie zich niet laat leiden door verontwaardiging in de samenleving over de Nashvilleverklaring. „Ook rond bijvoorbeeld het islamitische Haga Lyceum roept het publiek om veroordeling van zo’n school. De rechter oordeelde dat minister Slob die school te veel aan banden wilde leggen. Het is goed dat rechtstatelijke organen, zoals OM en rechter, terughoudend en rustig opereren in dit soort kwesties.”