Pulskorverbod als dreigende wolk boven Urk

Pulsvisserij
Een groep bezorgde Urkers verzamelde zich dinsdagmorgen op de havenkade voordat ze met bussen vertrokken naar Den Haag om de aandacht van de Tweede Kamer te vragen voor het dreigende pulskorverbod. beeld Freddy Schinkel

Het water staat de pulskorvissers tot aan de lippen. En dat houdt de Urkers bezig. „Ik hoor hier welke emoties er aan de keukentafel door de spanning ontstaan.”

Letterlijk lag Urk maandag onder een strakblauwe lucht. Figuurlijk pakken zich donkere wolken samen.

Op het havenplein liggen lange netten uitgespreid. Vissers zitten er op de knieën naast voor het nodige reparatiewerk. Nee, pulskorvissen doen ze niet, maar ze wijzen naar een collega 20 meter verderop. „Hij heeft het bedacht.”

Bedacht is een groot woord, maar Henk –zijn achternaam laat hij achterwege– heeft het pulsen wel op Urk geïntroduceerd. Daar wil hij –als hij het smeervet van zijn vingers heeft geveegd– best over vertellen, binnen in de roef van de SC-28. Het gaat dan over de Zeeuw Verburg, die de techniek in 1984 in Japan opdeed. Over de Urker vissers die de kat uit de boom keken. Totdat de brandstofprijzen zo exorbitant stegen –naar wel 75 cent per liter– dat er een oplossing moest komen.

De pulsvisserij was –en is– die oplossing. Stroomstootjes schrikken de bodemvissen op, zodat die omhoog zwemmen en in het net terechtkomen. De pulskor diende voor de garnalenvangst, maar bleek ook uitstekend geschikt voor de tongvisserij. En dus voor de Benelux: „75 procent van het EU-quotum voor tong zit bij Nederlandse vissers, de rest bijna allemaal bij de collega’s in België.”

Voordelen

Voordelen heeft de pulsvangst te over. „Toen bleek dat het werkte, was iedereen zo om.” De scheepsmotoren slurpen minder brandstof; de schoorsteenpijpen blazen minder koolstofdioxide de lucht in. Er komt minder ongewenste vis in de netten terecht. En de zeebodem wordt meer met rust gelaten.

„Sinds de invoering van het pulsvissen zijn er geen ongelukken meer gebeurd: het tuig is gevoeliger, dus de vissers varen voorzichtiger”, zegt Henk. Er is ook minder onderhoud nodig: „De boomkor is veel zwaarder, dus de schepen slijten sneller. Er lag hier regelmatig een schip voor de wal met een in elkaar gedraaide motor. Bij het pulsvissen is nog niet één motor in de soep gegaan.”

„Pulsvissen is gewoon het beste wat er is”, zegt de visser. „Enorm effectief, zeker in een kleiner wordende Noordzee, als ze alles volklappen met windmolens.”

Hij legt zijn muts op tafel. „Kijk, als dit het net is...” Maar dat voldoet toch niet, dus het schrijfblok van de journalist moet eraan geloven. Henk tekent het net, de plaats van de elektroden, de zwemrichting van de vis. „Die vis krijgt in de gaten dat er iets aan de hand is, dus –pijl de andere kant op– ze keert om en zwemt terug. Daarom varen boomkorvissers zo hard: ze willen sneller zijn dan de terugzwemmende vis. Bij de pulskor houden de prikkels van de elektroden de vis tegen, dus de vis blijft in het net. Snel varen hoeft dus niet. Dat scheelt veel brandstof, veel CO2-uitstoot en er is ook veel minder bodemberoering.”

Applaus van de milieubeweging, zou je mogen verwachten. „Maar die is heel gereserveerd. Dit levert hun geen donateurs op, daarom hoor je hen niet. Of politieke belangen zitten ertussen. Net als bij dat schip dat containers verloor: je hoort de milieumensen nauwelijks.”

ANP-26675522Biddag in tijden van hoogspanning

Hak zetten

In 2011 schakelde de eerste groep Urkers over op de pulskor, in 2012 een volgende, in 2014 nummer drie. „Die laatste groep is nu als eerste de klos.”

Het succes van de Nederlandse en Belgische pulsvisserij is de Franse zuiderbuur een doorn in het oog. „Het gaat helemaal niet om de puls; ze gunnen ons het succes niet”, zegt Henk. „Ze zien zich de kaas van het brood gegeten worden en proberen ons nu een hak te zetten.”

Het Franse monsterverbond van milieubeweging en vissers lijkt daarbij de EU in meerderheid aan zijn kant te krijgen. „Wij zijn klein duimpje, zij de reus, dat is het hele verhaal. Het is een politiek spel. De voordelen van de pulsmethode doen kennelijk niet ter zake. We hebben te laat in de gaten gekregen dat er tegenstand kwam; anders hadden we de Fransen er eerder bij betrokken. Of dat geholpen zou hebben, weet ik niet. Engeland mag nog net meestemmen, en dat zal ze doen ook. Tegen de pulsvisserij. De ecologische voordelen worden terzijde geschoven.”

Het geharrewar zorgt voor grote onzekerheid. „Als we terug moeten naar de boomkor, is dat qua bedrijfsvoering én qua milieu een stap terug. Alsof je van een Tesla teruggaat naar een T-Ford.”

Tegenslag op tegenslag

Henk klautert van boord en wijst de weg naar de Nederlandse Vissersbond. Die zit met een gloednieuw kantoor aan de rand van het dorp. De naam staat zelfs nog niet op de gevel.

Op de eerste verdieping uit voorzitter drs. ing. Johan K. Nooitgedagt zijn bezorgdheid. De vissers krijgen het zwaar voor de kiezen: door de aanlandplicht –ondermaatse vis mag niet meer overboord–, door de bouw van windmolens in zee, door de brexitperikelen en door het dreigende verbod op de pulskor. „We zijn druk met heel veel”, zegt Nooitgedagt.

Hoezeer de tegenslagen het vissersvolk bezighouden, weet hij maar al te goed. „Er komen hier vissers binnen die vertellen welke emoties er aan de keukentafel zijn. Huilen; schelden. Allemaal door de spanning. De vissers zitten in de verdrukking; ze zijn soms echt moedeloos. Hun werkterrein wordt hen afgepikt. In je werk heb je perspectief nodig.”

Premier en koning

Dat heeft zijn organisatie ook. „We hebben net nieuwbouw gepleegd. Het is niet de bedoeling dat de muizen hier straks dood voor de kast liggen.” Nooitgedagt wijst naar een rij portretten: „Mijn voorgangers.” Nu staat hij zelf aan het roer. „Ik wil niet de voorzitter zijn die het licht uitdoet.”

Vorige week maandag kreeg Nooitgedagt een inval. „Ik dacht: We moeten een brief aan premier Rutte en koning Willem-Alexander schrijven. Een wanhoopsdaad. De koning kan politiek niks, maar heeft wel iets met water. En Rutte moet er met Macron en Tusk over gaan bellen.”

”Noodkreet Nederlandse kottervissers”, werd het opschrift van het epistel. Waar de grootste pijn zit, kan Nooitgedagt zo vertellen: „Pulsvisserij is een duurzame methode, goed voor de natuur. En dat wordt om politieke redenen tegengewerkt. De vis krijgt een prikkeltje, zoals een fysiotherapeut je spieren soms prikkelt. Daar is niets mis mee, maar er wordt gedaan alsof dit de elektrische stoel is. Als we terug moeten naar de boomkor, gaan we 87 procent meer brandstof gebruiken. En daarmee varen we dan tussen al die windmolens die duurzaam heten te zijn.”

Inmiddels loopt het Franse monsterverbond deuken op, omdat milieugroep Bloom, die de kwestie aanzwengelde, ook de eigen vissers niet spaart. „Maar dat komt voor ons te laat”, vreest Nooitgedagt.