Politiek: Breng risico wapendump Oosterschelde in kaart

De circa 30 miljoen kilo ongebruikte wapens die Defensie tot 1967 in de Oosterschelde dumpte baart diverse instanties zorgen. beeld Van Scheyen Fotografie

Het is niet uit te sluiten dat de berg munitie uit de Tweede Wereldoorlog op de bodem van de Oosterschelde risico’s met zich meebrengt voor mens en milieu. Daarom moet er nader onafhankelijk onderzoek komen naar de eventuele gevaren.

Daarop drongen diverse partijen, waaronder de gemeente Schouwen-Duiveland, vrijdag aan tijdens overleg op Neeltje Jans over de munitiestort met onder meer Rijkswaterstaat, de beheerder van de Oosterschelde. „Er is twintig jaar lang onderzoek verricht, maar desondanks hebben we nog niet alle gevaren in beeld”, blikt wethouder Cees van den Bos (Water) van Schouwen-Duiveland terug op het overleg. „Hoe groot is bijvoorbeeld de kans dat giftige stoffen die nu nog onder een dikke laag roest liggen via het grondwater in ons milieu terechtkomen?” vraagt hij zich af. „En wat zijn de risico’s van het doorroesten van de munitie? Hoe snel gaat dat proces en over welke hoeveelheden hebben we het dan?”

Nationaal park

Wethouder Van den Bos zat bij het overleg met vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat en het ministerie van Defensie, dat tussen 1945 en 1967 circa 30 miljoen kilo ongebruikte wapens in de zeearm dumpte. Maar er waren ook vertegenwoordigers van milieuclubs, gemeenteraadsleden, duikorganisaties en sportvissers bij het beraad.

Van den Bos zit in zijn maag met de militaire onderwatervuilnisbelt. Geen wonder. „De Oosterschelde is een nationaal park –het grootste van Nederland– en bovendien een gebied waar volop wordt gerecreëerd, waar mosselvissers hun brood verdienen en dat een unieke onderwaternatuur heeft. Laten we dat vooral koesteren”, onderstreept Van den Bos. „Met de kennis van nu zou dat militaire afval hier natuurlijk nooit gestort zijn. In de afgelopen pakweg twintig jaar zeiden deskundigen steeds opnieuw dat er geen reden was voor ongerustheid, maar nu weten we dat niet meer zo zeker. We weten eenvoudigweg niet alles over de mogelijke risico’s en gevaren. Daarom drongen wij er als gemeente bij Rijkswaterstaat op aan vaart te maken met nieuw, onafhankelijk onderzoek. Ook omdat er veel onrust heerst over de aanwezigheid van al dat afval.”

Bij het overleg vrijdag werden de resultaten gepresenteerd van alle onderzoeken die in de afgelopen twintig jaar zijn uitgevoerd op de plek waar de wapens en munitie liggen, in een diepe kuil in de zeearm nabij Zierikzee.

Ongerustheid

„Er is nu een vrij helder beeld van de situatie en dat is goed”, vertelt de wethouder, „maar ik blijf zitten met een stukje ongerustheid. Noem het Zeeuwse nuchterheid als ik zeg: Eerst zien, dan geloven. Op meerdere momenten in de voorbije jaren is aangegeven dat er iets moest worden gedaan, maar vervolgens gebeurde er dan toch niets.”

Rijkswaterstaat heeft het verzoek van de gemeente Schouwen-Duiveland in beraad, zegt Van den Bos.