Pluimveesector vangt bot in rechtszaak fipronilcrisis

beeld ANP, Remko de Waal

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft in de fipronilcrisis van 2017 niet gefaald. De toezichthouder hoefde met de kennis van toen de kippenboeren niet te waarschuwen. Dat heeft de rechtbank in Den Haag woensdag geoordeeld.

Brancheorganisatie LTO Nederland en 124 individuele pluimveehouders stelden in de door hen aangespannen zaak dat de boeren door gebrekkig optreden van de NVWA een miljoenenschade hebben geleden. Zij vinden dat de Nederlandse staat daarvoor aansprakelijk is. Maar de rechter wijst alle vorderingen af.

Al eind 2016 kreeg de NVWA signalen dat servicebedrijf ChickFriend uit Barneveld bij het ontsmetten van stallen tegen vogelmijt (”bloedluis”) fipronil zou gebruiken. Dat insecticide, bekend uit vlooienbanden van honden en katten, is niet toegelaten bij kippen. De NVWA heeft vervolgens niet stilgezeten, vindt de rechter.

De toezichthouder keek of de voedselveiligheid in het geding was. Dat bleek niet het geval. Ook startte de NVWA een strafrechtelijk onderzoek om de vermoede fraude boven water te halen. De pluimveesector werd niet gewaarschuwd, want dat zou dat onderzoek gehinderd hebben. Met de kennis van destijds was dat een geoorloofde aanpak, oordeelt de rechter.

De rechter wijst erop dat de –achteraf enorme– schade voor de sector niet was te voorzien. Dat honderden pluimveehouders in de maanden daarna ChickFriend zouden inschakelen, kon de NVWA ook niet inschatten. Bovendien zijn pluimveehouders zelf primair verantwoordelijk voor controle op middelen die ze gebruiken.

In de zomer van 2017 greep de NVWA alsnog in, toen bleek dat er fipronil in eieren zat. In korte tijd werden meer dan 800 kippenstallen geblokkeerd. Het publiek werd gewaarschuwd voorlopig geen eieren te eten. Supermarkten haalden eieren uit het schap en de belangrijke export kreeg een tik. In enkele maanden tijd werden honderden miljoenen eieren vernietigd en 3,5 miljoen kippen geruimd. De directe schade van de affaire bedroeg volgens een tussentijdse raming 65 tot 75 miljoen euro, waarvan 40 miljoen bij de kippenboeren.

Eric Hubers, voorzitter van de LTO-vakgroep pluimveehouderij, is teleurgesteld. „We hadden dit niet verwacht. We gaan het vonnis bestuderen om te kijken of we in beroep zullen gaan.” Hubers heeft wat dit betreft een dubbel gevoel. „Aan de ene kant willen we onze leden bijstaan, en dat zullen we ook doen. Maar het zou ook goed zijn om het hoofdstuk fipronil een keer af te sluiten. Tot nu toe heeft de consument de pluimveehouderij gelukkig niets aangerekend. Maar het is gewoon niet goed als er discussie is over voedselveiligheid en fraude. Het moet een keer klaar zijn.”

Actuele cijfers over de schade voor de branche zijn volgens Hubers moeilijk te geven. Maar de crisis werkt nog steeds door, zegt hij. „Onlangs is mijn eierhandelaar alsnog failliet gegaan. Hij moest tijdens de crisis dure eieren inkopen om zijn klanten te blijven bedienen, waar hij voor een lagere prijs afspraken mee had. De fipronilaffaire pakt ook blijvend negatief uit op onze belangrijkste afzetmarkt Duitsland. Afnemers daar vragen tegenwoordig bij voorkeur Duitse eieren.”

2017-11-08-ECON1-te_kiefte-3-FC_webFipronilaffaire leidt tot schrijnende situaties