Piet Versluis, spoorloos verdwenen in de Alpen

Wim Versluis: „Wat mij troost, is dat God er bij is geweest, die 18e juli in het jaar 2000.” beeld RD, Henk Visscher
2

Dinsdagmorgen 18 juli 2000. In de Oostenrijkse Alpen begint Piet Versluis (44) aan een bergwandeling. De christelijke gereformeerde jeugdwerkadviseur verdwijnt die dag spoorloos. Deze zaterdag twintig jaar geleden.

In de huiskamer van een rijtjeswoning in Leerdam haalt Wim Versluis, zijn jongste zoon, de herinneringen op, rustig en overzichtelijk, soms aangedaan maar altijd vastberaden. Wim was, toen het gebeurde, tien jaar.

„We waren als gezin met vakantie in Tirol. Die dinsdagmorgen begon mijn vader in alle vroegte aan een klim naar de top van de Hochreichkopf, een ruim 3000 meter hoge bergtop. Rond het middaguur belde hij naar mijn moeder dat hij de top had bereikt. Vanaf die plaats kon hij het Oetztal waar wij ons bevonden, zien liggen. Hij zou zo spoedig mogelijk aan de afdaling beginnen. Rond een uur of vier in de middag belde hij weer. Hij zei dat hij niet verder kon. Het was te steil. En dus moest hij terug omhoog, om op een andere manier opnieuw aan de afdaling te beginnen. Aan het einde van de middag belde hij nog een keer. Hij was onderweg, maar de tocht was zwaar, zei hij. En hij had niet veel eten en drinken bij zich. Mijn moeder zei toen nog dat hij misschien beter op de berg kon overnachten. Daarna hebben we nooit meer iets van hem gehoord.”

Het werd avond. En het werd nacht. „We gingen naar bed. Ik had nog hoop op een goede afloop. Ik dacht: Mijn vader zal wel gevallen zijn, heeft misschien een been gebroken of zo, maar het komt vast wel goed. Mijn moeder wist die nacht echter dat mijn vader niet meer terug zou komen. Ze heeft die nacht vanuit Psalm 91 Gods nabijheid ervaren. Die eerste week voelde ze zich ook erg aangesproken door een preek die we van huis hadden meegenomen, over Henoch, die wandelde met God. Het troostte ons dat God het is Die zowel het leven als de dood in Zijn hand heeft.”

De volgende morgen begon een grootscheepse zoekactie. Urenlang is er gezocht, door de Oostenrijkse politie en de Bergreddingsdienst met militaire helikopters. Plaatselijke vrijwilligers gingen met honden de bergen in. Ze zouden Piet Versluis vast vinden, want er worden in de bergen van Tirol elke zomer wel zo’n tien mensen vermist. Ze worden bijna allemaal weer gevonden. Maar Versluis kwam niet terug.

Aan het einde van die week keerde het gezin Versluis terug naar Nederland. De oudste zoon bleef achter, samen met een paar vrienden, om wat zaken af te handelen.

Onwerkelijk

Als 10-jarige begreep Wim die dag in juli 2000 niet helemaal wat er aan de hand was. „Ik weet nog wel dat alles heel onwerkelijk aanvoelde. Maar, ik was een kind en had nog niet goed door wat ik opeens was kwijtgeraakt. Goedbeschouwd heeft dat heel lang geduurd.”

Enkele maanden later droomde Wim Versluis dat hij zijn vader opeens weer thuis hoorde komen. „Ik had een onbegrensd vertrouwen in hem. Hij zal wel, dacht ik, in een grot gevallen zijn, maar daar komt hij vast wel uit. Ik hield maar hoop, terwijl ik wel wist dat het allemaal voor niets was.”

Wim Versluis zwijgt. Kijkt naar buiten. Op de vensterbank staat de tekst: ”Waar U verschijnt, wordt alles nieuw.”

Terugziende op zijn puberteit zegt Wim Versluis: „Ik was vaak bang, bang voor het leven, bang voor alles. Ik probeerde me continu voor te bereiden op allerlei erge dingen die zomaar opeens zouden kunnen gebeuren. Ik deed er alles aan om niet nog een keer zo vreselijk door iets verrast te worden. Ik stelde hoge eisen aan mezelf. Ik moest sterk zijn, voor mezelf, en ik dacht ook voor m’n moeder.”

Dertien jaar na de vermissing overleed een tante van Wim, de jongste zus van zijn vader. „Dat kwam opeens heel hard binnen. Alles stortte in. Ik heb een zware tijd gehad, heb negen maanden lang psychologische hulp gehad, om te leren omgaan met angst en rouw. Toen heb ik geleerd om cognitief om te gaan met het verlies. Nu, twintig jaar later, heb ik geleerd op God te vertrouwen, ook in angst en verdriet. Hij is goed en het loopt Hem nooit uit de hand.”

Karakter

Wie was zijn vader? „Als tienjarige weet je niet zo heel veel over je vader. Maar ik vond hem altijd stoer, hoe hij altijd alles regelde en alles repareerde. Hij kon alles, had van een oude vrachtwagen een camper gebouwd. Zulke dingen. Soms ging hij met een van zijn kinderen op reis. Met zijn oudste zoon maakte hij een tocht door Italië, met mij ging hij naar de Ardennen. Dat zijn van die momenten die je je nog graag herinnert.”

En zijn karakter? „Daar kan ik me minder van herinneren, maar mijn vader was wel iemand die leefde met God. Graag vertelde hij over Jezus en wat Hij voor hem had gedaan. Hij zei dan tegen ons hoe belangrijk het is om Hem persoonlijk te kennen.”

Trouwtekst

Aan een van de wanden van de huiskamer hangt een Bijbeltekst: „God is ons een Toevlucht en Sterkte, Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden.”

„Onze trouwtekst”, zegt Wim Versluis. „Janneke en ik zijn door mijn oudste broer (ds. A. Versluis, JvtH) getrouwd. Dat was een emotionele dienst. Want het ging natuurlijk ook over onze vader. Dat kon niet anders. Op zo’n dag ervaar je natuurlijk dubbel de lege plaats.”

Het gaat, ondanks het gemis, nu goed, zegt Wim Versluis zelf. „Maar op onvoorziene momenten is het toch allemaal weer moeilijk. Bijvoorbeeld als ik mijn vader even nodig heb, zoals bij het kopen van je eerste auto, of bij het kopen van ons eerste huis. Dan zou je nog zo graag eens met hem willen overleggen, maar dan is hij er niet.”

Troost

Waarom heeft God het laten gebeuren? „Dat weet ik niet. Ik hoef ook niet alles te weten. Wat mij troost, is dat God erbij is geweest, die 18e juli in het jaar 2000. Hij staat overal boven. God is niet grillig en niet kwaadaardig. Hij heeft er Zijn wijze bedoelingen mee gehad. Zou Hij dit bewust hebben gedaan, misschien om er iets anders mee te bereiken, iets moois? Ik heb geen idee, maar ik weet wel dat wat Hij doet goed is, ook al begrijp ik Hem niet.”

Na twintig jaar vermissing van Piet Versluis liggen er nog steeds veel vragen. „Wat is er toen precies gebeurd? Waar is mijn vader gebleven? Wat was Gods hand in de vermissing van mijn vader? Ik heb me daar erg in verdiept, maar dat blijft een moeilijk onderwerp. Wij hebben nog steeds veel vragen, God weet de antwoorden. Dat geeft rust. God vraagt niet of we Hem altijd begrijpen, maar of we Hem willen vertrouwen, elke dag opnieuw.”

Het leven gaat door. En het leven is de moeite waard, zegt Wim Versluis. „Dat zou ik tien jaar geleden niet zo gezegd hebben. In mijn puberteit heb ik zonder God geleefd, wilde alleen maar doen waar ik zelf zin in had. Maar God heeft ingegrepen. Het is Zijn genade dat ik nu ben die ik ben, dat ik Hem mag kennen en met Hem mag leven.”

Kom je nog weleens in de bergen?

„Ja, zelfs graag, ook al voelt het wel dubbel, want de bergen halen wel weer het verdriet naar boven. De bergen zijn zo machtig en ik ben zo klein. Zo machtig is ook God.”

Wim Versluis is later nog tweemaal terug geweest naar Oostenrijk. „De eerste keer was in 2007. We hebben toen zelfs de top van de Hochreichkopf beklommen, dezelfde route die mijn vader was gegaan. En toen we boven waren, stonden we rond te kijken. Waar zou hij zijn? Het liefst waren we weer gaan zoeken.”

„Zo God voor ons is”

Op zaterdag 5 augustus 2000 werd in de Pauluskerk te Leerdam een samenkomst gehouden waarin Piet Versluis werd herdacht. Ds. A. K. Wallet, oud-predikant van Leerdam, sprak aan de hand van Romeinen 8:28-39 over het thema ”Zo God voor ons is”.

Voor de kansel lagen de officiële aankondiging van de vermissing, de trouwbijbel, geopend bij Jesaja 40, en de LCJ-beleidsbrochure ”Spoorloos”, die een jaar eerder door Versluis was geschreven.

Mevrouw Versluis sprak een persoonlijk woord.

Piet Versluis was getrouwd met Betty Versluis-Bogaard en vader van zes kinderen. Hij was als jeugdwerkadviseur verbonden aan het christelijke gereformeerde Landelijk Contact Jeugdverenigingen (LCJ) en ouderling in Leerdam.