Openluchtmuseum viert jubileum met bezoekers

Het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem viert vrijdag dat het honderd jaar geleden openging voor publiek. Bezoekers worden feestelijk onthaald met onder andere een rode loper en live-muziek. Ook kunnen ze op de foto met werknemers in historisch kostuum en is er een rondleiding achter de schermen met anekdotes uit een eeuw museumgeschiedenis.

Het museum geeft een beeld van Nederland door de tijd heen. De collectie bestaat uit 170.000 objecten, waaronder boerenwagens, streekdracht en speelgoed. In het museumpark staan diverse historische panden, die worden ‘bewoond’ door medewerkers. Ook de Canon van Nederland, een overzicht van 5000 jaar vaderlandse geschiedenis aan de hand van vijftig momenten, is er te zien.

Volgens Teus Eenkhoorn, sinds zes weken directeur van het museum, komen er jaarlijks zo’n 555.000 bezoekers en neemt dat aantal de laatste jaren steeds wat toe. Onder de bezoekers zijn vooral veel Nederlanders en Duitse toeristen. Toeristen uit verdere streken vormen zo’n 5 tot 10 procent van het totale bezoekersaantal. „Toch kom ik ze zelf opvallend vaak tegen”, zegt Eenkhoorn, die bijna dagelijks een rondje maakt door het park van 44 hectare om het zo beter te leren kennen. „Laatst liep ik nog twaalf nonnen uit Jakarta tegen het lijf.”

Eenkhoorn is positief over de toekomst van musea in het algemeen: „In een tijd waar veel organisaties een kort leven beschoren zijn, kan een museum een plek zijn waar het overzicht wordt bewaard en er ruimte is voor discussie, kennis en duiding. Wij kunnen er bijvoorbeeld op wijzen dat een ontwikkeling die nieuw lijkt, dat niet per se is.” Wat betreft het openluchtmuseum zou hij de collectie de komende jaren graag uitbreiden met stedelijke vernieuwingsprojecten, zoals de eerste doorzonwoningen en gebouwen die typerend waren voor Nederland als verzorgingsstaat.

Bij het museum werken een kleine driehonderd mensen. Begin 2018 vielen er vanwege bezuinigingen een tiental ontslagen. Volgens toenmalig directeur Willem Bijleveld waren de bezuinigen noodzakelijk vanwege het wegvallen van een projectsubsidie. Eenkhoorn gaat ervan uit dat de reorganisatie die zijn voorganger heeft doorgevoerd afdoende is geweest om het museum gezond te houden. „Maar dat moet zich bewijzen in 2019.”