,,Ook Biblebelt heeft te maken met moderniteit”

In de Biblebelt
Dr. John Exalto (l.) en dr. Chris Janse in gesprek over RD-artikelenserie over de Biblebelt. beeld RD, Anton Dommerholt
3

Van Katwijk tot Rijssen. Van Urk tot Kapelle. Het Reformatorisch Dagblad portretteerde afgelopen weken twaalf plaatsen uit de achterban. Een nabeschouwing met twee reformatorische kenners van de Biblebelt, dr. Chris Janse en dr. John Exalto.

Ooit bracht Janse (75) zijn auto naar een garage in Barneveld. „Rond Biddag moet u de zomerbanden erom doen en rond Dankdag de winterbanden”, liet een automonteur hem weten. „Zoiets zul je in Amsterdam niet horen”, lacht de socioloog en oud-hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad. Hij wil er mee zeggen dat mensen gauw merken dat ze in een Biblebeltgemeente vertoeven.

Wat viel u op aan de artikelenreeks over de Biblebelt?

Janse: „Plaatsen in de Biblebelt zijn economisch bepaald niet zwak. De regio Barneveld-Veenendaal en Genemuiden en Urk doen het bijvoorbeeld goed. Die plekken liggen nu eenmaal niet in zwakkere randgebieden zoals Noordoost-Groningen. Van belang is ook dat de gereformeerde traditie zich kenmerkt door arbeidzaamheid en spaarzaamheid.”

John Exalto (41), docent historische pedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Dutch Bible Belt Netwerk: „Ik krijg het idee dat kerkelijke bewoners van Biblebeltgemeenten vaak een alliantie vormen met niet-gelovigen. Neem Bunschoten of Genemuiden. Kerkelijke en niet-kerkelijke mensen daar hebben in veel gevallen een ondernemersgeest. Die twee groepen versterken elkaar.”

Diverse Biblebeltplaatsen, zoals Veenendaal, Katwijk en Urk, zijn procentueel gezien minder kerkelijk dan dertig jaar geleden. Hoe taxeert u dat?

Janse: „Ook in de Biblebelt gaat de ontkerkelijking door. Zij het vertraagd. In het midden en aan de linkerkant van de PKN gaat kerkverlating het snelst. In Bunschoten vormen de gereformeerd-vrijgemaakten een soort volkskerk. Twintig jaar geleden al lieten kerkgangers daar gemakkelijk de tweede dienst schieten voor een belangrijke voetbalwedstrijd. In een plaats als Rijssen fungeert de gereformeerde gemeente als volkskerk. De randkerkelijken blijven daar vaak lang bij aangesloten, want de grote stroom gaat nu eenmaal ook. In bijvoorbeeld Utrecht of Den Helder zouden die minder betrokken kerkleden waarschijnlijk al zijn afgehaakt.”

Zijn we in een tijd beland dat die randkerkelijken ook in Biblebeltgemeenten gaan afhaken?

Janse: „Ja. Zaken die je veertig jaar geleden aantrof in de Gereformeerde Kerken synodaal zie je nu ook in bevindelijk gereformeerde kring. Mensen die twintig jaar geleden zondags trouw twee keer naar de kerk gingen, slaan nu af en toe over.”

Exalto: „De RD-artikelenserie maakt duidelijk dat ook de Biblebelt te maken heeft met de moderniteit. Ook reformatorische mensen kiezen vaker dan vroeger voor waar ze zich zelf goed bij voelen.”

In nogal wat Biblebeltplaatsen proberen CU en SGP de zondagsrust te bewaken. Is dat een achterhoedegevecht?

Janse: „Feit is dat in steeds meer gemeenten de winkels op zondag open gaan. Voor de CU en in sterkere mate de SGP is zondagsrust een wezenlijk punt. In coalitieonderhandelingen moeten die partijen zich op dit punt fors opstellen. „Jongens, deze zaak is voor ons van groot belang.” Leg het hoofd niet te snel in de schoot. We moeten echter wel bedenken dat de SGP niet alleen een zondagsrustpartij is. Ook op het terrein van bijvoorbeeld de zorg voor kwetsbaren kan de partij iets betekenen.

Gemeentelijke fusies zijn minder gunstig voor Biblebeltplaatsen. Doordat Rijssen en Holten samengingen, werd het profiel van de gemeente Rijssen minder behoudend. Zoiets geldt ook voor het conservatieve Ouddorp dat na twee herindelingen opging in de gemeente Goeree-Overflakkee. Rond 1970 debatteerde de Tweede Kamer nog over de vraag of een samenvoeging van gemeenten op het Zeeuwse eiland Tholen gezien de kerkelijke verhoudingen verstandig was. Dit omdat Oud-Vossemeer minder orthodox was dan streng-christelijke dorpen als Stavenisse en Scherpenisse.”

Exalto: „De koopzondag is in Biblebeltgemeenten een belangrijke kwestie. Een belangrijke vraag daarbij is wel: Bieden christelijke politieke partijen, ook als ze in een Biblebeltgemeente de meerderheid hebben, voldoende ruimte aan andersdenkenden? In Veenendaal kreeg een niet-kerkelijke inwoner in het verleden de indruk dat hij als heiden werd weggezet. Wil je als christen je mening opleggen aan een ander? Of wil je dat iedereen naast elkaar kan leven?

De SGP claimt: „Onze Bijbelse standpunten zijn goed voor iedereen.” Het lastige is dat bijvoorbeeld de CU daar minder stellig in staat, terwijl die zich ook baseert op de Bijbel. Zeker de lijn van de SGP kan in een Biblebeltgemeente spanning opleveren en vraagt balanceerkunst van christenpolitici. Zeker als ze deel uitmaken van het college. Een wethouderszetel is geen preekstoel. Het is goed als SGP’ers ook op zakelijke terreinen hun steentje bijdragen. Zie de complimenten die SGP-wethouder Verheij in Alblasserdam krijgt, omdat hij een betrouwbaar bestuurder is en de financiën daar op orde heeft.”

Janse: „Politiek bedrijven is een kwestie van drang en dwang. Gemeentebestuurders maken keuzes als het gaat om de vraag hoeveel subsidie bepaalde clubs krijgen. Dan gaat het er in Amsterdam nu eenmaal anders aan toe dan in Barneveld.

Winkelopenstelling op zondag toestaan, is geen neutrale zaak. Je kunt wel zeggen: iedereen is dan vrij om te doen of laten wat hij wil, maar er zijn wel economische mechanismen. Zondagsopenstelling benadeelt ondernemers die niet op zondag willen werken.”

Exalto: „Lokale krachtsverhoudingen spelen een grote rol. Als in Nunspeet de meerderheid van de bevolking vindt dat de winkels zondags gesloten blijven, kan ik me goed voorstellen dat christelijke partijen ook voor die lijn kiezen. Een opmerkelijk citaat in de RD-serie komt van een Nunspeets raadslid van oppositiepartij PvdA-GroenLinks. Hij zegt: „Ik heb de indruk dat christenen hier soms niet doorhebben wat er in de wereld gebeurt. Je moet elkaar wel respecteren, er moet ook ruimte zijn voor andere levensovertuigingen.” Ik kan me wel iets bij de klacht van die man voorstellen. Besef dat je leeft in een wereld met verschillende opvattingen. Daarmee zeg ik niet dat je in Nunspeet de winkels op zondag moet openen.

Denk in dit verband aan de commotie rond de Nashvilleverklaring. Wat je er verder ook van vindt, dat statement zie ik toch als een grandioze onderschatting van wat zoiets in deze tijd doet. Een predikant in een dorpspastorie heeft een heel andere positie dan een Kamerlid.”

Janse: „Veel mensen in de Biblebelt hebben inderdaad niet zo door hoe geweldig hoog de seculiere wereld de afwijzing van homoseksualiteit en genderdifferentiatie opneemt. Maar andersom geldt ook: De buitenwacht beseft lang niet altijd wat er in de Biblebelt leeft. Die Nashvilleverklaring was vrij fors en niet altijd even zorgvuldig geformuleerd. Je moet in dit soort gevoelige kwesties grote voorzichtigheid betrachten. Maar wees ook niet te benauwd. Blijf vriendelijk, maar ga niet opzij. Het is goed om zo af en toe heel duidelijk te benoemen wat voor onze kring op grond van de Bijbel wezenlijk is. Iets soortgelijks doen we ook tijdens de Mars voor het Leven. Wie kwaad wil worden, die wordt dan maar kwaad. Je moet je af en toe manifesteren in de publieke ruimte.”

Exalto: „Maar dan maakt het wel verschil hóe je het zegt. Ik hoor nu allerlei ondertekenaars zaken in eigen woorden toelichten. Die woorden komen dan weer niet overeen met het document dat uit het Engels is vertaald. Die Nashvilleverklaring is zo offensief, zo provocerend en roept zo veel misverstanden op dat ze de dialoog niet heeft bevorderd, om het zacht uit te drukken.”

Janse: „Als die Nashvilleverklaring iets vriendelijker was opgesteld, was de reactie van de buitenwacht niet veel anders geweest.”

Exalto: „Dat weet ik niet.”

Vlag

Het al dan niet ophangen van de regenboogvlag op het gemeentehuis op bijvoorbeeld Coming Out Day speelt in diverse Biblebeltgemeenten, bleek in de RD-artikelenserie. Die vlag zou homo-emancipatie moeten bevorderen. In orthodox-christelijke kring wordt de regenboogvlag vaak gekoppeld aan de homolobby. Diverse SGP-burgemeesters spraken zich de afgelopen dagen uit tegen de Nashvilleverklaring. Een van hen is SGP-burgemeester Van Belzen van Barendrecht, die ook een regenboogvlag ophing.

Zou een SGP-burgemeester zo’n vlag moeten ophangen op het gemeentehuis?

Exalto: „Dat zal voor veel SGP-burgemeesters een heel ingewikkelde kwestie zijn. Hoe zijn de reacties als de burgemeester zo’n regenboogvlag niet wil ophangen? Wordt die weigering dan opgevat als het afwijzen van homo’s? Ik zou zeggen: Ja, hang als burgemeester die vlag op, want je vertegenwoordigt de hele lokale samenleving. Als SGP-burgemeester moet je wel vaker dingen doen waar je niet zo veel zin in hebt. Denk aan de ontvangst van Sinterklaas. Je hebt nu eenmaal zelf naar dit ambt gesolliciteerd.”

Janse: „Een SGP-burgemeester moet die regenboogvlag niet ophangen. Die moet de vrijheid hebben om dat niet te doen. Zo’n handeling heeft een politiek-religieuze lading. In Biblebeltgemeenten vertegenwoordig je daarmee ook niet de hele bevolking. Die SGP-burgemeester moet tijdens de sollicitatieprocedure duidelijk maken dat hij dat soort dingen niet ziet zitten.”

Exalto: „Zou u als burgemeester zo’n vlag in ontvangst nemen?”

Janse: „Het puur in ontvangst nemen van een regenboogvlag vind ik een ander verhaal. Het zou bot zijn om die niet aan te pakken. Maar stop hem vervolgens in een kast. Dat zal best botsingen geven. Maar ik weet niet of het een goed teken is als je als SGP-burgemeester nooit eens botst met anderen. Want dan hebben ze waarschijnlijk weinig van je identiteit gemerkt.”

Exalto: „Ik denk dat het omgaan met diversiteit in de maatschappij voor de reformatorische kring een razend moeilijk proces is.”

Nogal wat Biblebeltgemeenten worstelen met christelijke jongeren die zich te buiten gaan aan drank en soms ook drugs. Wat vindt u daarvan?

Exalto: „Het duidt erop dat we als christenen van dezelfde lap zijn gescheurd. In de Biblebelt spelen op dat terrein dezelfde processen als daarbuiten. Het is dus niet alleen maar wij tegenover zij. Dat bijvoorbeeld reformatorische jongeren drugs gebruiken, vind ik nogal zorgwekkend.”

Janse: „In Biblebeltgemeenten wonen relatief veel jongeren, veel meer dan in bijvoorbeeld Bloemendaal en Laren. En jeugdigen zorgen nu eenmaal vaker voor overlast dan 45-plussers. Daarom is er in de Biblebelt tijdens oudjaar relatief veel overlast. In reformatorische kring wordt, net als daarbuiten, te makkelijk alcohol gedronken. Vanouds is daar te weinig tegen gewaarschuwd.”

Exalto: „Al eeuwenlang zoeken ook in orthodox-christelijke kring jongeren hoe dan ook een uitlaatklep. Zeker op het platteland. Door bijvoorbeeld veel te drinken. Dat soort processen verander je niet zomaar. Hoe predikanten daar ook tegen in opstand komen.”

Naastenliefde

Een van de „meest opmerkelijke aspecten” van de RD-artikelenserie vindt Exalto het hulpbetoon in diverse Biblebeltplaatsen. „Denk aan het feit dat Urk relatief veel pleegkinderen opvangt en nogal wat aan goede doelen geeft. En in een zogeheten deelcafé in Hardinxveld-Giessendam worden minderbedeelden geholpen. Mooi is ook dat een reformatorische kerk in Kapelle asielzoekers helpt. In dit soort hechte gemeenschappen is plaats voor naastenliefde. Ik vind dat het meest positieve punt van de RD-artikelenserie. Laat de Biblebeltgemeenten het beste van zichzelf delen met de ander.”

Janse: „Doordat veel zorgtaken op het bordje van gemeenten terechtkwamen, helpen kerken ook nogal eens niet-kerkelijke bewoners van hun dorp.”

Bewoners van de Biblebelt zijn niet altijd positief over vreemdelingen.

Janse: „Op macroniveau zeggen veel mensen in reformatorische kring en ook anderen: „We hebben al vluchtelingen genoeg in ons land, er moeten er niet meer bij.” Op microniveau gaat het er vaak heel anders aan toe. Dan klinkt het: Onze vluchteling in ons dorp, waar we zulk fijne contacten mee hebben, is zo’n aardige kerel. Die mag niet worden uitgezet. Want die is heel anders dan al die andere vluchtelingen.”

Exalto: „Mooi vond ik het verhaal in de RD-serie over een reformatorische schooldirecteur in Alblasserdam die lessen over diversiteit organiseert, nadat zijn leerlingen vervelend deden tegen een man met een donkere huidskleur. Een sterk optreden van die directeur.”