Onderwijsraad: Bezin op inhalen leerachterstand

Onderwijs
beeld ANP, Koen van Weel

Focus op de opvang van leerlingen uit onveilige situaties, laat scholen zich voorbereiden op de herstart en het inlopen van achterstanden binnen de reguliere schooltijd en richt een centraal informatie- en ondersteuningpunt voor onderwijsprofessionals in.

Dat zijn de belangrijkste adviezen aan minister Slob (Onderwijs) die de Onderwijsraad donderdag naar buiten bracht om de gevolgen van de coronacrisis voor het primair en het voortgezet onderwijs te ondervangen.

Het urgenste probleem vormen de leerlingen voor wie het thuis niet veilig is of waar ondersteuning, een werkplek of een laptop ontbreekt, aldus het rapport. De raad adviseert Slob dan ook snel duidelijkheid te verschaffen over de ruimte die scholen hebben om deze groep leerlingen op te vangen. „Zorg dat iedereen weet dat kinderen en jongeren uit een instabiele of onveilige thuissituatie onder dezelfde uitzondering vallen als kinderen van ouders met een cruciaal beroep.”

Het is onontkoombaar dat leerlingen leerachterstanden zullen oplopen, stelt het adviescollege. Als de scholen na de meivakantie weer open gaan, is de schade volgens de raad echter te overzien. Mochten de scholen langer dicht blijven, dan zijn extra maatregelen nodig. In dat geval valt het bijvoorbeeld te overwegen anders om te gaan met de zomervakantie. Die zou verkort of vervroegd kunnen worden. Een andere optie om de achterstand weg te werken, is om langere schooldagen in te voeren. Daarnaast pleit de raad voor een centraal informatie- en ondersteuningspunt voor onderwijsprofessionals. In juni komt de raad met een vervolgadvies.

Leerproblemen

Gerdien Lassche, bestuurslid van de Reformatorische Oudervereniging vindt de adviezen van de Onderwijsraad evenwichtig. Vooral de aandacht voor de leerlingen uit onveilige of instabiele thuissituaties waardeert ze. „Ik zie dat scholen openstaan voor de opvang van kwetsbare leerlingen, maar dat dit maar mondjesmaat gebeurt. Het is goed dat deze mogelijkheid benadrukt wordt.”

Hoewel Lassche het idee van een kortere zomervakantie niet zo gek vindt, pleit ze ervoor scholen dat zelf te laten beslissen. „Zij hebben zicht op hun leerlingen en zijn heel goed in staat zelf te bepalen of dat nodig is.”

Het zou daarnaast volgens Lassche goed zijn als de scholen bij een gedeeltelijke openstelling in kaart zouden brengen welke kinderen vooral baat hebben bij het weer naar school gaan. „Laat leerlingen met bijvoorbeeld leer- of gedragsproblemen of uit een kwetsbare thuissituatie als eerste de school weer bezoeken.”

Henk Schipper, directeur van de basisschool Petrus Datheen in Rotterdam, vindt de extra aandacht voor kwetsbare leerlingen volkomen terecht. „Het is haast ondoenlijk voor bijvoorbeeld pleegouders of ouders van zorgleerlingen om hele dagen thuis te zitten. Op onze school vangen wij deze leerlingen twee ochtenden per week op; ouders zijn daar heel blij mee.”

Jaap van Dam, directeur onderwijs van het Ichthus College in Veenendaal, ziet bij zijn leerlingen nog geen grote leerachterstanden ontstaan. „We doorlopen het gewone lesprogramma en merken dat ruim 95 procent van de leerlingen altijd meedoet met het onderwijs op afstand.”

Het instellen van langere dagen wordt volgens de directeur ingewikkeld. „Je moet dan een beroep doen op derden om dat onderwijs te verzorgen. Dat kun je namelijk niet enkel van de huidige personeelsleden verwachten.”