Oncoloog Klaas Hoekman schakelde over op het Urks

Voormalig oncoloog Klaas Hoekman, met op de achtergrond een Urker botter: „Die kerkscheuringen in Urk vind ik een heel slechte zaak.” beeld Ronald Bakker
2

Hij groeide op in een eenvoudige Urker familie. De leergierige Klaas Hoekman zag een vissersbestaan niet zitten en werd oncoloog in Amsterdam.

Oudere mensen een grote mond geven? Dat kon je in huize Hoekman in Urk maar beter niet doen. Kwaadspreken over anderen al helemaal niet. „Mijn moeder beschouwde laster als een hoofdzonde”, blikt Klaas Hoekman in zijn woning in Amsterdam terug op zijn jeugd.

Samen met drie broers en drie zussen bracht hij zijn jonge jaren door in de oude dorpskom van Urk. Met op een steenworp afstand: de haven, de gereformeerde Bethelkerk, de toenmalige christelijke Wilhelminaschool. „We kregen een stevig gereformeerde opvoeding. In de Bethelkerk luisterde ik altijd goed naar het orgelspel. Ik droomde ervan organist te worden.”

Zwart-wit

Vader Fokke Hoekman en moeder Marretje Hoekman-Kramer hielden van elkaar, maar verschilden sterk van karakter. „Mijn vader, steevast gekleed in zijn blauwe overall, was altijd bezig met de oliehandel. Hij was nogal eens driftig, kon à la minute en zwart-wit op dingen reageren. Mensen waren in zijn ogen goed óf slecht. Slechte mensen waren dan vissers die hun rekeningen niet of niet op tijd betaalden. De opvoeding kwam grotendeels op moeder neer. Als een van ons weerbarstig was, schoot vader nogal eens uit zijn slof. Moeder, een gelovige en milde vrouw, breide dat dan recht. Van haar erfden we het intellect. Ze was voorzitter van de gereformeerde vrouwenvereniging.

hoekman

Op 10-jarige leeftijd werd ze van de lagere school gehaald, omdat ze in de huishouding moest helpen. Van een tante hoorde ik dat ze toen een dag lang huilde. Moeder vond het zó erg dat ze niet door kon leren. Voor zover mogelijk spijkerde ze haar kennis bij. Zodra ze in een krant een puzzel tegenkwam, loste ze die op.”

Op de lagere school, de Wilhelminaschool, blonk de jonge Klaas uit. „Ik vond het leuk om van alles te leren. Ik miste zelfs vakken, zoals muziek en Engels. Het is niet arrogant bedoeld, maar leeftijdsgenoot Willem Kramer en ik waren de besten van de klas. Willem werd later kotterschipper. De Ingenieur werd hij genoemd, omdat hij betrokken was bij uitvindingen en vernieuwingen in de visserij.”

Een bestaan op het water trok Klaas Hoekman niet. „Mijn vader stelde voor dat hij later een kotter voor me zou kopen. Maar dat zag ik niet zitten. Ik wilde de wereld in en studeren. Psychologie en filosofie. Nee, ik vond de sfeer in Urk zeker niet benauwend. Ik kom uit een warm nest. We woonden in een mooi buurtje. Een topfiguur was buurvrouw Naalke. Als er ergens in een gezin problemen waren, verscheen zij op het toneel en probeerde ze die op te lossen. Met waardering denk ik ook aan Hille, onze huishoudster. Mijn ouders vonden het geen enkel probleem als ze ons, als we lastig waren, een tik gaf.”

Zo’n zestig jaar geleden was doorleren in Urk niet vanzelfsprekend. Hoe waren de reacties?

„Mensen vonden het vrij normaal dat ik ging studeren, omdat ik goed kon leren. Mijn ouders stimuleerden me daar ook in. Het scheelt dat zij niet uit vissersgezinnen komen, die vaak een traditioneel beroep voorstonden. De Hoekmannen waren machinebankwerkers en oliehandelaren. De Kramertjes waren gestudeerd volk. De vader van mijn moeder, Meindert Kramer, was vroeger wethouder in Urk.”

Na de mulo, destijds ook gevestigd in de Wilhelminaschool, ging Hoekman in Kampen naar school. Eerst de hbs, daarna het gymnasium. In Kampen was hij in de kost bij de weduwe van de gereformeerde hoogleraar Govert den Hartogh. Zij bracht hem meer tafelmanieren bij. „Ik prikte eens met mijn vork een aardappel uit de pan. „Hé, Klaas”, zei ze, „zo zijn we dat hier niet gewend.” Op zo’n moment realiseer je je dat de cultuur buiten Urk heel anders kan zijn.”

Preekjes

In 1960, op 19-jarige leeftijd, verkaste Hoekman naar de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Daar ging hij psychologie studeren. „Ik heb ook aan theologie gedacht, thuis speelde ik domineetje. Psychologie vond ik erg boeiend. Ik herinner me een college over blozen. Ik had veel last van rood worden. Prof. Jan Waterink vertelde dat anderen blozende mensen sympathiek vinden. Vanaf dat moment bloosde ik niet meer zo snel.”

Na zo’n vijf jaar als onderwijspsycholoog aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) te hebben gewerkt, ging Hoekman medicijnen studeren aan de VU en specialiseerde hij zich tot oncoloog. Die keus werd voor een belangrijk deel ingegeven door het feit dat zijn ouders aan kanker overleden. Vader op 79-jarige leeftijd, moeder toen ze 65 was. „Ik wilde me graag inzetten voor de strijd tegen die ziekte.”

Vertrouwensband

Meer dan 25 jaar was Hoekman internist-oncoloog, tot 2015. Als arts werkte hij met name in het VUmc in Amsterdam. Daar behandelde hij ook tal van Urkers met kanker. „Als ik hen voor het eerst ontmoette en ze ontdekten mijn afkomst, was doorgaans snel de vraag: „Proat jie Urrekers?” – praat jij Urks? Dan bevestigde ik dat en spraken we voortaan in dialect. Ik heb daar geen enkele moeite mee. Als arts probeer je een vertrouwensband met je patiënt op te bouwen. Ik combineer Urker namen vaak met Urker scheepsnummers, de afkorting UK. Als jongetje moest ik voor mijn vader rekeningen afleveren bij Urker vissers, aan de hand van die nummers.”

In gesprekken met gelovige patiënten kwam vaak de leiding van God ter sprake. „Ik zei dan: „Er is Iemand Die over alle dingen gaat.”” Het viel de toenmalige oncoloog op dat Urker patiënten vaak een slag anders reageren op slecht nieuws dan anderen. „Urkers vinden houvast in hun geloof. Ook krijgen ze veel steun van familie, kerk en dorpsgenoten.”

Urker patiënten namen geregeld een maaltje vis mee. Met een kwinkslag: „In de vriezer op onze afdeling lag altijd vis. De Urkers dachten zeker dat ze een betere behandeling zouden krijgen als ze me in natura zouden betalen.”

Urk gaat geregeld over de tong: een kerkelijk dorp waar ze in drugs handelen en visfraude plegen. Doen zulke opmerkingen u pijn?

„In het ziekenhuis hoorde ik geregeld opmerkingen als: die gereformeerde Urkers bedotten de boel, zijn aan de drugs en vissen de Noordzee leeg. Ik kom dan sterk op voor mijn geboortedorp. Verhalen over de zee leegvissen zijn gedateerd, omdat de Urkers veel duurzamer vissen dan voorheen. Ik wijs erop dat de werkloosheid in Urk laag is en mensen er hard werken. Een visserman maakt per week meer uren dan jij en ik samen. Ook geven Urkers per hoofd van de bevolking het meest aan goede doelen.

Frauderen kan natuurlijk niet. Ik herinner me een tv-optreden van ds. C. Bijman, voorheen gereformeerd predikant in Urk, een man voor wie ik groot respect heb. Hij legde uit dat vissers door vangstbeperkingen in problemen kwamen, dat hun bedrijf niet meer rendabel was, en dat ze daarom nogal eens bezweken voor de verleiding om de wet, die ze onredelijk vonden, te ontduiken. De predikant noemde dat zonde. Ik dacht: Man, wat zul jij het moeilijk hebben in Urk.

Wat ik in Urk betreur, is de kerkelijke verdeeldheid. Ik was als jongetje van 10 jaar al sterk oecumenisch ingesteld. Ik vond het heel interessant om de Wereldraad van Kerken te volgen. Kerkscheuringen vind ik een slechte zaak.”

Urkers worden soms afgeschilderd als recht voor zijn raap, hoekig, weinig genegen tot stille diplomatie. Klopt dat beeld?

„Er zit wel wat in. Ook in mijn karakter zit iets van het driftige van mijn vader. In het ziekenhuis kon ik soms scherp zijn als er iets in mijn ogen niet deugde. Ik heb moeten leren dat het beter werkt om mensen te stimuleren dan om hen negatief te benaderen.”

Erepenning

In het vissersdorp ontving Hoekman in 2008 een erepenning uit handen van toenmalig burgemeester Kroon. Urkers haalden in die tijd 200.000 euro op waarmee een zogeheten massaspectrofotometer voor het VUmc werd aangeschaft. Met dat apparaat vindt eiwitanalyse plaats, om zo een betere kankerbehandeling te kunnen bieden. „Een fantastisch gebaar vanuit de Urker gemeenschap.”

Hoekman is nog geregeld in het vissersdorp te vinden. Voor familiebezoek of om het orgel van de Bethelkerk te bespelen. Zijn hobby’s zijn orgel en pianospelen. Regelmatig begeleidt hij achter de klavieren diensten van de rooms-katholieke Agneskerk in Amsterdam en de Pauluskerk (Gereformeerde Bond) in Amstelveen.

Een terugkeer naar het dorp van zijn jeugd ziet hij niet snel gebeuren. „Zelf zou ik dat eventueel wel willen, maar mijn vrouw is typisch Amsterdams. In ieder geval is er voor zorgbehoeftigen geen betere plek dan Urk.”

Zondagse pak

Toen zijn moeder ongeneeslijk ziek werd, leerde Klaas Hoekman een andere kant van zijn vader kennen. „Die van een toegewijde echtgenoot. Mijn moeder kwam in februari 1973 met een hersentumor in het ziekenhuis van Zwolle terecht. Ze bleef daar tot haar dood in augustus van dat jaar. Al die maanden bezocht onze vader haar dagelijks trouw. Toen moeder ziek werd, ging vaders overall uit en liep hij in zijn zondagse pak. Dat droeg hij tot aan haar dood.”

In moeders laatste weken maakte iets diepe indruk op Klaas Hoekman. „Moeder lag in coma en was voor ons onbereikbaar. Vader bracht op een zekere dag een bandrecorder mee naar het ziekenhuis. Hij liet psalmgezang vanuit de gereformeerde Petrakerk horen. Ineens begon moeder met schorre stem mee te zingen. Dat herhaalde zich een paar dagen. We waren sprakeloos. Kort nadat haar gezang uitdoofde, overleed ze.” Hoekman staat op en pakt een psalmboekje. „Ze zong bijvoorbeeld Psalm 89:1, in de berijming van 1773. „’k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên; Uw waarheid t’ allen tijd vermelden door mijn reên.”

Biografie

Naam: dr. Klaas Hoekman

Leeftijd: 75 jaar

Burgerlijke staat: gehuwd, vader van twee zoons en opa van één kleinkind

Kerkverband: Thomaskerkgemeente (PKN) in Amsterdam

Beroep vader: oliehandelaar

Eigen beroep: enkele jaren psycholoog, daarna internist-oncoloog in onder meer het VUmc in Amsterdam

zomerserie De sprong omhoog

Dit is het vijfde deel (slot) van een serie over christenen die vanuit een eenvoudig milieu opklommen tot een vooraanstaande positie.