Nijmegenaar vindt verstopt noodrantsoen uit de oorlogsjaren

Directeur Lenders van het Nationaal Bevrijdingsmuseum (links) kwam donderdag de voedselblikken uit de oorlogsjaren ophalen die Rutger Goeting (rechts) aantrof tijdens de verbouwing van zijn huis in Nijmegen. beeld VidiPhoto

Koffie, boontjes en jam. Veel asperges, heel veel havermout. Allemaal bedoeld om de oorlog door te komen. De blikken die een Nijmegenaar vond toen hij zijn huis verbouwde, zijn donderdag opgehaald door medewerkers van het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesboek. „Een unieke vondst.”

Met verbouwen is Rutger Goeting al bezig sinds hij het huis aan de Kwakkenbergweg in 2015 met zijn gezin betrok. Een maand geleden stuitte hij opeens op drie geheime bergplaatsen. Daarin bevonden zich noodrantsoenen uit de Tweede Wereldoorlog.

In totaal gaat het om ruim honderd blikken, verstopt achter panelen boven de ramen van de middenverdieping. Er zitten groenten in, maar ook jam van de Flipjefabriek in Tiel. Goeting opende een blik havermout. De inhoud was nog helemaal droog. „Het stonk absoluut niet. Enkele blikken waren wat doorgerot, maar de meeste bevinden zich nog in goede staat.”

Jeugdherinnering

Helemaal vergeten was de voedselvoorraad niet. „Enkele maanden geleden stond een oudere vrouw naar ons huis te kijken. Mijn dochter vroeg of ze iets zocht. De vrouw zei dat ze hier is opgegroeid. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde ze op deze plek. We hebben haar rondgeleid. Ze vond het mooi dat er aan het interieur weinig was veranderd.” De vrouw vroeg of er al blikken gevonden waren. De Goetings konden die opmerking niet plaatsen. Nu wel.

De bezoekster –die inmiddels op de vondst heeft gereageerd– was dochter van de eigenaar van een steenfabriek. Tijdens de Duitse bezetting woonden ze in het uit 1938 daterende huis aan de Kwakkenbergweg. De tijden waren zwaar en de eigenaar bereidde zich kennelijk voor op nog zwaardere tijden, want er bevinden zich een vluchtkelder en een –moeilijk bereikbare– schuilkelder onder de woning.

Het eten hebben de bewoners kennelijk niet nodig gehad, maar hun stad was dan ook al voor de Hongerwinter bevrijd. Nijmegen was zwaar geteisterd, en in de gevel van de woning zijn nog steeds sporen te zien van ingeslagen granaatscherven.

Niet proeven

Donderdag kwam directeur W. Lenders van het Bevrijdingsmuseum in het naburige Groesbeek met enkele medewerkers naar Nijmegen om de blikken op te halen. Het is een unieke vondst, volgens Lenders. Het museum krijgt weleens voedsel dat door het leger werd gebruikt of dat tijdens een dropping door geallieerde vliegtuigen is afgeworpen. Een particulier noodrantsoen van deze omvang is echter zeldzaam.

Het museum stelt de voedselblikken vanaf 15 december ten toon tijdens een expositie over voedsel en hamsteren in oorlogstijd. Proeven gaat directeur Lenders niet doen. „Een museum eet zijn eigen collectie niet op.”

Of alles is opgehaald, kan Goeting niet zeggen: „We moeten nog één kamer doen en die is identiek aan deze. Dus waarschijnlijk vinden we nog wel meer.”