Neergestoken winkeliers lang geterroriseerd

Een markt op de Albert Cuypstraat in Amsterdam. beeld ANP

De twee winkeliers annex marktkooplieden die op 16 maart bij hun winkel aan de Amsterdamse Albert Cuypstraat werden neergestoken, werden in de weken voorafgaand aan het incident wekenlang door de vermoedelijke dader geterroriseerd. Zij zijn ervan overtuigd dat de man, Taha E., het op hen had gemunt vanwege hun Joodse afkomst.

Dat gaven de beide winkeliers, vader en zoon, donderdag tijdens de rechtszaak tegen E. (46) te kennen in hun slachtofferverklaring. Volgens de vader was de aanval van E. een „antisemitische terreurdaad”. E. dreef sinds enige jaren een waterpijpenwinkel naast de nering van de beide slachtoffers.

Aanvankelijk waren de verhoudingen met de man normaal, zeiden de slachtoffers. Maar nadat E. begin dit jaar was teruggekeerd van een reis naar zijn vaderland Egypte, was hij volgens hen en enkele getuigen in de zaak volkomen veranderd en joeg hij zijn omgeving angst aan. Hij had zijn hoofd kaalgeschoren, omwikkelde deze vaak met een sjaal en las daarbij uit de Koran. Ook posteerde hij zich op die manier voor de winkel van de slachtoffers. Zij zeggen dat zij het dreigende gedrag van E. bij diverse instanties herhaaldelijk hebben gemeld en betreuren het dat er klaarblijkelijk niet kon worden ingegrepen.

Op 16 maart zou E. beide slachtoffers op straat, op klaarlichte dag, met een mes te lijf zijn gegaan. Er ontstond een chaotische vechtpartij. Vader en zoon werden meerdere keren gestoken en moesten in een ziekenhuis worden behandeld. E. kon ter plaatse worden gearresteerd. Hij zegt zich niets van het geweld te kunnen herinneren. Gedragskundigen stellen dat de man psychotisch is en moet worden behandeld.

De rechtbank zag zich genoodzaakt de zaak aan te houden, kort voordat het Openbaar Ministerie de strafeis zou formuleren. Het OM beschuldigt E. van een dubbele poging tot doodslag en zal naar verwachting tbs tegen hem eisen. Voor de onderbouwing van die eis is een rapport van de reclassering nodig. Dat moet nog worden opgemaakt. De zaak komt opnieuw voor de rechtbank op 18 november.