„Nederlands dreigt een soort provincietaal te worden”

beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen

Steeds meer Nederlandse universiteiten gaan over op het Engels. Beter Onderwijs Nederland stapt naar de rechter om hieraan een eind te maken.

Hakkelende docenten die in steenkolenengels slaapverwekkende hoorcolleges geven. Studenten die in Engelse werkgroepen geen vragen durven stellen. Regelmatig hoort de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) dergelijke klachten. De vakbond steunt Beter Onderwijs Nederland (BON) in haar rechtszaak.

Donderdag werd bekend dat BON een kort geding gaat aanspannen tegen Maastricht University, de Universiteit Twente en de onderwijsinspectie. BON oordeelt dat de twee universiteiten de kroon spannen in het zonder geldige reden aanbieden van opleidingen in het Engels. Dat zou ingaan tegen de wet op het hoger onderwijs.

Ook de onderwijsinspectie wordt voor de rechter gedaagd, omdat ze onvoldoende toezicht zou houden. BON-voorzitter Ad Verbrugge lichtte de zaak donderdag toe in Nieuwsuur. „Nederlands dreigt een soort provincietaal te worden.”

De LSVb is niet tegen het aanbieden van Engels onderwijs. „Wel tegen de verengelsing en de snelheid waarmee universiteiten dit invoeren”, zegt LSVb-voorzitter Tariq Sewbaransingh. „We vinden het onbehoorlijk dat de wet niet wordt nageleefd en de inspectie niet ingrijpt.”

Studenten moeten altijd kunnen kiezen of ze hun studie in het Nederlands of in het Engels willen volgen, stelt de LSVb-voorzitter. De vakbond zou graag zien dat er een commissie komt die erop toeziet dat deze keuzevrijheid gewaarborgd blijft.

Sewbaransingh vindt dat er in bacheloropleidingen meer moet worden ingezet op het aanleren van Engelse taalvaardigheid. „Zo zullen studenten met meer vertrouwen beginnen aan een master in het Engels en eerder overwegen een deel ervan in het buitenland te volgen.”

Algemeen secretaris Hans Bennis van de Taalunie is niet bang voor de teloorgang van het Nederlands. „Het wetenschappelijk onderwijs is het enige domein in de Nederlandse samenleving waarin het Engels oprukt.” Wel vindt Bennis dat universiteiten zorgvuldiger moeten omgaan met taal. „Ze denken vaak onvoldoende na of het invoeren van Engels als instructietaal noodzakelijk is. Dit komt de kwaliteit van het onderwijs niet ten goede.”

Taalbewust

Bennis pleit ook voor meer taalbewustheid. „Nu stappen we vaak al over op het Engels als twee van de veertig studenten geen Nederlands spreken. Dat zou in Duitsland of Frankrijk ondenkbaar zijn. We mogen best wat trotser zijn op onze taal, want Nederlands wordt best veel gesproken. Van de 6000 talen op de wereld staan we op de 40e plaats. Buitenlandse studenten kunnen ook prima onze taal leren.”

Dat BON naar de rechter stapt, acht Bennis echter onnodig polariserend. „Het probleem is de laatste jaren veelvuldig aangekaart. Universiteiten weten dit en werken aan een oplossing.”