Mozes geeft stotterende Marc van Kralingen moed

Marc van Kralingen: „Ik heb geleerd om niet te veel na te denken over mijn stotteren.” beeld Henk Bouwman

Marc van Kralingen (30) stottert. Als hij voor drukke managers snel een presentatie moet houden, kan hem dat flink parten spelen. „Ik spreek mezelf dan toe: Pak de tijd die je nodig hebt.”

Zeker als puber worstelde Marc van Kralingen met het stotteren. „Als ik voor een volle klas een mondeling examen Frans of Duits moest afleggen, pakte dat nooit goed uit. Ik vond het allemaal hoogst onprettig.”

Open zijn over stotteren. Dat thema staat deze dinsdag centraal op de Wereldstotterdag. Ongeveer 1 procent van de wereldbevolking kan ook op latere leeftijd lastig uit zijn woorden komen. Nederland telt ongeveer 175.000 volwassenen die stotteren. Stotteren komt op oudere leeftijd meer voor bij mannen dan bij vrouwen. Ongeveer 5 procent van de kinderen tot 7 jaar stottert. Bij de meesten van hen gaat dat weer over.

Rolstoel

Stotteraars tobben nogal eens met hun handicap, beaamt Van Kralingen, woonachtig in Leiden. „Mensen kunnen in de problemen komen als ze zwijgen in situaties waarin ze eigenlijk hadden willen spreken. Ze solliciteren bijvoorbeeld maar niet en lopen zo een baan mis.”

Schrijnend is dat stotteraars zich soms in eigen familie- en kennissenkring onbegrepen voelen, legt hij uit. „Mensen snappen soms niet helemaal wat het betekent om te stotteren. Ze vragen je bijvoorbeeld: „Zou je niet eens rustig ademhalen?” Dat soort opmerkingen kan echt niet. Tegen iemand in een rolstoel zeg je toch ook niet: „Zou je eens gaan proberen om te lopen?” Soms willen anderen je helpen een woord af te maken. Maar dat hoeft voor mij niet.”

Vriendschappen

Zelf zegt Van Kralingen, werkzaam als financieel strateeg bij verzekeraar Aegon, zich gaandeweg te hebben verzoend met zijn beperking. „Ik heb geleerd om niet te veel na te denken over mijn stotteren.

Tijdsdruk blijft lastig. Af en toe moet ik tijdens presentaties voor drukke managers iets kort en bondig uitleggen. Dan spreek ik mezelf toe: „Pak je rust, neem de tijd.” Want als ik te snel wil praten, kom ik alleen maar slechter uit mijn woorden.”

De Leidenaar wil niet in klaagzangen vervallen over zijn stotteren. Integendeel. „Ik wil juist benadrukken dat stotteren iets positiefs kan betekenen. Als ik contacten leg met mensen, zeggen zij te ervaren dat ik écht ben. Dat ik geen masker ophoud.”

Van Kralingen is „actief” lid van de Nederlandse stottervereniging Demosthenes. „Die naam verwijst naar een Griekse redenaar die met groot doorzettingsvermogen werkte aan zijn spraak.” Ook is hij nauw betrokken bij de Europese stotterorganisatie Stamily. Met plezier kijkt de Leidenaar terug op zijn bezoek aan het wereldstottercongres eerder dit jaar in IJsland. „Ontzettend leuk om daar met 400 anderen in een omgeving te zijn waar stotteren normaal is. Je bouwt er snel vriendschappen op. Dat soort bijeenkomsten helpt me om mijn stotteren te accepteren en te zien als een positief deel van mijn identiteit.”

Van Kralingen verheugt zich op een meeting van de Europese stotterclub over enkele maanden in Praag. „Daar komen we met 25 mensen uit 12 landen bij elkaar om onze website uit te bouwen. Op die site komen veel meer positieve verhalen en filmpjes van stotteraars te staan. Wij moeten ons laten zien en ons niet laten weerhouden door onze beperking.”

Zijn sociale media, waar mensen vooral via het toetsenbord communiceren, een uitkomst voor Van Kralingen? „Nou nee. Hoewel ik als het ware ben opgegroeid met sociale media, praat ik toch graag. Via Skype bel ik bijvoorbeeld met leden van de Europese stotterorganisatie.”

Shirts

Moedgevend vindt Van Kralingen, in Capelle aan den IJssel opgegroeid in een reformatorisch gezin van zes kinderen, het verhaal over Mozes in Exodus 4. Hij vertelde er onlangs over in zijn thuisgemeente, de Leidse Marekerk. „Mozes zegt dat hij ertegen opziet om naar de farao te gaan, omdat hij zichzelf helemaal geen goede spreker vindt. Maar de Heere laat Mozes weten dat Hij iedereen heeft gemaakt, met of zonder handicap. God zegt als het ware: „Het is prima, want zo heb Ik de mensen gemaakt. Jullie zijn allemaal waardevol.” Ik vind dat zo’n prachtig Bijbelgedeelte.”

Soms steken stotteraars de draak met zichzelf. „Een tijdje geleden deed ik samen met een paar andere stotteraars mee aan een hardloopwedstrijd op Terschelling. Op onze shirts stond onze lijfspreuk: „Ik ren sneller dan dat ik praat.””