Moslim krijgt steeds minder kinderen

Allah in de polder

Radicale moslims: ze zijn hét probleem van deze tijd. Moeten we vrezen voor het verrijzen van Neerlandistan, een fundamentalistische provincie in een uithoek van Eurabië?

Over moslims valt veel te zeggen dat niet-moslims zorgen baart. Dat er in Nederland naar schatting enkele honderden aanhangers van de Islamitische Staat zijn, bijvoorbeeld. Dat aantal komt van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. De dienst maakt onderscheid tussen aanhangers, zeg maar regelrechte fans die met vlaggen zwaaien, en sympathisanten. Van die laatste groep zijn er in Nederland zelfs enkele duizenden, schat de AIVD.

Geen getallen waarmee je lekker in slaap valt: in Nederland zijn er dus duizenden mensen die het volkomen prima vinden als de Islamitische Staat ex-moslims die christen zijn geworden in koelen bloede ombrengt, om maar een voorbeeld te noemen. Ook in dit katern komt iemand met zulke denkbeelden aan het woord.

Vijandbeelden

Er zijn meer van dat soort zorgwekkende cijfers te geven. Zo onderzocht prof. dr. Ruud Koopmans van het Wissenschaftszentrum Berlin für Socialforschung dit jaar vijandbeelden die bij moslims leven. Wat blijkt: ruim 40 procent van de Nederlandse moslims is van mening dat Joden absoluut niet te vertrouwen zijn. En meer dan de helft is ervan overtuigd dat het Westen erop uit is de islam te vernietigen. Voor de jongere generatie moslims geldt dat nauwelijks minder dan voor de oude garde.

Met zulke cijfers wordt het moeilijk om nog met droge ogen vol te houden dat een bloeiende multiculturele maatschappij vol wederzijds respect om de hoek ligt. De cijfers bevestigen eerder het tegenovergestelde: er is een groep moslims die afdrijft van de gedeelde normen en waarden in de westerse samenleving.

Die conclusie wordt bevestigd door waarnemingen die iedereen kan doen: de segregatie in stadswijken neemt toe, en hetzelfde geldt voor de mate waarin moslims handen en voeten geven aan hun geloof. Waar de gastarbeiders van vijftig jaar geleden vooral exotische vreemdelingen waren, die daarnaast in meerdere of mindere mate nog iets aan hun geloof deden, staat voor veel moslims vandaag dat geloof met stip op nummer één.

Deze revitalisering van de islam is het proces dat de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington –bekend van zijn bestseller ”Botsende beschavingen”– de ”Islamitische Heropleving” noemde. Die heropleving van de islam als religie is volgens hem al sinds 1979 bezig, toen de Iraanse revolutie om zich heen greep.

Beangstigend

Voor veel niet-moslims is dit proces beangstigend. Zijn veel moslims zo radicaal? Wordt Nederland straks islamitisch?

Om die vragen goed te kunnen beantwoorden, is het nodig ze helder te onderscheiden. De eerste gaat over hoe moslims denken. De cijfers die hiervoor zijn genoemd, zijn wat dat betreft duidelijk. Ondanks dat een grote groep mensen vanuit de islam oprecht een vredige samenleving wil nastreven, hebben radicale en extremistische elementen binnen de islam het tij mee. Zij gedijen prima op de voedingsbodem van Koran en hadith en zijn het scherpst in het afwijzen van alles wat anders is. Juist de extremisten van IS vinden dat er maar één islam is: de hunne. Opmerkelijk genoeg kunnen ze wat dat betreft PVV-leider Wilders de hand geven, die immers precies hetzelfde zegt. Dus ja: er zijn heel wat groepen en groepjes, in Nederland en daarbuiten, die liever vandaag dan morgen de sharia zouden invoeren.

Kindertal

Maar betekent dit ook dat Nederland straks islamitisch wordt? Wie op dit punt met open vizier naar de cijfers kijkt, moet zo’n veronderstelling krachtig afwijzen. De vrees hiervoor doet denken aan de angst onder protestanten tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw dat rooms-katholieken de macht zouden grijpen. Die bleek ongegrond, vooral omdat het ”rijke roomse leven” pijlsnel verwaterde. Het kindertal daalde en de katholieken werden een schim van zichzelf.

Om precies dezelfde redenen is ook de angst voor een islamitische overheersing van Nederland ongegrond. Dat blijkt duidelijk uit het vruchtbaarheidscijfer van Nederlanders uit moslimlanden. Nog geen twintig jaar geleden lag dat op bijna drie kinderen per vrouw, ongeveer even hoog als het vruchtbaarheidscijfer van Urk nu. Maar vorig jaar zakte het cijfer voor Turkse en Marokkaanse vrouwen voor het eerst onder de twee, wat dicht in de buurt komt van het gemiddelde cijfer van 1,7 voor heel Nederland (figuur 1).

„Men past zich simpelweg aan de Nederlandse gewoonten aan”, analyseert Flip van Dyke, specialist op het gebied van migratiecijfers. Hij houdt onder meer de vruchtbaarheidscijfers al jarenlang nauwgezet bij en maakte voor deze krant diverse overzichten.

Volgens Van Dyke is het idee van Eurabië, een Europa dat beheerst wordt door de islam, vooral op foute aannames rond geboortecijfers gebaseerd. „Een importbruid die hier in de vorige eeuw kwam, kreeg waarschijnlijk vrij veel kinderen. Maar die kinderen zelf zijn inmiddels opgegroeid. Zij krijgen, als tweede generatie, zelf veel minder kinderen.”

Emigratie

Er speelt nóg iets mee dat de groei van moslims in Nederland sterk drukt: behalve immigratie is er veel emigratie, juist ook van mensen die hun wortels in islamitische landen hebben liggen. Rond 2006 remigreerden er per saldo zelfs meer mensen naar islamitische landen dan dat er moslimimmigranten bij kwamen. Op dit moment ligt dat saldo iets boven de nul (figuur 2).

Dat is terug te zien in de cijfers over het totaalaantal moslims in Nederland. Hoewel het CBS is gestopt deze aantallen bij te houden, slaagt Van Dyke erin om –door allerlei gegevens met elkaar te combineren– betrouwbare cijfers te leveren. Die laten zien dat het aantal moslims in Nederland ergens in 2010 de 1 miljoen is gepasseerd. Nu ligt dat aantal naar schatting op zo’n 1,05 miljoen (figuur 3). Dat aantal blijft groeien, maar die groei vlakt wel af (figuur 4).

Ervan uitgaand dat deze trend doorzet én dat het immigratiecijfer uit moslimlanden niet sterk groeit, kan het aandeel moslims in Nederland volgens Van Dyke in 2060 gegroeid zijn tot 8 procent, „maar dat is dan ook de bovengrens.” Op dit moment ligt het percentage moslims in Nederland tussen de 5,5 en de 6.

Uitgewoonde moskeeën

Dat de groei afvlakt, blijkt overigens ook uit iets heel anders: al jarenlang ligt het aantal moskeeën in Nederland tamelijk stabiel rond de 450. Zij zijn vooral in de grote steden geconcentreerd (figuur 5). Zo’n beetje iedere stroming heeft vandaag haar eigen moskee.

Wat wel verandert, is dat de oude, uitgewoonde moskeeën steeds vaker worden afgebroken. In plaats daarvan verrijst er nieuwbouw, inclusief forse minaretten en liefst op een A-locatie. De grote moskeeën in Rotterdam en Utrecht zijn daar voorbeelden van. Ook de voorgenomen bouwplannen voor een groot islamitisch centrum in Gouda passen in dit beeld.

Een reële prognose voor de komende jaren is dan ook niet dat Nederland een „tsunami” aan moslims te verwerken krijgt; wél dat er vaker conflicten zullen zijn die voortvloeien uit het onmiskenbaar toenemend islamitisch zelfbewustzijn onder moslims in Nederland.