„Moeder dirigeerde 
het hele gezin”

Familie Flier. beeld Museum Lunteren
3

De waslijn en de kapstok hangen vol. Klompen en schoenen staan op lange rijen. Museum Lunteren belicht tot eind oktober het „gezellige, drukke reilen en zeilen” van grote gezinnen, in een decor van de jaren vijftig en zestig.

Met zeventien kinderen spant het gezin Koudijs de kroon. „De warme maaltijd werd in twee etappes gegeten”, vertelt een van hen. „Op zaterdag maakte moeder een pan kippensoep, ’s avonds kreeg iedereen een kop. Die pan was zo groot dat-ie de echoput werd genoemd.”

Een foto van de kinderen

Koudijs kort na de geboorte van nummer veertien siert de poster die de expositie ”Een huis vol” aankondigt. „Een bekend Lunters gezin”, zeggen Hildegard Goedhart, Sonja van Heezik en Corrie Bakker, de samenstellers van de tentoonstelling in Lunteren. „Vader was vele jaren boswachter van het Luntersche Buurtbosch.”

Verschillende thema’s keren telkens terug in de verhalen bij de foto’s en de video-interviews. Zoals het helemaal afdragen van kleding. „Van kind tot kind, totdat het versleten of kapot was.” Was de kinderbijslag uitgekeerd, dan konden er wat nieuwe kleren worden gekocht. De oudste zus van Josefien Wattilete, gediplomeerd coupeuse, maakte zelf pakjes voor haar jongste broertjes. Het Molukse gezin telde zeven meisjes en drie jongens.

In het gezin Flier (tien jongens, twee meisjes) hadden „de dames” –het derde en het zesde kind– geluk. Zij kregen meer nieuwe kleding, omdat zij de enige meisjes waren en elkaar niet direct in leeftijd opvolgden.

Collectegeld

Het was druk in de gezinnen. Daarom kregen de kinderen meestal allerlei taken opgedragen in en om het huis. „Moeder dirigeerde het gehele gezin. Ze was altijd thuis en kon goed organiseren”, aldus de familie Flier.

Een Lunterse, opgegroeid met drie broers en vijf zussen, herinnert zich: „We woonden boven de winkel, waar mijn moeder –tussen het huishouden door– hard meewerkte. Bovendien at tussen de middag het personeel mee en er was altijd wel een ‘gastkind’ of bezoek. Dat er weinig tijd voor persoonlijke aandacht voor de kinderen was, vonden we helemaal niet vreemd; dat was gewoon zo. En wij, de kinderen, hadden elkaar.”

Bij de familie Vis (negen kinderen) behoorde bij de zondagse kerkgang een vast ritueel: „Vader legde voor het hele gezin het collectegeld klaar: twee kwartjes, één dubbeltje. Daarboven twee pepermunten per kind. In rij op de kamertafel.”

Saamhorigheid

Saamhorigheid en gezelligheid kenmerken veel grote gezinnen, zo maakten de drie samenstellers uit de verzamelde verhalen op. „We proefden veel warmte. Daarnaast was er wel de financiële worsteling om zo’n gezin te runnen, maar er werd niet gezeurd. Al was er soms geen geld voor een zakcentje of een studie, de kinderen waren veelal tevreden. Er waren wel minpunten. Moeders hadden het soms erg zwaar en sommige kinderen vielen buiten de boot. Grote schreeuwers kregen meer aandacht. Wie wat minder gebekt was, dolf eerder het onderspit.”

Hoe anders en minder comfortabel het gezinsleven een halve eeuw geleden was, laat de expositie zien. Wegwerpluiers en wasdrogers waren nog onbekend. Aan de waslijn hangen katoenen luiers die steeds werden hergebruikt. Nadat moeder wastobbe en wringer gebruikte, droogde de was op hekjes. Ook voor de kachel in de huiskamer is een droogrek neergezet. Op de kachel wordt het strijkijzer verwarmd. In de hoek van ”het volle huis” staat een twijfelaar. In het bed sliepen ’s nachts vier kinderen.

”Een huis vol” is tot 27 oktober in Museum Lunteren, Klomperweg 5, te bezichtigen.