Misdaadkenner Kolthoff: We zaten in een naïeve bubbel

De Imstenrade in Amsterdam Buitenveldert, waar advocaat Derk Wiersum werd doodgeschoten. beeld ANP

Of Nederland de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit aan het verliezen is? „Daar lijkt het wel een beetje op”, zegt misdaadkenner prof. dr. Emile Kolthoff.

Italiaanse toestanden. Met die woorden typeert Kolthoff, hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit, de brute moord woensdag in Amsterdam op advocaat Derk Wiersum (44). Hij was de raadsman van kroongetuige Nabil B., die tegenover de recherche uit de school klapte over de beruchte crimineel Ridouan Taghi en diens kompanen. Een woedende en geëmotioneerde minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) noemde de liquidatie woensdag een aanval op de rechtsstaat.

De nationale verontwaardiging lijkt de onderwereld niet te deren. Woensdagavond was de hoofdstad opnieuw toneel van een liquidatie. De 32-jarige voormalige profvoetballer Kelvin Maynard werd doodgeschoten.

OM-topman Westerbeke zei woensdagavond in Nieuwsuur dat Justitie geen rekening hield met een moordaanslag op de advocaat van de kroongetuige.

Is dat naïef?

Kolthoff, die tientallen jaren bij de politie werkte: „Misschien wel. Eerlijk gezegd heb ik zo’n liquidatie ook niet zien aankomen. Ik denk dat we met z’n allen in een naïeve bubbel zaten. In een stad als het Italiaanse Napels zijn dit soort moorden vanuit maffiakringen gebruikelijk. In Nederland gaan we nu een stapje die kant op.”

NRC Handelsblad citeerde woensdag een Columbiaanse bron die stelt dat Nederland het logistieke centrum is van de cocaïnehandel in West-Europa. Hoe ziet u dat?

„Die bewering wordt bevestigd door een recent onderzoek van de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Rotterdam en Antwerpen vervullen sleutelposities. Veel drugs wordt via die havens verhandeld.”

Willen de Nederlandse autoriteiten een vuist maken tegen de cocaïnemaffia, dan is de inzet van meer recherche dringend geboden, benadrukt Kolthoff. „Er zijn nu onvoldoende rechercheurs om criminele groeperingen aan te pakken. Zo is de financiële recherche de afgelopen jaren verwaarloosd. Dat heeft ook met de krenterigheid van de overheid te maken. Kundige accountants gaan niet bij politie werken, omdat ze in het bedrijfsleven meer kunnen verdienen. Ook wat betreft de hoogte van tipgeld is Nederland veel te zuinig. Intussen beschikken criminele groeperingen over oneindig veel geld, waarmee ze elke misdadige klus kunnen betalen.”

Betrokken procespartijen (aanklagers, rechters en advocaten) in de rechtszaak tegen Ridouan Taghi krijgen sinds woensdag extra politiebeveiliging, onder regie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

Ingrijpend als voortaan in zware strafzaken bijvoorbeeld alle aanklagers en advocaten streng worden beveiligd?

„Het is geen pretje om 24 uur beveiligd te worden en het kost veel geld. Maar wil je de rechtsstaat overeind houden, dan heb je geen keus. Waarbij je hoopt dat die beveiliging kan worden teruggeschroefd als misdadige groeperingen adequaat worden aangepakt.”

2019-09-19-BIN2-1bij-wiersum19-8-FC_webJustitie blijft werken met kroongetuigen

Kwetsbare jongeren

Schutters zijn de laatste jaren veelal jonge mannen van amper twintig die voor een paar duizend euro hun doelwit liquideren.

Hoe die jonge schutters een halt toe te roepen?

„Het is nodig om jongeren in achterstandswijken opleiding en werk te bieden. Zodat ze eerlijk hun brood kunnen verdienen. Zorg dat ze zich in hun vrije tijd in een buurtcentrum kunnen vermaken. Zo kun je voorkomen dat criminelen op straat kwetsbare jongeren ronselen. Al zullen er ook jongeren blijven die ondanks het feit dat ze een goede relatie en een baan hebben, toch bezwijken voor de verleiding om met drugshandel snel veel geld te verdienen.”

Is ook geboden dat er een veel steviger moreel appel op jongeren wordt gedaan: Je blijft hoe dan ook bij drugs vandaan?

„Natuurlijk. Het gedoogbeleid op het gebied van drugs, waarbij iedereen zijn gang maar kan gaan, keert nu als een boemerang op ons terug.”

Uit een recent alarmerend rapport van bestuurskundige Pieter Tops en onderzoeksjournalist Jan Tromp over drugsmaffia in Amsterdam blijkt dat overheidsinstanties vaak geen informatie uitwisselen over verdachte figuren. Daardoor wordt drugshandelaren die geld witwassen nauwelijks een strobreed in de weg gelegd.

De Amsterdamse politiechef Frank Paauw zei recent in het Parool dat in de strijd tegen drugscriminaliteit sommige privacyregels overboord moeten. „We laten onszelf nu de handen op de rug binden, terwijl we allemaal zien dat we op het ravijn afrijden”, zei de politiebaas.

Heeft Paauw een punt?

„Onder meer door Europese wetgeving zijn we inderdaad doorgeslagen wat betreft het in acht nemen van privacy. Dat hindert de opsporing. Politie en belastingdienst zouden bijvoorbeeld meer gegevens moeten uitwisselen over verdachte situaties. Nu gebeurt dat vaak niet. Neem een gemeentehuis. Dat kent bijvoorbeeld een afdeling bevolking, een afdeling vergunningen, een afdeling handhaving, enzovoort. Nu mogen afdelingen niet onderling informatie met elkaar delen over een pand waar zich mogelijk verdachte zaken afspelen. Dus kan bijvoorbeeld drugs- of mensenhandel vanuit zo’n woning door blijven gaan.

Nu het, na de moord op advocaat Wiersum, echt spannend wordt, denk ik dat in dat opsporingsonderzoek bepaalde privacyregels terzijde zullen worden geschoven.”

Wat vindt u van het optreden van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid na de liquidatie van advocaat Wiersum?

„Grapperhaus komt waarachtig en daadkrachtig over. Het is ook prima als Erik Akerboom, de korpschef van de Nationale Politie, zegt dat de autoriteiten niet zullen rusten voordat de schutter is gepakt. Maar we moeten wel bedenken dat zo’n dader slechts een stroman is.”