Met mondkapje op naar de volgende les op Pieter Zandt

Onderwijs
Het mondkapje bemoeilijkt het kletsen met elkaar, vinden de leerlingen. beeld RD, Anton Dommerholt
11

De leerlingen van de Pieter Zandt in IJsselmuiden zijn het er roerend over eens. Zo’n mondkapje op school is behoorlijk irritant. „Het zit benauwd”, vindt Lieke (12). Leeftijdsgenoot AnneDirk ziet echter ook voordelen. „Je kunt nu wel stiekem kauwgom eten. Niemand die het ziet.”

Op de balie van de receptie van de middelbare school staat een langwerpig doosje van zo’n twintig centimeter. Boven de rand steken een tiental blauw-witte mondkapjes uit. Per stuk verpakt. Bedoeld voor leerlingen of docenten die geen eigen exemplaar bij zich hebben.

Geen overbodige luxe, weten eersteklassers Thijs en Levi uit eigen ervaring. Klasgenoot Jasper kan erover meepraten. „Ik had die van mij woensdag per ongeluk thuis laten liggen. Dan is het wel handig dat er hier wat reserve-exemplaren zijn.”

Conciërge Thijs Nieuwenhuis, beheerder van de mondkapjesvoorraad, doet niet moeilijk tegen de leerlingen die geen stukje stof op zak hebben. Hij is dik tevreden over de eerste dagen waarop leraar en leerling de mond- en neusbedekking moesten dragen. „Afgelopen maandag waren maar vier van de ruim tweehonderd leerlingen hun mondkapje vergeten. Dat is echt niet veel. Dat aantal is in de loop van de week niet heel hard opgelopen.”

Regen

Zo vlak voor de etenspauze oogt het schoolplein verlaten. In het fietsenhok schuilt een groepje scholieren tegen de stromende regen. Een mondkapje dragen ze niet. Dat hoeft ook niet, zegt locatiemanager Jan Willem Bakker. ”Binnen op, buiten af” is namelijk het devies op de IJsselmuidense middelbare school. Nieuwenhuis: „En als er bijvoorbeeld maar één klas in de aula is, mogen de leerlingen hun mondkapje ook in hun tas laten.”

Bakker is goed te spreken over de manier waarop de scholieren met de regel omgaan. „Ze doen er over het algemeen niet moeilijk over”, vertelt hij. „Het scheelt wel dat de leerlingen op onze vestiging relatief jong zijn, we hebben hier vooral eerste- en tweedeklassers. Ik kan me voorstellen dat oudere scholieren zich wat minder goed aan het advies houden.” Daarnaast is de locatie IJsselmuiden relatief klein. Een voordeel, vindt de locatiedirecteur. „Je hebt dan goed overzicht over de leerlingen en kunt hen makkelijk aanspreken.” Nieuwenhuis: „Je hoeft maar naar je gezicht te wijzen en de leerlingen weten al hoe laat het is.”

Pilaar

Er wordt heus wel gesjoemeld met het mondkapje, vertelt een groepje jongens dat tijdens de middagpauze in de drukbevolkte aula is neergestreken. „We dragen er allemaal wel eentje. Maar als we merken dat er niemand kijkt, trekken we hem weleens naar beneden, hoor.” Ze zijn daarin niet de enige, weten ze. En inderdaad, half weggescholen achter een pilaar staan twee scholieren te praten, hun mondkapje hebben ze voor het gemak maar een stukje naar beneden geschoven. Mond bedekt, neus onbedekt. Dat gebeurt best veel, zegt een meisje. „Maar je moet er wel op letten dat de conciërge het niet in de gaten heeft.”

Het mondkapje maakt het lastiger om met elkaar te praten, zeggen de klasgenoten Lieke, Irene, Rosalieke en Henrianne. „Ook is het erg warm; zeker als je net van de fiets komt en je gelijk zo’n ding op moet zetten. Dat zit dan niet fijn.” Een mode-item is het stukje stof volgens hen nog niet geworden. „We stemmen de kleur ervan bijvoorbeeld niet echt af op onze kleren.”

Over het algemeen heerst onder de leerlingen in de aula scepsis over het nut van de maatregel. „Je mond en neus zijn wel bedekt, maar aan de zijkant van het mondkapje komt ook nog lucht naar buiten”, zegt Ernest (12). „Dan kan je het virus alsnog verspreiden, lijkt mij.” Ook valt het de scholieren op dat de wegwerpkapjes vaak meerdere keren gebruikt worden. Johannes (13): „Officieel mag dat niet. Maar het is geen doen om meerdere mondkapjes mee te nemen en steeds een nieuwe te pakken.”

Vraagtekens

Een veiliger gevoel geeft het feit dat docenten en leerlingen mondkapjes dragen hem niet, zegt Teunard van Eldik, docent aardrijkskunde. Onderwijassistente Bertine ten Voorde beaamt dat. Dat gevoel leeft breed onder de docenten, weet Bakker. „De collega’s hier hebben hebben hun vraagtekens bij het nut van de maatregel. Ze hebben ook nooit echt aangedrongen op de invoering daarvan. Maar baat het niet, dan schaadt het vast ook niet, is eigenlijk de gedachte hier op school.”