Met een rechercheur de kerk in

De klok rond onder politiebescherming. Bijna een week lang. „Ik mocht zonder toestemming niet eens het erf af.”

Voor ir. B. J. van der Vlies, fractieleider van de SGP in de Tweede Kamer, was het wel even wennen. „Vorige week maandagavond laat werd ons als fractievoorzitters meegedeeld dat we politiebescherming kregen. Op de schuchtere vraag of het echt wel nodig was, luidde het antwoord gedecideerd: Ja. Van het ene op het andere moment mag je je niet meer vrij bewegen. Elke keer als je de deur uitgaat, moet je tijden en bestemming melden en overleggen met de beveiliging.” Dag en nacht -tot afgelopen zaterdagavond- stond er een politiebusje met twee agenten van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging voor zijn huis.

De plaatsgenoten keken aanvankelijk wat wantrouwend naar het politiebusje. „Automobilisten hielden zich opeens netjes aan de snelheid, bromfietsers deden schielijk een helm op als ze langskwamen. Na de radioberichten over de persoonsbeveiliging van lijsttrekkers begrepen de dorpsgenoten hoe het zat. Toen stonden er al snel horden nieuwsgierige kinderen op de stoep. Maar de agenten reageerden daar heel kalm op en maakten een praatje.”

Omdat de verkiezingscampagne stilligt, is de SGP’er nu veel thuis. Zaterdagmiddag wilden zijn vrouw en hij zijn hoogbejaarde ouders in Dordrecht opzoeken. „We wilden daar niet te vroeg zijn, zo om een uur of drie, en spraken af met de agenten dat we om twee uur zouden vertrekken. Vijf voor twee reden we weg in de Mercedes van de bodyguards, om vijf over halfdrie stonden we bij mijn ouders op de stoep. Het leek wel of er gezag van de auto uitstraalde en het verkeer voor ons aan de kant ging. Ik heb het maar niet gehad over een snelheidsbeperking.”

Is het ook beklemmend om 24 uur per dag bewaakt te worden? „De agenten registreerden alle bezoekers en hun autokentekens; ze schreven op wanneer ik, of een van de gezinsleden, wegging en terugkwam, zelfs nog wanneer mijn vrouw de post uit de brievenbus haalde. Toch vond ik het niet bedreigend of vervelend. Ze probeerden er zo te zijn alsof ze er niet waren. De politiemensen waren vriendelijk en correct. Ze verontschuldigden zich wel tienmaal voor de inbreuk op de privacy.”

Hoewel de beveiliging zich met name richtte op de politicus zelf, konden zijn vrouw en kinderen zich niet helemaal vrij bewegen. „Overdag konden ze wel vrij naar hun werk toe, al waren tijd en plaats nauwkeurig geregistreerd. Maar toen een van onze dochters een boodschap ging doen bij de supermarkt, ging er een agent mee.”

Van der Vlies ervoer het als heel bijzonder om op Hemelvaartsdag onder begeleiding naar de kerk te gaan. „Het is maar enkele stappen lopen. Maar ze gingen wel mee. Een politieauto reed schuin achter me, een rechercheur in burger liep mee de kerk in.”

Nu het zo dichtbij kwam, kreeg Van der Vlies nog meer respect voor het politieapparaat. „We mogen als samenleving dankbaar zijn dat er mensen zijn die bij de politie willen werken. Toch, je kunt de beste politiebescherming krijgen, maar wezenlijke bescherming kan alleen de Heere God geven. Je moet rustig en beheerst zijn en ook rust uitstralen, want mensen letten op je. Anderzijds voel je je ook wel nietig. Er kan zomaar, al houden bodyguards je in de gaten, iemand voor je staan die denkt dat hij door zo’n daad de geschiedenisboekjes ingaat. En dat heeft dan geweldige consequenties.”

Mevrouw Van der Vlies moest -plaatsvervangend- ’s avonds de hond uitlaten: „Het gaf wel een veilig gevoel. Wanneer ik laat in de avond de hond uitliet, stond er een agent op het trottoir.”