Meer politiek dan ethiek in debat euthanasie

ChristenUnie-Kamerlid Dik-Faber (l.) en bestuurskundige Paul Frissen gingen maandagavond in debat over het thema waardig leven. beeld RD

Politici spelen een te hoog spel wanneer ze „een nette regeling” loslaten op abortus en euthanasie. Dat stelt bestuurskundige Paul Frissen maandagavond tijdens het Veritas Forum in Rotterdam in een debat over waardig leven. „Leven en dood liggen in het domein van het heilige en onuitsprekelijke.”

Naast hoogleraar bestuurskunde en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur Frissen was Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie Carla Dik-Faber uitgenodigd voor de avond. Veritas Forum is een christelijke organisatie die het debat tussen christenen en niet-christenen wil aanmoedigen.

Al aan het begin van de avond gaat Frissen er met het thema vandoor. Het betoog van de hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg gaat niet over ethiek rond euthanasie of abortus. Frissen hekelt de wijze waarop Nederland een ingewikkeld thema als euthanasie in regels probeert te vangen. „Waar in andere landen het woord gedogen opgevat wordt als iets wat illegaal is door de vingers zien, betekent het in Nederland dat er een legale bedrijfstak van gemaakt wordt. Dat geldt voor prostitutie, voor wietteelt, en ook voor het euthanasiebeleid.”

In zijn relaas benadrukt Frissen het vervreemdende van de dood. „Een tijdje geleden was ik uitgenodigd bij de Levenseindekliniek. Proef die naam eens goed. Een kliniek is een medische faciliteit die in dit geval dus het levenseinde verzorgt. Het taboe daarop is weg. Euthanasie is een normale, medische handeling geworden. In de samenleving is er massaal steun voor. Toch is tegelijk de angst voor de dood groot. Het is veelzeggend dat 95 procent van de mensen die zich laat euthanaseren wil dat de arts het middel toedient.”

Kostenpost

Alleen de staat heeft recht om mensen te doden, legt Frissen uit. „In een oorlog of in het strafrecht mag de staat mensen het leven ontnemen. Nu heeft de staat het recht om te doden uitbesteed aan artsen.” Frissen ziet graag dat de overheid dat recht weer in eigen hand neemt. „De toetsing van euthanasie moet niet langer achteraf plaats vinden, maar de rechterlijke macht dient vooraf te beslissen of euthanasie mag worden toegepast.”

CU-Kamerlid Dik-Faber wil het wel hebben over ethische vragen rond leven en dood. „In deze tijd waarderen veel mensen hun leven op basis van het aantal likes dat ze krijgen op sociale media. Maar ons leven is vele malen dieper en rijker dan sociale media ons willen laten geloven. Somberheid en verdriet, waar op Instagram geen ruimte voor is, mogen er ook zijn. Ook al ben je somber of depressief, je leven is waardevol voor God.”

Ouderen krijgen in onze samenleving impliciet de boodschap mee dat ze er niet meer toe doen, stelde Dik-Faber. „Ze gaan zich een kostenpost voelen.” Het Kamerlid laat verschillende keren het woord „baarmoederlijkheid” vallen. „Onze samenleving heeft behoefte aan warmte. Veel mensen die hun leven voltooid noemen, bedoelen niet: Ik wil dood. Ze willen dít leven niet. Wat is ons antwoord daarop?”

Leefstijl

In de discussie die zich ontspint na de pauze blijft het thema overheidsbemoeienis terugkeren. Bij de stelling ”De overheid mag uitspraken doen over wat een mensenleven waard is” komt de vraag ter sprake wanneer een behandeling nog zinvol is. Dik-Faber: „Behalve dat overbehandeling meer geld kost, is het ook ronduit schadelijk om bijvoorbeeld iemand die in een vergevorderd stadium van dementie is sondevoeding te gaan geven.”

„Zo’n discussie over overbehandeling komt in politiek Den Haag altijd in het licht van kostenbeheersing te staan”, meent Frissen. Hij vindt het kwalijk dat de overheid veel geld investeert in preventieprogramma’s die erop gericht zijn om mensen zo gezond mogelijk oud te laten worden. „Leefstijl is geen neutraal begrip. Wat staatssecretaris Blokhuis doet, is mensen die ongezond leven stigmatiseren. Vaak heeft ongezond leven en een lage sociaal-economische klasse alles met elkaar te maken. De overheid is dan niet solidair met mensen die ongezond leven.”

Frissens scherpe kritiek op de leefstijlprogramma’s van het kabinet heeft veel met zijn angst voor een te grote macht van de overheid te maken. Plechtig legt hij de studenten in de zaal op: „Kennis strekt tot bescheidenheid. Verkeer nooit in de illusie dat jij de wereld gaat redden. Mensen die beweren dat wel te kunnen, verdienen diep wantrouwen. Daarom moet de staat veel aan de samenleving overlaten, ook als die samenleving dingen doet die de staat niet bevallen.”