Maximale straf jongen voor doden Savannah

Leerlingen troosten elkaar bij een bijeenkomst op het Oostwende College voor de veertienjarige Savannah die dood werd gevonden. beeld ANP

De rechtbank in Utrecht heeft een zeventienjarige jongen uit Den Bosch veroordeeld tot twee jaar jeugddetentie en jeugd-tbs wegens het doden van Savannah uit Bunschoten. Het veertienjarige meisje werd vorig jaar juni dood in een sloot in haar woonplaats gevonden, enkele dagen nadat ze vermist was geraakt.

Het is de maximale straf die een minderjarige van die leeftijd kan krijgen. De verdachte, die altijd heeft ontkend dat hij iets met haar dood te maken heeft, was destijds zestien. De twee hadden op de dag van haar verdwijning een afspraakje. Uit het vonnis blijkt dat de verdachte verliefd was op Savannah. Maar hij was ook boos op haar en voelde zich belazerd, omdat ze ook contact had met een andere jongen.

Verdachte ‘gelaten’ over straf doden Savannah

Uiteindelijk belandden beiden in een sloot op het industrieterrein. Dat blijkt uit onderzoek naar modder, worteltakken en slakkenhuizen die zowel op het slachtoffer als op de kleding van de jongen zijn gevonden. Een slakkenhuis zat in zijn jaszak.
De verdachte is desondanks blijven ontkennen dat hij ook in de sloot is geweest. Hij zegt dat hij halverwege de afspraak weg is gegaan op de fiets van Savannah. Maar de rechtbank geloofde zijn wisselende verklaringen niet en vond de bewijzen voor het tegendeel overduidelijk. Waarschijnlijk is er sprake geweest van een worsteling in de sloot, blijkt uit lichte verwondingen bij de verdachte zelf, zoals bloeduitstortingen en krassen.

De verdachte werd vlak na de vondst van het slachtoffer al aangehouden. Spullen van Savannah zijn bij hem thuis gevonden. Ook vertoonde hij vreemd gedrag, hij verzon een vals alibi, wiste zijn app-account en maakte plannen om naar het buitenland te gaan.

De doodsoorzaak kon niet worden vastgesteld, omdat haar lichaam er al te slecht aan toe was na enkele dagen in het water. De rechtbank gaat uit van doodslag en niet van moord, omdat ze niet bewezen acht dat de jongen vooraf de intentie en opzet heeft gehad haar om te brengen.

Het Openbaar Ministerie (OM) vond voorbedachte rade wel bewezen. Dat zou zijn op te maken uit onlineberichten die hij vóór 1 juni, de dag dat Savannah verdween, had geschreven. Maar de rechtbank stelde dat jonge mensen zich wel vaker bedienen van grof taalgebruik in chatberichten en dat daaruit niet een moordplan hoeft te blijken.

De rechtbank volgde toch de maximale strafeis van de officier van justitie.