Maurice de Hond ontrafelt coronacijfers

Nederland
Maurice de Hond. beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen

Cijfers, grafieken en voorspellingen over de coronapandemie. Ze buitelen deze weken over elkaar heen. De Amsterdamse statisticus en sociaal geograaf Maurice de Hond (72) probeert de rode lijn te ontwaren.

Op internet speurt De Hond sinds februari wereldwijd naar statistieken en wetenschappelijke artikelen over de coronapandemie. Daarover blogt hij op maurice.nl. „Net heb ik de nieuwste sterftecijfers in Italiaanse regio’s nog gedownload”, vertelt de statisticus donderdag per telefoon.

Het RIVM kleurt de landkaart sinds deze week niet meer in op basis van aantallen gemelde coronapatiënten, maar op grond van ziekenhuisopnames. Wat vindt u van die switch?

„Die is verstandig. Omdat er in Nederland niet veel mensen op het virus worden getest, zegt het aantal vastgestelde coronapatiënten weinig. Het aantal ziekenhuisopnames geeft een beter beeld van de virusverspreiding. Het zou inderdaad goed kunnen dat het werkelijke aantal dodelijke slachtoffers hoger ligt dan het RIVM aangeeft. Maar het RIVM moet roeien met de riemen die het heeft. Als statisticus ben ik in ieder geval blij met het feit dat landen dagelijkse sterftecijfers naar buiten brengen. Opvallend is dat de informatie op sites van officiële organen niet altijd even actueel is. Wikipedia per land is voor mij een betere bron van informatie over het virusverloop.”

In uw blogs benadrukt u dat het weer waarschijnlijk van grote invloed is op de verspreiding van het coronavirus. Hoe zit dat?

„Ik vind en krijg via onder meer wetenschappelijke artikelen steeds meer bewijs dat het coronavirus zich sneller verspreidt naarmate de lucht droger en dus vaak kouder is. Hoe droger het is, hoe sneller het virus zich blijkbaar verspreidt. Bij drogere lucht kunnen mini-druppeltjes, zogeheten micro droplets, zich namelijk beter verspreiden. Ze zweven als het ware weg.

In de VS zie ik spectaculaire verschillen. In de staat New York zijn twintig keer meer mensen besmet dan in de staat Californië, terwijl in beide staten ongeveer op hetzelfde moment het virus opdook. Ik vermoed sterk dat die verschillen te maken hebben met luchtvochtigheid. In Californië is de lucht een stuk vochtiger en ook warmer dan in New York. In die vochtigere lucht kunnen virusdeeltjes zich veel minder makkelijk verspreiden. Opvallend is ook dat in een dichtbevolkt land als de Filipijnen relatief heel weinig coronadoden vallen. Dat komt denk ik dus ook door het vochtige en warme klimaat.

Ik wil er voor pleiten dat mensen bij droog en dus koud weer hun mond bedekken, bijvoorbeeld met een sjaal. Zodat ze niet voor uitstoot van het virus zorgen. Niet voor niets doen ze dat in Korea en Japan ook op een succesvolle wijze.”

U betoogt dat kerkelijke bijeenkomsten een belangrijke bron van besmetting kunnen zijn geweest, ook op de Biblebelt.

„Wereldwijd zijn diverse coronabrandhaarden te herleiden tot religieuze bijeenkomsten. Zo blijkt een door zo’n 2500 mensen bezochte christelijke massameeting tussen 17 en 24 februari in het Franse Mulhouse een belangrijke bron van de uitbraak te zijn geweest.

Opvallend ook: zestig koorleden kwamen op 10 maart in een kerkgebouw in de buurt van het Amerikaanse Seattle bij elkaar. Ze hielden onderling anderhalve meter afstand. Geen van de koorleden was zichtbaar ziek. Na drie weken bleken 45 leden toch corona te hebben, van wie er enkelen overleden. In een kerkgebouw hangt vaak relatief droge lucht, dus ik denk dat daar het virus zich extra snel verspreidt. Zeker als mensen luidkeels zingen.”

In Biblebeltdorpen als Staphorst en Barneveld is de uitbraak nog relatief mild. Hoe kijkt u daarnaar?

„Het zegt mij niet zo veel. Wil een virus zich via een kerkelijke gemeente verspreiden dan moet natuurlijk wel eerst iemand besmet zijn. Ik deel de analyse dat op biddag 11 maart, voordat de overheid de kerken beperkende regels oplegde, het virus zich al kan hebben verspreid. Omdat kerken toen in veel Biblebeltgemeenten vol zaten. Hoe dan ook vind ik dat kerken nu niet moeten kiezen voor het maximaal toegestane aantal van dertig kerkgangers. Dat heeft uiteraard niets met een antireligieus sentiment te maken. Ook andere groepsbijeenkomsten, zoals carnavalsfeesten, moet je nu niet willen organiseren. In de Amerikaanse staat Louisiana heeft zo’n volksfestijn, Mardi Gras, de verspreiding van het virus enorm versneld.”

U vergelijkt de coronacrisis met een aardbeving van 9 op de schaal van Richter. Hoezo?

„Hoewel ik niet uitsluit dat de pandemie door vochtiger en dus warmer weer binnen enkele weken minder heftig wordt, zal de wereld veel langere tijd kampen met de ingrijpende gevolgen van deze pandemie. Omdat de economie een zware slag is toegebracht en mensen onzeker zijn geworden. Raak ik mijn baan kwijt? Kan ik wel een huis kopen? Kan ik naar het voetbalstadion? Ik ben bang voor sociale onrust in diverse landen. Deze crisis heeft een enorme impact op de wereldbevolking.”

„Virus wellicht minder effectief bij vochtig weer”

De stelling van De Hond dat het coronavirus zich sneller in droge lucht verspreidt, lijkt steun te vinden in een twee weken geleden gepubliceerde studie in het tijdschrift Social Science Research Network. Met een slag om de arm concluderen de onderzoekers Qasim Bukhari en Yusuf Jameel van het Massachusetts Institute of Technology dat wereldwijd minder dan 6 procent van de coronagevallen zich voordoet in warme en vochtige landen, met een gemiddelde temperatuur hoger dan 18 graden en een luchtvochtigheid van meer dan 9 gram water per kubieke meter lucht. „De overdracht van het virus is tot nu toe mogelijk minder efficiënt geweest in een warmer, vochtig klimaat.”

Een zegsman van de vakgroep medische microbiologie van het UMC Utrecht stelt donderdag dat het „heel lastig” is om een verband tussen luchtvochtigheid en virusverspreiding aan te kunnen tonen. „Er zijn veel meer verschillen tussen de regio’s die de variatie in de virusverspreiding kunnen verklaren.” Wereldgezondheidsorganisatie WHO stelt dat het virus overal kan worden overgedragen, ook in gebieden met warm en vochtig weer.