Marta stopte met werk in prostitutie vanwege corona

Nederland
Marta (50) werkt inmiddels in de schoonmaak, maar ooit wil ze in de ouderenzorg aan de slag. beeld Roel Dijkstra Fotografie

Bijna elke dag zat ze van negen tot zes uur achter de ramen in Den Haag. Marta (50) heeft jarenlang in de prostitutie gewerkt, maar vanwege de coronacrisis is ze definitief gestopt. „Het is mijn droom om ooit in de ouderenzorg te werken.”

Op 30 juni, de laatste dag voor de bordelen weer open zouden gaan, heeft Marta haar spullen uit het bordeel opgehaald. Speciaal een dag eerder, zodat ze geen mannen tegen kon komen. „Het is klaar, ik ga nooit meer terug.”

Marta is één van de vijftien Haagse vrouwen die vanwege de coronacrisis definitief is gestopt met het werk in de prostitutie. Met hulp van De Haven, een christelijke stichting die in Den Haag en omgeving veldwerk doet en een uitstapprogramma biedt voor prostituees. Samen met een maatschappelijk werker van de organisatie doet ze haar verhaal.

Geld

Marta kwam bijna dertig jaar geleden naar Nederland om geld te verdienen voor haar familie. „Ik kom uit een klein dorp in de Dominicaanse Republiek en daar kon ik niet aan werk komen.” Via een nichtje hoort ze dat er in het rijke Nederland genoeg opties zijn voor mensen die willen werken. Eenmaal hier gearriveerd, komt ze noodgedwongen al snel in de prostitutie terecht. „Vreselijk was dat. Ik werkte in een heel gevaarlijke, gewelddadige straat in Den Haag (een straat die nu gesloten is, AdB). Er stond regelmatig een ambulance voor de deur. Na vier weken ben ik gestopt omdat ik het niet meer aankon. Maar toen werd mijn familie boos omdat ik geen geld meer naar ze stuurde.”

Kort daarna leert ze een man kennen, met wie ze twee kinderen krijgt. Ze is twaalf jaar met hem samen geweest, maar wil over die periode niet al te veel kwijt. „In het begin ging het goed. Hij werkte, ik zorgde thuis voor de kinderen. Maar later werd hij gewelddadig. Ik heb twee keer met mijn zoon en dochter in een Blijf-van-mijn-lijfhuis gezeten.”

Na een moeizame scheiding krijgt hij de voogdij over de kinderen en staat Marta op straat. Ze wordt emotioneel als ze over deze periode in haar leven praat. „Sorry, mijn kinderen zijn mijn zwakke plek. Ik mocht ze zelfs een tijdje niet meer zien. Het ging niet goed met mij toen. Ik was... wat is het woord? Depressief. Ik wilde niet meer leven.”

Noodgedwongen komt ze weer in de prostitutie terecht. „Wat moest ik anders? Ik had geld nodig en ik sprak nauwelijks Nederlands. Dat was het enige werk waarvan ik wist hoe het moest.”

Marta werkt eerst in Arnhem en Nijmegen en komt in 2009 weer in Den Haag terecht. „Mannen in Nijmegen betalen beter. Hier in Den Haag moet je veel werken om genoeg geld te verdienen. Mannen willen dat je van alles doet voor zo min mogelijk geld. Ze geven je twintig euro. Wat is dat nou? Dat bedrag geef je uit in de supermarkt.”

Dan, verdrietig: „Eigenlijk ben je steeds bezig jezelf te beschermen. Ik probeerde klanten te selecteren, niet zomaar iedereen naar binnen te laten. Maar alsnog kreeg ik soms ruzie. Om problemen te voorkomen, gaf ik dan maar toe aan de wensen. Maar je voelt je misbruikt achteraf.”

Achter het raam leert ze vrijwilligers van De Haven kennen, die regelmatig langskomen om even te praten of een klein cadeautje aan te bieden. Aan het begin wantrouwt ze de vrouwen, maar later raakt Marta met ze in gesprek en ontdekt ze voor het eerst: er is een optie om te stoppen. Toch gaat dat traject niet vanzelf. De eerste keer breekt ze het af. „Het is lastig om die stap te maken. De prostitutie is moeilijk werk, maar het is ook het enige dat je kent. Je weet zeker dat je geld verdient en je werkt samen met vrouwen die hetzelfde doen. Je zit in een eigen wereld en ik durfde niet buiten die wereld te stappen.”

Een jaar later heeft Marta naar eigen zeggen „rust in het hoofd” en klopt ze uit zichzelf bij De Haven aan. „Ik schaamde me, maar werd met open armen ontvangen.”

Ouderenzorg

Tot het begin van de coronacrisis werkt ze nog als prostituee, maar daarnaast doet ze een paar keer per week vrijwilligerswerk in een verzorgingshuis. Met een grote glimlach op haar gezicht: „Het was geweldig om oudere mensen te helpen, zinnig werk te doen. Ik voelde me weer een beetje zoals vroeger, toen ik in mijn geboortedorp de ouderen hielp. Zoals we in het Spaans zeggen: mijn hart ging weer open.”

In maart gaan de bordelen vanwege corona dicht. Voor Marta is het de laatste zet in de rug om definitief te stoppen. Inmiddels krijgt ze een uitkering en maakt ze acht uur per week schoon bij een bedrijf. In financieel opzicht heeft ze haar leven op de rit. „Ik probeer op mijn uitgaven te letten en dat gaat prima. Ik drink niet, ik rook niet, ik doe geen rare dingen.” Nu wil ze verder werken aan haar Nederlands, zodat ze ooit in de ouderenzorg kan werken. „Dat is mijn grote droom.”

Maar eerst is het tijd om te genezen, zoals ze zelf zegt. De afgelopen maanden heeft ze veel tijd met haar kinderen doorgebracht, die nu beiden volwassen zijn. „Overdag loop ik met mijn dochter in het park, wat een luxe. Eerst zat ik altijd binnen en kon ik nooit van de zon genieten.”

Marta schaamt zich voor haar verleden. In dit anonieme interview durft ze haar verhaal wel te doen, ook omdat het helpt om te praten. „Iets in mij wil het wegstoppen, maar ik weet dat het niet goed is.”

Ze heeft moeite met de vragen van andere mensen, is op haar werk bang voor de vraag: wat voor baan heb je hiervoor gehad? „Oei, dan begin ik te zweten. Wat moet ik daarop antwoorden? Ik durf de waarheid niet te vertellen, dus meestal mompel ik iets. En ik houd afstand, dat is gemakkelijker. Dan krijg je ook geen lastige vragen.”

Geheim

Op straat kijkt ze mensen niet recht in het gezicht. Ze houdt vaak automatisch haar hoofd wat afzijdig, of kijkt naar beneden. Bang voor herkenning. „Mijn kinderen weten niet dat ik prostituee ben geweest.” Het zorgt voor schrijnende situaties. „Toen ik nog achter het raam zat, deed ik vaak het gordijn dicht als er jonge mannen langskwamen. Ik was te bang dat er een vriend van mijn zoon tussen zou zitten.”

Als Marta met haar dochter in de stad is en haar dochter komt een bekende tegen, dan blijft ze meestal wat achteraf staan. „Als mijn dochter me wil voorstellen, gedraag ik me asociaal. Ik probeer mijn haar voor mijn gezicht te houden of zeg niets. Zij snapt dat niet en zegt: Mam, dit is niet normaal wat je doet.”

Sinds ze achter het raam weg is, gaat het langzaam beter. Ze durft vaker om zich heen te kijken. „Maar ik ben nog niet klaar om aan mijn kinderen te vertellen wat ik heb gedaan. Ik ben bang: niet iedereen kan accepteren dat zijn of haar moeder dit werk heeft gedaan. Toch wil ik het ooit tegen ze zeggen; ik wil niet de rest van mijn leven dit geheim meedragen.”

Marta is een gefingeerde naam; haar echte naam is bij de redactie bekend.

2020-07-04-rdMAG1-1bijRDM4hetgesprek-8-FC-V_webMarja Sijpestein wil het Evangelie handen en voeten geven