Lintje voor ambtsdragers en vrijwilligers

beeld ANP, Piroschka van de Wouw

Onder de personen die vrijdag een lintje kregen, zijn ambtsdragers en vrijwilligers. De meeste gedecoreerden zetten zich op meerdere manieren in.

J. M. van Herk (Gouda) werd ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Hij krijgt de onderscheiding voornamelijk vanwege zijn werk voor een veilige mijnbouw. Ook was hij actief voor de SGP in Gouda.

Veel personen kregen een onderscheiding omdat ze zich op meerdere manieren verdienstelijk hebben gemaakt. Onder hen is M. van den Berg uit Oudemolen, bij Willemstad, die met enkele onderbrekingen al tientallen jaren ambtsdrager en organist is.

Politici

Daarnaast werden politici onderscheiden. SGP’er G. Boonzaaijer (Doorn) werd lid in de Orde van Oranje-Nassau vanwege zijn inzet voor de gemeenteraad. Zijn partijgenoot B. Engberts uit Vriezenveen werd eveneens lid in de Orde van Oranje-Nassau wegens zijn inzet voor de politiek. Hij was raadslid en wethouder in Twenterand en is nu wethouder in Oldebroek.

Ambtsdragers

Van de ambtsdragers werd C. M. Codée (Schoonhoven) ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Lid in diezelfde orde werden: H. van Barneveld (Bunschoten), J. van den Bogerd (Gameren), J. de Haan (Nunspeet), J. Heres (Ermelo), J. Hofstede (IJsselmuiden), J. Hooikammer (Rouveen), T. A. van der Horst (Kampen), C. de Jong (Katwijk aan Zee), W. J. de Jonge (Mastenbroek), H. Kaptein (Urk), J. F. van der Kruijk (Monster), J. P. van der Leer (Dordrecht), C. Molenaar (Nijkerk), H. Speksnijder (Bergambacht), G. A. Spijker (Woerden), A. Stunnenberg (Ede), G. Tessemaker (Oene), P. Troost (Papendrecht), B. Trouwborst (Tricht), L. Verduijn (Bodegraven), A. G. Verhelst (Hoek), J. van de Wilt (Apeldoorn) en K. de Wit (Polsbroek).

Organisten

Ook kregen meerdere organisten een onderscheiding. Ridder in de Orde van Oranje-Nassau werd W. van Twillert (Amersfoort). Lid in diezelfde orde werden: A. Geluk (Strijen), A. J. Moraal (Zwijndrecht) en S. van der Steege-Snel (Genemuiden).

Vrijwilligers

Onder de vrijwilligers werden A. S. Flikweert (Zierikzee), W. E. van Roekel-Peppink (Bennekom) en G. W. Stoffer (Wapenveld) benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Lid in diezelfde orde werden: G. Baan (Rijssen), E. Baan-Bikker (Dirksland), A. van den Berkt (Barneveld), G. van Bezooijen (Amersfoort), P. van Bentum (Garderen), G. Boer-Barendse (Giessenburg), P. J. D. Bogert (Nieuwerkerk), A. Bom-den Tuinder (Geldermalsen), M. van den Bovenkamp-Simonse (Waarde), J. de Bruin-van Duijn (Wijk en Aalburg), M. J. Folmer (Elspeet), G. Grevengoed (Putten), W. E. Guis (Hendrik-Ido-Ambacht), A. Hansman (Huizen), G. H. Hendriksen-Bulten (Doetinchem), N. van Herk (Capelle aan den IJssel), J. F. Huizinga (Groningen), T. M. Jordaan (Rhenen), I. Kok (Rotterdam), G. Lokhorst (Doornspijk), J. K. Matsinger-Breen (Meerkerk), H. B. Middelkoop-Vis (Leerdam), J. Moor (Monster), J. Pasterkamp-van der Knaap (Apeldoorn), M. P. Oudesluijs-Snoeij (Vaassen), M. Riedijk (Zierikzee), J.C. Stouten-Bevelander (Bruinisse), C. M. Teeuw-Saly (Ridderkerk), J. van der Vegte-Oolbekkink (Voorthuizen), C. Verheij (Boskoop), S. Voortman (Rijssen), S. E. Voortman (Ouddorp), D. Werkman-Rop (Ede) en G. C. Zonnenberg (Sliedrecht).