Lege kapstokken, halfvolle lokalen: de scholen zijn weer open

Onderwijs
Anne-Greet Vink, instructeur zorg en welzijn, geeft na een periode van elf weken weer les. Wel op 1,5 meter en aan slechts de helft van de klas. Sjaak Verboom
7

„Wel afstand houden hè”, roepen twee jongens, hangend uit het raam van een lokaal op de tweede verdieping van het Van Lodenstein College in Hoevelaken. Vandaag mogen de leerlingen na 11 weken weer naar school.

Tien over acht. Het zonovergoten schoolplein van de Hoevelakense middelbare school ligt er nog wat verlaten bij. Twee conciërges –geel hesje aan– en een handjevol docenten staan klaar om de leerlingstromen in goede banen te leiden. „Een stevige les, een goed gesprek. Be there, welcome back”, zo heet een spandoek de leerlingen welkom.

Langzaam druppelen de scholieren het plein op. Het merendeel met de fiets, een enkeling wordt met de auto afgezet. „Waar moet ik naar binnen?” vraagt een scholier zich af. „Techniek hè?” vraagt Arjen Thoutenhoofd, teammanager GL/TL, hem. „Dan wordt het voor jou de hoofdingang.”

Elk schoolafdeling heeft zijn eigen ingang, legt hij uit. „Op die manier proberen we de leerlingen zo goed mogelijk van elkaar te scheiden.”

Gerjan Zetzema (15) uit Nijkerk is blij weer naar school te kunnen. „Het voordeel van thuisonderwijs is dat je zelf je tijd kunt indelen, maar ik vind het nu wel weer heel leuk om iedereen te zien.” Ook Angeline van Garderen (14) uit Barneveld keek ernaar uit haar klasgenoten weer te ontmoeten. „Het was wel een beetje saai dat je hen thuis tijdens de digitale lessen niet sprak. Nu kan dat weer wel, dat is toch veel leuker.”

Illusie

Ook Thoutenhoofd is blij de leerlingen weer te kunnen spreken. De teammanager keek met „gezonde spanning” naar deze dag uit. „De afgelopen dagen hebben we veel werk verzet. De klassen gesplitst, lokalen ingedeeld, roosters aangepast en looproutes aangebracht. Alles om ervoor te zorgen dat de 1, 5 meter gewaarborgd blijft.”

Of het de leerlingen ook gaat lukken voldoende afstand te houden? Gerjan en Angeline denken van niet. „Eerlijk gezegd is het nu al niet helemaal gelukt”, vertelt Gerjan. „Je wilt toch ook gewoon kletsen met je klasgenoten.” Angeline: „Het is met halve klassen wel beter mogelijk, omdat de lokalen minder vol zitten, maar toch denk ik niet dat het makkelijk is om altijd afstand te houden.” Ook Thoutenhoofd heeft niet de illusie dat het altijd gaat lukken. „We hebben er in ieder geval wel alles aan gedaan om het mogelijk te maken; daar zal het niet aan liggen.”

Geen afstandsonderwijs meer voor de leerlingen van het VLC in Hoevelaken. De scholieren gaan om de week vijf dagen naar school. Tijdens de week dat ze thuiszitten, krijgen ze opdrachten waaraan ze zelfstandig kunnen werken. „We hebben hier alleen maar vmbo-bovenbouwklassen”, legt Thoutenhoofd uit. „De vierdeklassers zijn niet meer op school, dus dat betekent dat we nog zo’n 350 derdeklassers hebben. Elke week komen er 175. Dat past precies.”

Afzetlint

Met zo’n 25 procent van de leerlingen in plaats van de gebruikelijk 100 procent oogt de school leeg. Aan de kapstokken hangen geen jassen, in de computerlokalen zitten geen leerlingen, de kantine is dicht en de aula is verlaten. Geen groepjes scholieren op de felgekleurde stoelen rond de tafeltjes, maar rood met wit afzetlint rond de pilaren aan de hoeken van de aula.

„We zijn wel gestart, maar het is allemaal toch wel heel anders dan voor de schoolsluiting”, vertelt Thoutenhoofd. „Het is onnatuurlijk rustig, heel apart.”

Inmiddels is het tien over negen. De bel voor het tweede lesuur gaat. Waar normaal gesproken de gangen met leerlingen volstromen, blijft het nu stil. De leerlingen blijven namelijk in het lokaal zitten, terwijl de docenten wisselen. Op de eerste verdieping deelt een docent intussen een laptops uit aan een handjevol derdeklassers. „We hebben voor elke leerling een eigen apparaat gereserveerd”, legt Thoutenhoofd uit. „Anders moet je steeds je laptop reinigen, dat is geen doen. Op deze manier hoeft het maar één keer in de week.”

Voor Annemarie Schreuder, docente Engels, zit haar eerste les er inmiddels op. „Ik had er zin in om weer les te geven, maar vond het ook wel wat spannend. Je hebt de leerlingen zo lang niet gezien.” Ook voor de leerlingen is het wat onwennig, merkt ze. „Ik gaf nu les aan twaalf leerlingen, normaal zijn dat er twee keer zo veel.” De docente paste haar lessen wel aan. „We hebben nog maar een paar weken voor de zomervakantie en de lessen duren tien minuten korter dan normaal het geval is. Je moet daarom echt goed kijken naar wat nog nodig is.”