Krimpregio’s willen aandacht van politiek

Verlaten plein in het centrum van de Groningse stad Delfzijl. De provincie Groningen heeft te kampen met een daling van het bevolkingsaantal en een toenemende vergrijzing. beeld ANP, Piroschka van de Wouw

Zes provincies vragen van de politieke partijen in de Tweede Kamer aandacht voor dunbevolkte gebieden in Nederland. De verschillen tussen regio’s zijn de afgelopen tien jaar groter geworden en dat is onwenselijk en op den duur ook economisch minder gunstig voor ons land als geheel, stellen ze in een discussiestuk.

Volgend jaar wordt een nieuwe Tweede Kamer gekozen. In de partijprogramma’s die nu worden geschreven, mogen oplossingen voor de krimpregio’s volgens de provincies niet ontbreken. Zeeland, Gelderland, Friesland, Groningen, Drenthe en Limburg werken voor de dunbevolkte gebieden samen in het netwerk K6. ”Helemaal Nederland: te klein voor grote verschillen” noemden ze hun rapport.

De zes provincies krijgen het eerste te maken met een veranderende samenstelling van de bevolking: meer ouderen, minder kinderen, minder huishoudens. Dat heeft gevolgen voor de economie in de krimpregio’s. Bepaalde groepen trekken weg, wat ertoe leidt dat de vraag naar woningen wijzigt en er minder gebruik wordt gemaakt van voorzieningen.

Verschralen

De zes provincies menen dat regio’s die groeien en gebieden die achterblijven in groei elkaar veel te bieden hebben. Ze roepen dan ook op om „ons hele land zo goed mogelijk te gebruiken voor de versterking van een brede welvaart voor ons allemaal”.

„Kijk bij nieuw beleid of dit ten goede komt aan heel Nederland, ook buiten de Randstad”, aldus K6. Ook in de krimpregio’s mag volgens de zes provincies de basisinfrastructuur –goed onderwijs, passend werk, gezond oud kunnen worden en voldoende bereikbaarheid– niet „afbrokkelen” en verder verschralen. Daarnaast is maatwerk nodig. Nationale wet- en regelgeving moet innovatieve antwoorden in de regio’s niet in de weg zitten.

Een speerpunt voor K6 is dat doorstroming in de bestaande particuliere woningvoorraad, het totaal van huur- en koopwoningen dat voor bewoning geschikt is, op gang wordt gebracht door de overdrachtsbelasting te verlagen of helemaal af te schaffen. Subsidies en leningen voor particulieren en verlaging of afschaffing van de verhuurdersheffing voor corporaties zijn middelen om woningen te verduurzamen en levensloopgeschikt te maken, aldus K6.

Verder pleiten de provincies voor beleid dat is afgestemd op de regionale arbeidsmarktproblematiek. „Dat vraagt onder andere om een stevige onderwijsagenda, met prioriteit voor kansengelijkheid, talentontwikkeling en kennismaking met het werkveld.” Concurrentie in zorg en onderwijs werkt niet in de krimpregio’s, omdat dat voor aanbieders niet rendabel genoeg is of omdat normen niet gehaald worden.

Fusiescholen

De krimpregio’s lopen volgens K6 nogal eens voorop. Ze deden al veel kennis en ervaring op met kleinschalige, lokale initiatieven en grootschalige ingrepen. Zo is het in de Achterhoek, waar leerlingentallen teruglopen, soms beter gebleken om nieuwe fusiescholen te stichten dan vast te willen houden aan bestaande (dorps)scholen. “Door met andere voorzieningen (zoals kinderopvang) te clusteren of verschillende typen onderwijs samen aan te bieden kan de onderwijskwaliteit gewaarborgd worden.”

In de paragraaf over duurzaamheid wijzen de provincies onder meer op de ambitie van Zeeland om (samen met Oost-Vlaanderen) de nationale proeftuin voor blauwe en groene waterstof te worden. In de regionale zorg wordt al gewerkt aan mobiele operatie- en verloskamers, chemokuren aan huis en digitale netwerken die patiënten en zorgpartijen verbinden.

In Parkstad Limburg, waar onder andere de gemeenten Heerlen en Kerkrade onder vallen, ontwikkelen de provincie, de regio, de gemeenten en de corporaties modellen om te komen tot minder woningen en tot toekomstbestendige nieuwbouw op een betaalbare manier. „Een voorbeeld voor de herstructureringsopgaven in groeikernen in het hele land”, meent K6.