Koerdische voorganger uit Rotterdam: Misschien ga ik wel naar Afrin

Een kind, verwond door een Turkse luchtaanval op een dorp in Afrin, wordt behandeld in een ziekenhuis. beeld AFP, George Ourfalian
2

Faraidoun Fouad, voorganger van „de enige Koerdische kerk in Europa” en met zijn vrouw Wesselien de drijvende kracht achter organisatie Home for Kurds in Rotterdam, maakt zich grote zorgen om de strijd in Afrin. „De pijn die ik voel breng ik naar God, maar de pijn blijft.”

De Koerd (1974) ontvlucht in 1998 zijn geboorteland Irak. In Nederland vraagt hij asiel aan. De moslim wordt christen en trouwt een Nederlandse vrouw. Het echtpaar probeert Koerden met het Evangelie te bereiken. Dat doet het onder meer door vanuit standplaats Rotterdam wereldwijd Bijbels en christelijke lectuur te verspreiden. Zondags leidt hij een Koerdische dienst voor zo’n dertig à veertig Koerden. Sommigen zijn geboren in Afrin en hebben daar familie. Fouad heeft ook contact met huiskerken in de Noordwest-Syrische regio. Hij zegt dat daar „honderden christenen” wonen, hoofdzakelijk ex-moslims die nog niet zo lang geleden christen zijn geworden.

Wat hoort u van hen?

„Ik moet vanwege veiligheidsredenen op mijn woorden letten. Gisteren sprak ik via internet een medegelovige. Hij komt uit Afrin, maar was toen Turkije binnenviel buiten de regio. De man wil graag terug, maar vanwege hevige gevechten zijn alle wegen afgesloten. Het gebied is volledig omsingeld. Hij zei dat er een groot gebrek is aan voedsel en medische hulp. Verder kan ik niet te veel in detail treden.”

Hoe beleeft u het Turkse binnenvallen en bombarderen van Afrin?

„Het is vreselijk als je volk wordt aangevallen door een vreemde mogendheid, iets wat we als Koerden helaas al te vaak hebben meegemaakt. Ik ben er verdrietig om, zeker als ik denk aan de christenen daar. Ook zij zijn deel van het lichaam van Christus. Als één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle anderen mee. Mijn hart breekt als ik denk aan de bombardementen en wat kinderen, vrouwen en ouderen doormaken. Ik breng de pijn naar God, maar de pijn blijft.”

Het Nederlandse kabinet veroordeelt de inval van Turkije niet. Wat vindt u daarvan?

„Over de politiek doe ik liever geen uitspraken, hoewel ik bij dit standpunt mijn vragen heb. Wat Turkije doet, kán niet goed zijn. Het land heeft niets op Syrisch grondgebied te zoeken.”

De „terroristische” milities YPG en SDF zijn het doel, stelt Turkije. Hoe ziet u deze organisaties?

„Ik ben onpartijdig en heb hierover geen mening. Maar hoe je ook tegen YPG en SDF aankijkt, bombardementen en beschietingen kunnen het antwoord niet zijn. Gewone burgers worden de dupe. Laten de strijdende partijen zoeken naar een politieke oplossing.”

In diverse plaatsen protesteerden Koerden tegen de Turkse inval. Deed u ook mee?

„Nee. Ik houd me buiten de politiek. In plaats daarvan bid ik voor mijn volk in Afrin. Wel vind ik het goed dat Koerden hiervoor de straat opgaan. Het is de enige manier om hun stem te verheffen tegen het geweld.”

Hoe gaan Koerden in uw kerk ermee om?

„In de zondagse samenkomst baden we voor de mensen in Afrin. Gemeenteleden delen ook dagelijks concrete gebedspunten op onze groeps-app. Gelukkig hebben we tot nu toe nog niet gehoord dat er familieleden van iemand uit onze kerk zijn omgekomen of gewond geraakt.

Alleen bidden is niet voldoende, want woord en daad dienen samen op te gaan. Daarom zoeken we naar mogelijkheden om hulp te organiseren. Misschien dat ik er met enkele gemeenteleden heenga, hoewel dat natuurlijk gevaarlijk is. Zeker als de gewone wegen dichtzitten.”

Hoe verwacht u dat het conflict zich gaat ontwikkelen?

„Turkije wil de aanvallen uitbreiden tot aan de Iraakse grens. De Koerden zullen hard terugvechten om hun vrouwen en kinderen te verdedigen en zijn woedend over het onrecht dat Turkije hun aandoet. Ik vrees dus dat dit conflict voorlopig zal voortduren, hoewel ik bid dat het stopt en het vrede wordt.”