Jongere stelt krijgen kinderen uit

Twintigers stellen het krijgen van kinderen uit, stelt het CBS maandag. beeld iStock

De leefwereld van jongeren verandert. Twintigers van nu blijven langer thuis wonen, studeren langer en blijven langer alleen dan de twintigers van tien jaar geleden. Ook stijgt de leeftijd waarop ze kinderen krijgen. Deze trends gaan ook christelijke jongeren niet voorbij.

Onderzoeksbureau CBS presenteerde maandag een grote hoeveelheid statistische cijfers over de jongere van nu. Twintigers gaan bijvoorbeeld later op zichzelf wonen. Begin 2018 woonde de helft van de 23-jarigen niet meer in het ouderlijk huis, begin 2008 was dit nog op 22-jarige leeftijd.

Vooral studerende jongeren blijven langer thuis hangen. CBS-socioloog Tanja Traag ziet een duidelijke oorzaak. „Sinds de invoering van het sociaal leenstelsel in 2015 stellen studenten het op kamers gaan langer uit.” Vrouwen vertrekken nog iets sneller dan mannen, maar het verschil slinkt.

CBS

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen.

Een verschuiving voltrekt zich ook bij de relatie- en gezinsvorming. Jonge twintigers wonen in 2018 minder vaak –gehuwd of ongehuwd– samen en hebben minder vaak kinderen dan in 2008. De leeftijd waarop de helft van de twintigers samenwoont, is in tien jaar tijd gestegen van 27 naar 28 jaar. Verder zetten twintigers de stap naar een huwelijk minder snel. In 2008 waren ruim drie op de tien 29-jarigen getrouwd, in 2018 was dat iets meer dan een kwart. De gemiddelde leeftijd bij het eerste huwelijk voor vrouwen is gestegen van 30 naar 31,5 jaar en voor mannen van 32,8 naar 33,9 jaar.

Jongeren van nu krijgen ook later kinderen. Met 25 jaar had bijna 20 procent van de vrouwen in 2008 minstens één kind, in 2018 was dat bijna 15 procent. De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen, is gestegen van 29,4 jaar naar bijna 30 jaar. Het cijfer stijgt al sinds het begin jaren 70, toen het gemiddelde op 24 jaar lag. De stijging hield aan tot het begin van het nieuwe millennium. Daarna bleef het enkele jaren stabiel op 29,4 jaar.

Het grootste verschil met tien jaar geleden is de leeftijd waarop jongeren een vaste baan krijgen. In 2008 had de helft van de 24-jarigen vast werk, nu geldt dat voor 27-jarigen. Verschil tussen mannen en vrouwen is er nauwelijks meer. „Een oorzaak is de flexibilisering van de arbeidsmarkt”, stelt socioloog Traag. „Er worden nu eenmaal minder vaste contracten uitgedeeld.” Verder komen jongeren later op de arbeidsmarkt terecht omdat ze een hbo- of wo-opleiding volgen die langer duurt.