Jonge IT’er speurt naar nieuws op internet

Bellingcat is in 2014 opgericht door de Brit Eliot Higgins. Bij de onderneming zijn mensen uit de hele wereld betrokken. beeld EPA, Andy Rain

Het is hip, nieuw, interactief en het komt naar Nederland: Bellingcat. Bellingcat is een onderzoekscollectief dat met behulp van open bronnen op internet (open sources in vaktaal) nieuws opdiept. En met succes.

In de vier jaar dat Bellingcat nu bestaat, heeft het collectief onder andere onthullingen gedaan over de MH17-ramp, over de vergiftiging van vader en dochter Skripal in het Britse Salisbury en over de moord op de Saudische journalist Khashoggi in de ambassade in Istanbul. Veiligheidsdiensten en andere autoriteiten nemen de vondsten van Bellingcat serieus.

„Het is geen abacadabra”, zegt journalist Christiaan Triebert, een Nederlander die vanaf het begin bij Bellingcat is betrokken. „Het is meestal niet meer dan het verifiëren van openbare informatie. Daarvoor gebruiken we onlinebronnen. Google Maps en Streetview zijn natuurlijk heel bekend, maar er zijn nog veel en veel meer van dergelijke openbare gegevens op internet. Denk ook aan Facebook, tweets en foto’s. Als je alle informatie over een gebeurtenis bij elkaar zoekt en daar een analyse op loslaat, komt er soms nieuws uit. Zelf had ik in 2015 mijn eerste scoop over een aanval op IS-doelen.”

Bellingcat (het Engelse begrip voor ”de kat de bel aanbinden”) is in 2014 opgericht door de Brit Eliot Higgins. Dat maakt Bellingcat nog geen Britse onderneming, want er zijn mensen uit de hele wereld bij betrokken. De paar vaste werknemers en de vele vrijwilligers treffen elkaar virtueel in appgroepen, via Skype en e-mail.

Als het financieel rondkomt, krijgt Den Haag het eerste kantoor van Bellingcat. Higgins wil het Internationaal Strafhof gaan ondersteunen bij het gebruik van ”opensourcedata” voor rechtszaken. Daarnaast wil Bellingcat in Nederlandse steden onderzoeksteams opzetten die lokale kwesties gaan uitdiepen.

In Nederland ijveren vooral jonge IT’ers voor zo veel mogelijk open bronnen op internet. Er bestaan op internet tal van groepen die software en computerprogramma’s met elkaar delen en die elkaar helpen om fouten op te sporen. Dergelijke groepen hebben ook weer wereldwijde contacten.

Higgins heeft al veel contacten in Den Bosch, Amsterdam en Utrecht. In november geeft hij een driedaagse workshop over het gebruik van onlinemiddelen en platformen en over de inzet van dergelijke tools voor onderzoeksjournalistiek en factchecking. Komend voorjaar is hij hoofdspreker op een toonaangevend congres in Amsterdam.

In NRC meldde Higgins, die deze week in Den Bosch is, dat Bellingcat binnenkort met nieuwe onthullingen over de MH17-ramp komt. „We zijn in Nederland relatief bekend door ons MH17-onderzoek. Daarom willen we hier ook als eerste uitbreiden. Of we nog verder de wereld intrekken bekijken we per land.”

Bellingcat maakt geen winst. Het collectief krijgt onder meer geld van het Nederlandse vermogensfonds Adessium. Recent is een aanvraag voor subsidie gedaan bij de Postcode Loterij. Met dat geld wil Higgins vijf tot tien mensen laten werken in het kantoor in Den Haag.

Triebert: „Nieuwsorganisaties hebben grote verwachtingen van ons. Maar onderzoeksjournalistiek duurt meestal lang en levert niet altijd wat op. Daar zijn hoofdredacteuren dan toch weer benauwd voor. Maar kijk naar bijvoorbeeld een kabinetsformatie. Dan staan journalisten urenlang voor een dichte deur. Die tijd en dat geld kun je ook besteden aan diepgravend onderzoek. Nu kan het nog, want partijen worden natuurlijk ook steeds voorzichtiger met wat ze op internet delen. Juist om niet betrapt te worden.”