Jetta Klijnsma: Ik fiets graag met mensen mee

Het Gesprek
Jetta Klijnsma. beeld RD, Anton Dommerholt

„Welkom.” Met een glimlach opent Jetta Klijnsma de voordeur. In de hal van haar Haagse woning is niet alleen een kapstok te vinden, maar staan ook een tandem en een rolstoel. De goedlachse commissaris van de Koning in Drenthe is dankbaar voor die hulpmiddelen. Haar missie: „Zorgen dat iedereen mee kan doen in de samenleving.”

Op de parkeerplaats voor haar Haagse onderkomen staat de privéauto, een bejaarde MPV, geparkeerd. De PvdA-politica heeft niks met auto’s. „Het is alleen belangrijk dat er in een auto genoeg plek is voor mijn tandem. Mijn driewielfiets past op een aanhanger achter de dienstauto. Als ik op werkbezoek ben, fiets ik graag met de mensen mee.”

Het typeert Klijnsma. Ze staat graag dicht bij de mensen en hecht naar eigen zeggen niet aan het aardse slijk. „Als commissaris verdien ik een heel goed salaris. Echt hoor. Daar kan ik het nodige van weggeven. Omdat we prima rond kunnen komen, doet mijn man veel vrijwilligerswerk.”

Klijnsma’s ouders kregen vijf dochters. Haar vader runde een steenhouwerij achter het huis in het Drentse Hoogeveen.

Had uw vader het zwaar met al die vrouwen?

„Nee hoor, daar genoot hij wel van. Hij had naar eigen zeggen een vrouwen- en een mannenafdeling, respectievelijk ons gezin en het personeel van zijn steenhouwerij. Tijdens zomervakanties werkte ik soms in het bedrijf en ponste dan grafteksten in rubberen vellen.”

Welke grafteksten zijn u bijgebleven?

„Het waren vooral Bijbelteksten – veelal uit de Psalmen. Ik vind het mooi als op een grafsteen staat wat iemand in zijn leven gedaan heeft. Kapper of majoor. Dat maakt het persoonlijk.”

Wat komt op uw eigen grafsteen te staan?

„Daar heb ik nog niet over nagedacht. Ik denk enkel mijn naam. Het zou toch raar zijn als erop komt te staan dat ik commissaris van de Koning ben geweest.”

U komt uit een gereformeerd nest. Werd er thuis gezongen bij het harmonium?

„Ja, al waren mijn zussen en ik blij toen het harmonium werd ingeruild voor een piano. Dat vergrootte onze muzikale mogelijkheden. Tegenwoordig laat ik het pianospelen graag aan mijn man over. Hij speelt prachtig, klassiek en jazz. We bezoeken graag concerten. Zo hoorden we onlangs een fraaie uitvoering van een Bachcantate en het Stabat Mater van Pergolesi. We hebben het goed samen. Mijn man vergroot mijn wereld. Ik ken niemand die zo behendig met mijn rolstoel kan rijden. Hij ziet altijd mogelijkheden. Daardoor heb ik bijvoorbeeld ook kunnen kanoën.”

Wat hebben uw ouders voor u betekend?

„Mijn vader en moeder hadden een stabiel huwelijk. Ze hebben mij enorm geholpen. Door zuurstofgebrek tijdens de bevalling heb ik blijvend last van spasticiteit en kromme benen. Mijn ouders reden mij overal en nergens heen om de best mogelijke zorg te bieden.

Het lopen ging mij niet goed af en ik hield mij overal aan vast. Mijn moeder heeft wat vette vingers van kastjes gepoetst. Om de haverklap viel ik. „Mam, ik lig weer”, riep ik dan, waarna mijn moeder mij overeind hielp en ik vrolijk verder ging. Ik zat altijd vol blauwe plekken, maar heb gelukkig nooit iets gebroken.

Mijn vader heeft geprobeerd om mij fietsen te leren, maar ik kon mijn evenwicht niet goed bewaren. Daarom tikte hij een tweedehandsdriewielfiets op de kop. Die kwam bij de stichting AVO vandaan, Arbeid Voor Onvolwaardigen. Daar maakte ik grapjes over: „Ik ben dus onvolwaardig.””

Hoe beleeft u uw beperking?

„Ik weet niet beter en ben eraan gewend. Het is heerlijk dat ik dankzij mijn rollator, tandem, driewieler en aangepaste auto veel zelf kan. Tegelijkertijd moet ik het nodige aan anderen overlaten. Wanneer ik met een blad vol koffiekopjes ga lopen, wordt het een grote puinhoop. Ik vind het sympathiek als mensen dan een handje helpen. Wanneer we op pad zijn met de rolstoel vraagt een ober soms aan mijn man: „Wat wil ze drinken?” We kunnen daar later smakelijk om lachen.

Het is toch verdrietig als mensen met een beperking zich voortdurend gedwongen voelen om te benadrukken wat ze allemaal kunnen? Dan leven ze zo verkrampt. Ik gun het iedereen dat hij mee kan doen in de maatschappij. Mede om daaraan bij te dragen ben ik in de politiek gegaan.”

Het omzien naar anderen kreeg u van huis uit mee?

„Mijn moeder was ouderling en mijn vader was in de weer met jeugdclubs van de kerk. Mijn vader had altijd wel enkele werknemers met wie iets mis was gegaan; ze kampten met een alcoholverslaving, lagen in scheiding of hadden een verstandelijke beperking. Soms ging hij zelfs naar dit soort mensen op zoek, omdat hij het als zijn plicht zag om hen verder te helpen.

Mijn ouders stemden ARP, een partij die opkwam voor de ”kleine luyden” en gebaseerd was op rechtvaardigheid. Toen deze partij opging in het CDA stonden deze zaken veel minder op de voorgrond. Mede om die reden ben ik lid van de PvdA geworden, een partij die kennis, inkomen en macht wil spreiden.”

Put u inspiratie uit de Bijbel?

„Ik ben niet gelovig meer, maar ik vind de Bijbelverhalen over geloof, hoop en liefde wel mooi. Tegelijkertijd word ik niet vrolijk van de vele oorlogen die in de Bijbel worden beschreven. Ik gun iedereen zijn geloof, maar zodra mensen hun overtuiging de enige ware noemen, gaat het mis.”

Als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Rutte II kon u uw sociale gezicht niet echt laten zien.

„Ja, dat was een heftige tijd. Ons land stond er beroerd voor en er moest stevig bezuinigd worden. Toen er in de nadagen van Rutte II meer vlees op de botten kwam, heb ik nadrukkelijk aandacht gevraagd voor armoedebestrijding. Ik kende zo veel trieste verhalen van leerkrachten over kinderen die zonder ontbijt of in de winter zonder winterjas naar school kwamen en over leerlingen die zich ziek meldden als ze jarig waren, omdat ze niet konden trakteren. Tegenwoordig gaat er jaarlijks 100 miljoen naar armoedebestrijding onder kinderen. Dat geld komt in natura bij die kinderen terecht. Het is toch geweldig dat er daardoor meer kleur op hun wangen komt?”

Waar kijkt u nog meer tevreden op terug?

„Ik heb ervoor geknokt om de mantelzorgboete van tafel te krijgen en dat is gelukkig gelukt. Als deze zogeheten kostendelersnorm in een wet verankerd was, zou een AOW’er die bij iemand introk om mantelzorg te verlenen gekort worden op zijn AOW. Heftig, heftig, ik sliep er slecht door. Uiteindelijk heb ik een kerstvakantie met mijn zussen afgezegd om te zoeken naar mogelijkheden om scherpe randjes van diverse wetsvoorstellen af te knagen. Dat is gelukt mede dankzij de opstelling van de oppositiepartijen D66, CU en SGP.”

Waar heeft u spijt van?

„Dat ik in 2012, samen met de 37 andere PvdA-Kamerleden, akkoord ben gegaan met een heel korte reactietijd op het regeerakkoord van Rutte II. We kregen maar een paar uur en dan kijk je vooral naar je eigen beleidsterrein; ik was woordvoerder cultuur en medisch-ethische kwesties. Toen ik later staatssecretaris werd, besefte ik pas goed welke impact de voorstellen voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hadden. Ik heb toen betreurd dat ik er zo snel mijn fiat aan gegeven heb. Pas als je genoeg tijd hebt om op iets te kauwen, kun je het echt doorgronden.”

Waar kunt u wakker van liggen?

„Ik krijg er een knoop van in mijn maag als mensen worden buitengesloten omdat ze bijvoorbeeld oud of homoseksueel zijn of een andere huidskleur hebben.”

Wat was de mooiste tijd tot nu toe?

„De elf jaar dat ik wethouder was in Den Haag. Op die post sta je dicht bij de mensen. Ik reed vaak op mijn tandem door de stad. Hagenaren kwamen dan naast me rijden en zeiden: „Hé Klijnsma, ik moet even iets aan je kwijt.”

Ik vind dat je als bestuurder benaderbaar moet zijn. Daarom heb ik begin december bij mijn installatie als commissaris in Drenthe de website tipdecommissaris.nl gelanceerd. Mensen kunnen daar aangeven welk dorp, welke mensen of welk project mijn aandacht behoeven. Zo heb ik inmiddels een concert van een mannenkoor in Havelte bijgewoond, de opvang voor uitheemse vogels in Erica bezocht en ben ik bij bijstandsmoeders in Hoogeveen geweest. Die moeders verzamelen spullen voor mensen die het nog minder hebben dan zij. Daar word ik echt stil van.

Door mijn spasticiteit heb ik een hoog herkenbaarheidsgehalte. In Dwingeloo schoot een beeldend kunstenaar mij aan met het verzoek zijn expositie te openen. De afgelopen nacht was ik pas om één uur thuis, omdat ik op een mytylschool een door ouders georganiseerde avond had bezocht die bedoeld was om geld voor een rolstoelbus in te zamelen.”

Nee zeggen vindt u lastig?

„Het is toch geweldig om kennis te maken met prachtige initiatieven en met kunst en cultuur? Wanneer ik als commissaris van de Koning ergens mijn gezicht laat zien, zorgt dit voor extra aandacht en een steuntje in de rug. Ik weet overigens wel wat ik wil. Een verzoek om een gala bij te wonen, willig ik minder snel in.”

Hoge bomen vangen veel wind. De een vond u een vriendelijke dame, een ander meende dat u niet capabel was voor de post van staatssecretaris.

„Ja, er is de nodige modder over mij uitgestort. Ach, jongens, dat hoort er blijkbaar bij. Ik vind het erg als mensen dit anoniem doen. Degenen die een fatsoenlijke brief of mail sturen, krijgen altijd antwoord.”

U ontving zelfs doodsbedreigingen.

„Dat was toen ik in Den Haag een opvang voor verslaafden wilde realiseren. Ik probeer altijd de meningen van voor- en tegenstanders serieus te nemen, maar als bestuurder moet je op een gegeven moment knopen doorhakken. Omwonenden waren daar niet blij mee, maar verslaafden moeten toch érgens terechtkunnen? Overigens waren er destijds in mijn eigen woonomgeving een vrouwenopvang en een plek waar methadon werd verstrekt.”

Veel zestigers gaan minder werken; u begon nog als commissaris van de Koning.

„Ik beschouw het als een cadeau om op mijn zestigste nog aan iets nieuws te kunnen beginnen.” Lachend: „Dat is toch top? Ik zit graag met mensen uit alle hoeken en gaten van de samenleving om de tafel. Ik fungeer graag als olievrouwtje om het gesprek tussen partijen die lijnrecht tegenover elkaar staan weer op gang te brengen. En iets kunnen betekenen voor anderen geeft zin aan mijn leven.”

Wat is het mooiste plekje van Drenthe?

„Oei, een lastige vraag. Voor mij het Dwingelderveld. We hebben daar een huisje. In de winter is het er desolaat en grijs. In de lente hoor je de leeuweriken kwinkeleren. In de zomer maakt de hitte je loom en in augustus word ik vrolijk van de bloeiende hei.

Drenthe blijft verrassen. Pas mocht ik een geweldig leuke tentoonstelling openen met aardewerk van de vroegere Holland-Amerika Lijn in Keramisch Museum Goedewaagen in Nieuw-Buinen. Een prachtig kleinood.”

Levensloop Jetta Klijnsma

Jetta Klijnsma (Hoogeveen, 1957) studeerde sociaal-economische geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna werkte ze als medewerker van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer. Ze was elf jaar wethouder in Den Haag en in 2008 enkele maanden waarnemend burgemeester van Den Haag. In hetzelfde jaar volgde ze Ahmed Aboutaleb op als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Balkenende IV. Van 2012 tot 2017 was ze staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Rutte II. Op 1 december vorig jaar werd ze geïnstalleerd als commissaris van de Koning in Drenthe. Klijnsma is getrouwd.